Gewoon normaal

‘Bejegening’ van patiënten is een issue van deze tijd. Als je bij de dokter komt, heb je niet alleen recht op de best mogelijke behandeling, maar ook op de best mogelijke attitude: van een arts die correct en beleefd is, die goed kan luisteren, die niet uit de hoogte doet.

Dat dit niet altijd het geval is, is terecht een punt van aandacht, ook in de media. Zelf schreef ik hierover in een eerdere blog, dat ‘disrespect’ van de kant van een arts ‘gewoon never nooit’ mag voorkomen. Maar ik voegde hier meteen aan toe dat dit relatieve uitzonderingen zijn. Hoe relatief precies, en hoe uitzonderlijk, is niet zo gemakkelijk te zeggen. Maar waar wel iets over te zeggen valt, is of dit méér voorkomt dan vroeger, of juist minder.

Ik denk: duidelijk minder. Dit lijkt misschien vreemd: er wordt soms juist zo veel over gesproken en geschreven. Maar het is misschien net als met het verschijnsel ‘misdaad’: als de maatschappelijke aandacht en intolerantie daarvoor groeit, en vooral ook de registratie ervan steeds beter en completer wordt, kan het hierdoor lijken alsof die alleen maar toeneemt, terwijl er in werkelijkheid juist een afname is.

Dat ook ‘foute bejegening door dokters’ is afgenomen, denk ik om te beginnen op grond van eigen ervaring, en van eigen waarneming in mijn directe omgeving. Als ik een paar decennia terugkijk, en mij herinner hoe het vroeger soms ging, bij de dokter of in het ziekenhuis, dan kan ik alleen maar vaststellen dat dingen door de bank genomen zijn verbeterd. Ik weet niet of ‘meer respect’ hiervoor de beste omschrijving is, want respect is nou typisch zo’n zware term die zo vaak te pas en te onpas wordt gebruikt dat-ie eigenlijk betekenisloos is. Ik hou daarom het liever bij: dokters die normaal doen.

Artsen dus die zich in de spreek- of behandelruimte niet anders gedragen dan daarbuiten. En die zich ook niet anders gedragen, in de basics van hun manier van omgang met anderen, dan mensen die geen dokter zijn.

Ik ben ook socioloog genoeg om te weten hoe dit komt: door de jaren zestig van de afgelopen eeuw. Dat is een periode waarover eindeloos veel is gezegd en geschreven, waaronder heel veel onzin. Voor rancuneuze cultuurpessimisten is sindsdien alles foutgegaan. Zij vinden dat normen en waarden zijn verdwenen, en dat het vooral bergafwaarts is gegaan met de hoeveelheid respect (daar heb je dat voor-alles-bruikbare woord weer) in onze samenleving.

Een paradox dus: een samenleving met ‘geen respect meer’, én tegelijk minder kans op disrespect als je als patiënt bij de dokter komt. Het simpele antwoord zit hem hierin: traditioneel respect kende maar één richting, namelijk naar boven toe. De jaren-zestig explosie van welvaart, en van daaruit voortvloeiende individuele vrijheid, sloeg de bodem hieronder weg. In de relatie tussen jongeren en ouderen, minder welgestelden en beter gesitueerden, minder opgeleiden en hoger opgeleiden, groeide een soort van nivellering in de wederzijdse perceptie van elkaars positie. Met als resultaat een besef van essentiële gelijkwaardigheid, dat feitelijke verschillen als zodanig niet heeft doen verdwijnen, maar dat wel de manier heeft veranderd waarop met die verschillen wordt omgegaan.

En hoewel die jaren zestig nu alweer een halve eeuw voorbij zijn, heeft deze trend alleen maar verder doorgezet. Generaties die nadien opgroeiden, deden dit in een wereld met ouders die zélf veel minder star en autoritair van karakter waren dan voorgaande generaties ouders, en dus in gezinnen met veel ontspannener en prettiger omgangvormen.

Dit soort sociaal-culturele aardverschuiving gaat aan niets en niemand voorbij, en dus ook niet aan de medische professies en aan de milieus waaruit die worden gerekruteerd. Bijna alle nu werkzame artsen in Nederland zijn of zelf kinderen van die jaren zestig, in de zin van: zelf in die tijd volwassen geworden; of ze zijn ‘kinderen van jaren-zestigers’, en binnenkort zelfs kleinkinderen. En hoewel er altijd uitzonderingen zullen blijven, is als gevolg hiervan de doorsnee dokter van nu, veel meer dan vroeger het geval was, iemand door wie je ‘gewoon normaal’ wordt bejegend. Over vooruitgang gesproken.

Delen