‘Ik had een relatie met een patiënt’

Psycholoog Ingrid Candel had een liefdesrelatie met één van haar cliënten. Het veranderde haar leven drastisch. Ze schreef een boek en geeft lezingen en trainingen om (seksueel) grensoverschrijdend gedrag in de zorg te voorkomen. “Let op de prilste tekenen.”

Tekst: Wout de Bruijne Beeld: De Beeldredaktie/Marcel van Hoorn

Ingrid Candel

Ze zou het wel mogen, maar ze wil het niet meer. Althans, in ieder geval voorlopig niet. “Alles is er destijds compleet door op zijn kop gezet. Ik sta op de zogenaamde zwarte lijst, maar mag inmiddels weer in een praktijk aan de slag als psycholoog. Maar wat ik nu doe, is wat ik wil en ik ben het als een soort missie gaan zien.” 

Ingrid Candel (1973) heeft het over de nasleep van de relatie die zij in 2016 een half jaar lang had met een patiënt. “Dat mocht en mag niet, maar die wetenschap alléén voorkwam het bij mij niet. En ik denk bij veel anderen ook lang niet altijd.” 

De liefdesaffaire had grote gevolgen voor Candel. “Ik raakte mijn relatie en mijn baan kwijt en moest ervoor waken mijzelf niet ook nog kwijt te raken. Ik moest mijzelf en mijn hele bestaan opnieuw uitvinden en vulde lange tijd mijn dagen met wandelingen en wandelingetjes, met stenen verven en met plantjes planten.” 

Het scheen de ‘verbannen’ psycholoog toe dat zij toch niet de enige zorgverlener moest zijn met deze ervaring en zij wilde deze ervaring delen met vakgenoten die hetzelfde hadden meegemaakt. Maar die bleken moeilijk te vinden. Candel: “Het lijkt haast wel of die mensen spoorloos verdwijnen. Ik kan het niet bewijzen, heb er geen cijfers van, maar wat we wél van dit soort kwesties te zien krijgen, is het topje van een ijsberg. Daarvan ben ik overtuigd.” 

Toen ze dapper besloot om een blog over haar eigen ervaringen te schrijven, kwamen er wél reacties en zochten mensen contact met Candel. Ze sprak diverse zorgverleners die ook een relatie hadden gehad met een patiënt en hoorde wat er daarna met hen was gebeurd. “Onze verhalen werden voor mij het begin van een verdere zoektocht.” Het leidde tot Ingrid Candels boek Tot hier en niet verder dat afgelopen december verscheen. 

Ze wil daarmee vooral ‘het gesprek op gang brengen’ en bereiken ‘dat meer zorgverleners erkennen dat dit gebeurt en dat het ook henzelf zou kunnen overkomen.’ “Ik wil hen en hun collega’s alert maken op alarmsignalen en daardoor het aantal gevallen van verboden relaties reduceren.” In het boek geeft ‘ervaringsdeskundige’ Ingrid Candel ook praktische tips voor verliefde zorgverleners en ze geeft aan op welke signalen zij en hun collega’s kunnen letten. 

‘Ik wil collega’s alert maken op alarmsignalen’

Alarmbellen kunnen bijvoorbeeld afgaan bij de extra aandacht voor die ene cliënt, een knuffel bij het afscheid, contact via sociale media, ­informeel contact buiten de behandeling om, het uitlopen van de sessies. “Signalen waar ik me destijds te weinig bewust van was en die ook mijn collega’s niet opmerkten. Ik had mijn eigen situatie veel eerder moeten inbrengen en met mijn collega’s moeten bespreken. Ik was toen nog niet zo smoorverliefd en stond op dat moment waarschijnlijk nog wel open voor goede adviezen en waarschuwingen. Het blijft natuurlijk koffiedik kijken, maar misschien had het dan nog een andere wending kunnen nemen. Let op de prilste tekenen.”

Eén van de belangrijkste manieren om tot vermindering van het aantal verboden relaties te komen, is volgens Candel ook meer met elkaar als zorgprofessionals te praten over dit soort moeilijke kwesties. “Ja, wordt dan weleens gezegd, we hebben toch intervisiebijeenkomsten? Maar het is heel makkelijk om daar lastige onderwerpen te mijden en je niet uit te spreken.” Dat komt deels volgens Candel ook omdat zorgverleners niet zo bekend zijn met het bespreken van positieve gevoelens en overdracht daarvan jegens hun cliënten. “Misschien zien we daar het belang niet van in omdat we denken dat het geen rol speelt in het behandelcontact. Als meneer A. ons irriteert en mevrouw B. het bloed onder je nagels vandaan haalt, brengen we dat in op de bijeenkomsten. Dat herkennen we allemaal wel. Maar als we een bepaalde patiënt leuk of aantrekkelijk vinden, dan praten we daar niet over. Uit schaamte, angst of omdat we menen dat het niet van belang is in het behandelcontact. Maar als we alles wat we opmerken in het contact met een patiënt al in een pril stadium durven aan te snijden en te bespreken, kom je ook eerder op het punt om andere keuzes te maken in plaats van af te glijden richting een liefdesrelatie.”

Overigens maakt Candel in Tot hier en niet verder wel globaal onderscheid tussen twee typen zorgverleners. “Kort door de bocht gezegd, heb je degenen die met een cliënt een relatie aangaan die wederzijds op liefde is gebaseerd. Maar je hebt natuurlijk ook de, wat ik noem, ‘zieke’ zorgverlener die de machtsongelijkheid misbruikt voor seks en zich aan dat soort gedrag keer op keer schuldig maakt.” 

‘Ook de ‘oprecht verliefde’ zorgverlener berokkent vaak grote schade aan zijn of haar kwetsbare cliënt’

Candel stelt dat beide categorieën door de tuchtrechter op dezelfde wijze worden aangepakt als (seksueel) grensoverschrijdend gedrag uitkomt. “Meestal volgt direct ­ontslag, onderzoek door de Inspectie en een tuchtzaak. Alles gaat omver: thuis, carrière, ervaring. Dat is hetzelfde voor de ­verliefde verpleegkundige als voor de ‘machtsmisbruiker’. Daar zit iets scheefs in, vind ik. Waarmee”, haast Candel toe te voegen, “ik niet wil zeggen dat de eerste categorie wél vrijuit moet gaan. Want hoewel er zich tussen die zieke professionals gewetenloze, regelrechte psychopaten bevinden, berokkent ook de ‘oprecht verliefde’ zorgverlener vaak grote schade aan zijn of haar kwetsbare cliënt. Volgens de statistieken heeft 90 procent van de patiënten daar achteraf last van. Het moet in alle gevallen voorkomen worden.”  

Om in die preventie haar steentje bij te dragen, geeft Ingrid Candel ook lezingen en trainingen voor zorgverleners. “Ik vraag daarbij aan de zaal weleens wie denkt dat wat ik heb gedaan hem of haar nooit zal gebeuren. Vrijwel altijd gaan alle vingers dan omhoog. Dat is eigenlijk zorgwekkend. Want ik denk dat het dus wél kan gebeuren en dat het zoals gezegd veel meer voorkomt dan we denken.”

Candel wil haar lezers en toehoorders uitnodigen om elkaar vanuit betrokkenheid en gezonde nieuwsgierigheid op een open manier te bevragen. “Om niet gelijk een oordeel te vellen. Alleen dan bespreken we onze menselijke misstappen makkelijker met elkaar en kunnen we echt onderzoeken hoe we deze kunnen voorkomen. Dat brengt ons verder dan zwijgen.”  

3 Reacties Reageer zelf

  1. Carolien
    Geplaatst op 3 juni 2021 om 17:40 | Permalink

    Dapper en heel goed dat je dit onderwerp in het licht hangt. Een liefdesrelatie is me niet overkomen, wel degelijk heb ik signalen herkend en erop kunnen handelen. Het is ook niet raar. In ons vak zoeken we de oprechte verbinding en laten we ook onszelf als mens aan de ander zien.

  2. E. Neven
    Geplaatst op 3 juni 2021 om 18:06 | Permalink

    De oprecht verliefde zorgverlener kan maar een ding doen en dat is de patiënt/client relatie meteen verbreken en betrokkene doorverwijzen naar een andere zorgverlener. Overigens denk ik dat dit zeer vaak voor komt en dat is ook begrijpelijk. Maar juist en snel handelen voorkomt problemen.

  3. anoniem
    Geplaatst op 3 juni 2021 om 18:59 | Permalink

    Als het voorkomt dat een cliënt verliefd wordt op een hulpverlener, is het goed om dit direct bespreekbaar te maken. De zorgverlener kan dan niet verder met deze cliënt. Ik heb dit verder nooit aan de hand gehad in de 30 jaar dat ik in dit beroep zit en heb geen zin in alle consequenties die ik van tevoren wel kan bedenken. Als het me zou overkomen, zou ik dit in de intervisie en/of supervisie bespreekbaar maken en de behandelrelatie op een respectvolle manier beëindigen. Bedankt voor je openheid