‘Ik heb het negativisme uit mijn leven gefilterd’

Op 13 november 2015 overleefde fysiotherapeut Ferry Zandvliet de Bataclan-aanslag in Parijs. Na een moeilijke periode, met PTSS, staat de Rotterdammer niet meer in de behandelkamer, maar geeft hij lezingen. “Die nacht, met al die dode mensen om me heen, heeft me enorm aan het denken gezet. Het leven kan zomaar voorbij zijn.”

Tekst: Bert Mol Beeld: De Beeldredaktie/Guido Benschop

Het zou een avondje stappen in Parijs worden. En passant zouden Ferry Zandvliet (40) en drie vrienden uit Rotterdam het concert van Eagles of Death Metal in de Bataclan meepikken. “Ik had de band eerder gezien. Wel aardig, niet bijzonder. Dat avondje stappen, en vooral de autorit met veel slap geouwehoer en lachen, daar ging het om.” Het concertbezoek aan de Bataclan eindigde in een bloedbad, 89 mensen vonden de dood en driehonderd raakten gewond toen islamitische terroristen het vuur vanaf het balkon, het podium en vanuit de entree openden.

Zandvliet vertelt over de eerste schoten. “Je komt in een overlevingsmodus terecht. Het brein neemt het van je over, je handelt niet meer bewust, maar instinctief. Iedereen ging meteen liggen, maakte zich zo klein mogelijk. Pas na een aantal minuten, toen er zich mogelijkheden voordeden, probeerden mensen op handen en knieën te ontsnappen. Ik ook.”

Het was die avond ‘ieder voor zich’. Bij Zandvliet is het geen moment opgekomen om medische hulp te bieden. “Sterker nog, ik heb me proberen te verschuilen achter iemand die getroffen was. Achteraf denk je: hoe heb ik dat kunnen doen? Waarom heb ik niet gekeken of ik iemand kon helpen? Zelfs aan mijn vrienden heb ik niet gedacht. Waarom ben ik gevlucht, over mensen heen gestapt en gaan rennen? Ik deed het gewoon, ik dacht er helemaal niet over na.”

Bataclan was een bijzondere aanslag: de bezoekers zaten in de afgesloten ruimte als ratten in een val. “Wij konden nergens naartoe, dat heeft je brein ook door: ga alsjeblieft niet de held uithangen, dat wordt je dood. Er waren twaalfhonderd bezoekers, er moet toch ook een politieagent in burger onder hen zijn geweest? Er is niemand in actie gekomen.” 

De weken na de aanslag waren ‘een lange achtbaan’, met veel media-aandacht. Zandvliet pakte zijn werk in een Rotterdamse praktijk weer op, maar dat viel zwaar. “Patiënten konden me leegzuigen, klagers sloopten me. Zeuren over een nieuwe knie? Er is geen beter land om dit te laten doen dan Nederland. ‘Als je een half uurtje komt klagen, maak je mijn half uurtje er ook niet leuker op.’ Dat durfde ik opeens wél tegen hen te zeggen, en ze begrepen me.”

Anderhalf jaar na de aanslag kreeg de fysiotherapeut last van PTSS. Van de ene op de andere dag werd hij overvallen door dagelijkse nachtmerries en paniekaanvallen. Gesprekken met hulpverleners, maar vooral met documentairemaker Jessica Flederus, met wie hij acht maanden optrok om een film over de aanslag te maken, hebben hem er doorheen geholpen. 

Vraagtekens bij hoe slachtofferhulp functioneert

Zandvliet zet vraagtekens bij hoe slachtofferhulp in Nederland functioneert. “In Duitsland en Engeland krijg je een trauma-expert toegewezen: iemand die een universitaire studie heeft gevolgd, want zo lastig is dit werk gewoon. Diegene vertelt je precies wat je moet weten en nodig hebt. In Nederland zijn veel goede hulpverleners en goede instanties om naar door te verwijzen, maar het ligt er maar net aan wie je toegewezen krijgt. Terwijl de hulpverlening na zo’n aanslag gewoon 100 procent goed moet zijn.”

Hij weet dat Nederlandse slachtoffers van aanslagen niet met elkaar in contact worden gebracht. “Dat begrijp ik niet. Dat contact is zo belangrijk. Nu praat je met psychologen en mensen in je omgeving, maar niemand snapt echt wat je hebt meegemaakt. Lotgenoten weten dat wel. Ik heb geluk gehad dat mijn vrienden erbij waren, met hen kan ik praten. Je hoeft niet te weten wat er is gebeurd, je wilt weten hoe het met iemand gaat. Echt, dat helpt in je eigen verwerking.” Daar is te weinig aandacht voor, vindt Zandvliet. Het heeft hem ertoe gebracht een besloten internetgroep te starten voor slachtoffers van aanslagen.

Daarnaast geeft de fysiotherapeut veel lezingen. Eerst aan Nederlandse politieregio’s en hulporganisaties, inmiddels aan een veel breder publiek, ook in het buitenland. “Onlangs heb ik lezingen gegeven in San Francisco, San Diego, Las Vegas en op Hawaii. In Wenen heb ik een club van de Verenigde Naties toegesproken, gewoon met mijn lange haren en tatoeages: dit ben ik. Binnenkort ga ik naar Interpol.”

Klagen helpt niet, daar maak je de wereld niet mooier mee. Integendeel

Zijn lezingen gaan steeds minder over de aanslag zelf, steeds meer over zijn levenslessen. “Bijvoorbeeld over het feit dat boosheid niets oplost. Klagen helpt niet, daar maak je de wereld niet mooier mee. Integendeel.” En over de regie nemen over je eigen leven. “Aanvankelijk voelde ik me slachtoffer. Maar dat heb ik kunnen veranderen. Je doet het allemaal zelf, je creëert je eigen geluk. Ik heb het negativisme uit mijn leven gefilterd. Met een aantal mensen, van wie ik alleen maar slechte energie kreeg, heb ik gebroken.” Binnenkort hoopt Zandvliet een Amerikaanse uitgever te vinden voor een boek met zijn ervaringen.

Een half jaar geleden heeft hij voor het laatst in een behandelkamer gestaan; de nieuwe werkzaamheden eisen al zijn tijd op. Van de lezingen kan hij goed leven. “Natuurlijk hoor en lees ik de kritiek; Privé kwam er als eerste mee: ‘Ferry slaat slaatje uit aanslag’. Ik reageer er niet op. Ik bied professionals uitstekende inzichten in wat er gebeurt tijdens en na zo’n aanslag. Het is mijn werk geworden. Mag dat niet vergoed worden?”

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*