Jean Tinguely

Dankzij de vriendelijke bemiddeling van Willem van Beek, coördinator van de bibliotheek van het Stedelijk Museum Amsterdam, mocht ik in 1994 een uurtje ‘spelen’ met de Méta-Matic no. 10 (1959) van Jean Tinguely (1925-1991). Het gaat om een van de minstens twintig tekenmachines die deze Zwitserse kunstenaar tussen 1955 en 1959 heeft ontworpen. De Méta-Matic no. 10 werd in april 1961 na de legendarische expositie Bewogen beweging voor 2750 gulden door de gemeente Amsterdam aangekocht. Het voorvoegsel van het Griekse woord ‘meta’ in veel titels van kunstwerken van Tinguely verwijst zowel naar datgene wat achter of na iets komt (denk aan “metafysica”) als naar een proces van verandering (denk aan “metamorfose”).

Met een ijzeren ‘arm of ‘poot’ die aan het eind een pen, potlood of stift omklemt maakt de machine tekeningen. Vanuit mijn fascinatie voor krabbels van peuters vroeg ik toestemming voor dit experiment met de vraag welke overeenkomsten en verschillen er zijn met het kunstwerk van Tinguely. De tekenontwikkeling van jonge kinderen (en mensapen) wordt namelijk in grote mate bepaald door de anatomie en fysiologie van de rechterarm, inclusief het schoudergewricht. Feitelijk geldt hetzelfde voor de Méta-Matics ondanks de onderlinge verscheidenheid en zichtbare verschillen met het menselijk lichaam (de tekenmachine heeft meer de contour van een vogel).

Het ontroerde mij bijna om te constateren dat de Méta-Matic 10 tijdens de eerste seconden nadat de machine was aangezet moeite had om de stift op het papier te houden. Hetzelfde zien we immers ook bij jonge kinderen die voor het eerst krabbels maken. Dat maakt ons bewust van de complexiteit van tekenen en schrijven (in het klassieke Grieks vallen deze samen onder woord ‘graphein’) als processen waarbij in onze driedimensionale wereld iets op papier – dat slechts twee dimensies heeft – moet verschijnen.

Het ‘leerproces’ van de Méta-Matic 10 verliep echter wonderlijk veel sneller dan bij peuters. Met een potlood als tekengerei leverde de machine al na vijf minuten een prent af waarvoor zelfs kunstenaars zich niet behoeven te schamen; er zullen misschien wel mensen zijn die in het resultaat een weergave van het menselijk brein zien.

De ironie wil dat Jean Tinguely zijn tekenmachines heeft gemaakt met een vette knipoog richting tachisme, een schilderstijl binnen de abstracte kunst, waarbij kunstenaars zich laten bewegen door intuïtieve impulsen. Zoals het werk van Karel Appel leidde tot de reactie ‘dat kan mijn kind ook’, zou Tinguely hetzelfde kunnen zeggen van zijn Méta-Matics. Dat het publiek zelf door het aan- en uitschakelen van de machine het resultaat kon beïnvloeden werkte extra beschamend.

In het oeuvre van Tinguely staan de Méta-Matics op zichzelf. Vanuit zijn kritische visie op een samenleving waarin steeds meer mensenwerk wordt overgenomen door machines, maakte de kunstenaar levenslang juist machines die níets produceerden. Na de ‘constructieve’ Méta-Matics volgden grotere ‘destructieve’ machines die zichzelf vernietigden.

Het werk van Jean Tinguely kan in een veel breder kader worden geplaatst. In 1920 schreef de Tsjech Karel Čapek (1890-1938) het toneelstuk R.U.R. (Rossums Universele Robots), waarin het woord “robot” werd geïntroduceerd. In Europa had de mechanisatie in het arbeidsproces tot een industriële revolutie van ongekende omvang geleid. De Amerikaanse schrijver en biochemicus Isaac Asimov (1920-1992) oogstte wereldwijd succes met robotverhalen en formuleerde drie – nog altijd gerespecteerde ­– ethische wetten waaraan robots moeten voldoen. De tekenmachines van Tinguely kunnen ook als robots worden beschouwd: aangedreven door een elektromotor voeren zij menselijke handelingen uit.

Hoe fraai het resultaat ook is – we zien steeds ‘dezelfde handeling’

Met enige fantasie kunnen wij de Méta-Matics ook naar zowel hun schepper als degenen die er mee werken laten kijken. Is de mens zelf eigenlijk ook niet een machine? Dat brengt ons bij L’Homme Machine (1748), het zeer spraakmakende boek van de Franse arts en filosoof Julien Offray de La Mettrie (1709-1751), voor wie dat inderdaad het geval was. Maar we kunnen onze blik ook richten op Italiaanse arts en natuurwetenschapper Luigi Galvani (1737-1798), die in 1780 ontdekte dat spieren in een geprepareerde kikkerpoot onder invloed van statische elektriciteit contraheren. Zijn neef Giovanni Aldini (1762-1834) kon door het elektrificeren van menselijke lichaamsdelen zelfs de illusie van leven wekken. Werkt de ‘menselijke machine’ ook op elektriciteit? Tegenwoordig zijn we dankzij ECG’s en EEG’s vertrouwd met de gedachte dat in ons lichaam sprake is van elektrische activiteit.

De tekenmachines van Tinguely hebben een elektromotor maar geen brein. Ik heb de Méta-Matic no. 10 heel wat tekeningen laten maken, maar door verschillende kleuren te gebruiken werd duidelijk dat – hoe fraai het resultaat ook – steeds ‘dezelfde handeling’ plaats vond. Het menselijk brein onderscheidt zich hiervan wezenlijk.

Onder de titel Machinespektakel loopt nog tot 5 maart a.s. in het Stedelijk Museum Amsterdam een overzichtstentoonstelling met het werk van Jean Tinguely. De Méta-Matic no. 10 is uiteraard ook te zien, maar niet in bedrijf. Een suppoost vertelde dat de tekenmachine erg krakkemikkig is geworden. Dat hoeft geen verbazing te wekken. Voor een machine is 58 jaar een respectabele leeftijd. U kunt er dus nog wel naar kijken maar ermee ‘spelen’ is er helaas niet meer bij.

Delen