Kipnuggets en COVID-vaccin

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Weet je nog van die wachtrij voor de ingang van de priklocatie van het plaatselijke ziekenhuis? Van twintig of dertig meter en soms nog langer. Ja, buiten… ook wanneer het stortregende. Ziekenhuizen werden vestingen. De ingang was half afgesloten zodat niemand ongezien naar binnen kon glippen. Achter een twee meter hoog kartonnen scherm met een kleine opening, waardoor je net een gezicht kon zien, zat een receptioniste die vragen op jou afvuurde. Wanneer je geen enkele klacht had die mogelijk zou kunnen wijzen op COVID, kon je met een groene pas naar binnen.

Naar ik mag aannemen één of andere manager kwam toen op het uitstekende idee om ook voor prikposten afspraken te laten maken. Ik heb nooit begrepen waarom een pandemie nodig was om hierop te komen, want de wachtruimte van de prikpost, waar ik regelmatig kom, stond niet zelden stampvol mensen. Tijdens een griepperiode liep je hier grote kans om besmet te worden, maar ziekenhuisbezoeken zijn überhaupt niet zo bevorderlijk voor de gezondheid. Het werd ook mogelijk om online het rijtje vragen te beantwoorden, waarna je zelf een soort toegangspas kon printen. Die werd bij de ingang gecontroleerd door de receptioniste. Zij keek er ook streng op toe dat handen werden ontsmet.

Hoe anders is het ondanks alles nu. De schuifdeur gaat weer gastvrij naar beide kanten op. Het scherm staat opgeklapt tegen de muur. De receptioniste is vervangen door een dispenser met medische mondneusmakers. Aan het begin van de pandemie kocht ik een doos met twintig van dergelijke maskers voor pakweg zeventig euro als het niet meer was. Wanneer ik een slecht geweten had, zou ik die nu zomaar voor nop uit de dispenser kunnen halen. Het is zeldzaam rustig. Mijn oog valt direct op een nieuwe verfraaiing van de wachtruimte: een wandfoto van een klassiek kerkaltaar met – op de rug bekeken – een deemoedige gelovige. Zoiets stemt tot nadenken maar daarvoor is geen tijd. Vijf minuten te vroeg roept een laborante mijn naam: ‘meneer of mevrouw Schretlen’. Mijn voornaam is voor velen gender-neutraal.

‘Allemaal schijnveiligheid, meneer, állemaal schijnveiligheid’

Ik tref een aardige dame, rond de vijftig, ervaren en spraakzaam. Maar ook met een stevig hoestje en – hé, hoe kan dat nou – geen masker. ‘Natuurlijk houden wij ons aan de landelijke richtlijnen,’ zou later een medewerker van de afdeling communicatie van het ziekenhuis zeggen, wanneer ik daarover een vraag stel. Ik had natuurlijk geen ander antwoord verwacht. ‘Maar kan het op de werkvloer voorkomen dat medewerkers géén masker dragen,’ vraag ik netjes. ‘Dat hangt af van de situatie,’ luidt haar cryptische antwoord. Ik leg de situatie uit waarover ik een vraag heb uit. ‘Wanneer u ontevreden bent, moet u een klacht indienen…. of u zet alles maar in een mail.’  Aan geen van beide heb de behoefte.

De laborante heeft alle tijd voor een praatje. Waarom kan nú iedereen – al dan niet met klachten – op deze prikpost terecht? Op zijn minst had men naar de QR-code van de CoronaCheck kunnen vragen. Nu worden ook besmette mensen met klachten zomaar toegelaten. ‘Iedereen heeft recht op medische zorg,’ zegt de dame met opgeheven hoofd. Dan laat zij haar kin wat zakken en vervolgt: ‘Allemaal schijnveiligheid, meneer, állemaal schijnveiligheid. Mensen die besmet zijn en klachten hebben kunnen de gestelde vragen met nee beantwoorden.’ En pets boem, daar schopt zij pardoes een gele plastic afvalemmer met gebruikt laboratoriummateriaal om. Een deel komt bij mijn linkerschoen terecht. De helft wordt opgeruimd, de rest blijft liggen.

‘Ik ben zelf gevaccineerd,’ zegt de laborante om mij gerust te stellen. ‘Ik mag toch aannemen dat dit voor al uw collegae geldt,’ opper ik. ‘Oh nee, helemaal niet…. Er lopen hier heel wat ongevaccineerde ‘gekkies’ – ook artsen en verpleegkundigen – rond…. Ja zelfs op de IC, waar ik af en toe kom.’ De priksessie is vrijwel ongemerkt verlopen. Dit is inderdaad het werk van een échte routinier. Terwijl ik mijn jas aantrek, moet de dame nog iets kwijt: ‘Ik trof onlangs op de IC een knul van zeventien met COVID. Hij vocht voor zijn leven. Natuurlijk niet gevaccineerd, want – zo zeggen dan die knapen – je weet nooit wat er in dat vaccin zit. Maar op feestjes snuiven ze wel van dat witte spul. Vertrouwen zij dat wel? En wat als ik kipnuggets bij de McDonald’s haal. Weet je dan precies wat er allemaal inzit?

Één Reactie Reageer zelf

  1. Martien Veekens
    Geplaatst op 4 januari 2022 om 23:52 | Permalink

    “Allemaal schijnveiligheid, meneer, állemaal schijnveiligheid.” Ik vind het steeds moeilijker worden om een mening te vormen.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*