Kleine zorgverzekeraar scoort goed

Volgens onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat kleine zorgverzekeraars het best worden beoordeeld. ONVZ, verzekeraar bij wie de VvAA zorgverzekering is ondergebracht, scoort structureel goed en past bij de leden.

Tekst: Andrea Linschoten | Beeld: Shutterstock

 

De Consumentenbond doet jaarlijks een onderzoek naar de zorgverzekeraars via de Zorgmonitor, een enquête onder ruim 10.000 leden. De laatste resultaten laten zien dat de kleine zorgverzekeraars het best worden beoordeeld. Over de periode 2012-2016 scoren DSW, ONVZ en PNOzorg het beste. ONVZ staat daarbij op de tweede plaats. Kijken we alleen naar 2017, dan staat ONVZ op de derde plaats. In het onderzoek wordt onder meer gevraagd naar de klantenservice van de verzekeraar, hoe de verzekeraar de rekeningen afhandelt en naar een beoordeling van de informatievoorziening.

Uit de Zorgmonitor over 2012-2016 blijkt dat voor steeds meer mensen de beperking van de keuzevrijheid door de zorgverzekeraar een reden is om over te stappen. Van 47 procent in 2013 tot 61 procent in 2016. VvAA heeft al ruim 10 jaar haar zorgverzekering voor de leden ondergebracht bij ONVZ. Waarom koos VvAA voor deze – relatief kleine – zorgverzekeraar?

Manager verzekeringstechniek bij VvAA Bert Hesp was destijds nauw betrokken bij de zoektocht naar een goede zorgverzekeringspartner: “Bij de komst van het nieuwe verzekeringsstelsel, in 2006, was VvAA met circa 23.500 zorgverzekerden te klein om zelfstandig te kunnen overleven tussen de grote zorgverzekeraars met soms méér dan een miljoen klanten. Dus zocht VvAA een partner. Belangrijkste eisen waren dat die partij de vrije artsenkeuze zou respecteren, weg wilde blijven uit de spreekkamer van de zorgverlener en vooral deed wat een verzekeraar moet doen: het risico op soms heel hoge kosten in de gezondheidszorg afdekken voor haar verzekerden.

ONVZ, een van de kandidaten, stond bekend als de Rolls Royce onder de ziektekostenverzekeraars. De zorgverzekeringen die ONVZ had ontwikkeld, waren gericht op het hogere marktsegment en hier was ook het bedieningsconcept op afgestemd: perfecte service en persoonlijke aandacht. Kortom, een combinatie van passende producten voor de doelgroep en bijbehorende service. Dit sloot naadloos aan bij de behoefte van de doelgroep van VvAA.”

Dunste contracten

In de verkenningsronde vroeg VvAA aan verschillende zorgverzekeraars hoe zij omgingen met de contractering van de zorgverleners. Hesp weet nog de reactie van ONVZ: ‘Wij hebben de dunste contracten van iedereen’. “Die oneliner was voor ons doorslaggevend.”

Sindsdien is de VvAA zorgverzekering ondergebracht bij ONVZ. Dat ONVZ voor VvAA een goede keuze was, werd nog eens bevestigd toen in 2014 in de Tweede Kamer werd gesproken over Artikel 13, waarbij de vrije artsenkeuze ingeperkt dreigde te worden. Hesp: “ONVZ, en daarmee ook de VvAA zorgverzekering, bleef als nagenoeg enige zorgverzekeraar vasthouden aan een zuivere restitutieverzekering. ONVZ past daarmee goed bij VvAA als voorstander van vrije keuze en daarmee belangenbehartiger van onze leden.”

Hesp kent de geluiden dat ONVZ niet de goedkoopste premie heeft. Zijn reactie: “Omdat ONVZ geen winst nastreeft, is de premie voor de VvAA basisverzekering altijd concurrerend met andere verzekeraars. De laagste premie zal het nooit zijn en dat willen we ook niet. De laagste premie zou immers alleen maar lukken als er steeds weer wordt bezuinigd op de tarieven van zorgverleners, de leden van VvAA.”

vvaa.nl/zorg

 

Één Reactie Reageer zelf

  1. R. van Tilburg
    Geplaatst op 5 december 2017 om 23:49 | Permalink

    Als ergotherapeut (eerstelijn, eigen praktijk) èn lid van VVAA, ben ik toch teleurgesteld in de ontwikkeling die gaande is bij ONVZ .
    Met name de laatste zin: ‘de laagste premie zou immers alleen maar lukken als er steeds weer wordt bezuinigd op de tarieven van zorgverleners, de leden van VVAA’.
    Dat is nou precies wat er gebeurt met de tarieven van in elk geval ergotherapie! een aanzienlijke daling van het tarief per behandelkwartier (3,7%) en het tarief voor aan-huis-toeslag (15,4%)
    Dat terwijl de praktijk (verzekerings)kosten stijgen.
    Of wij als leden van VVAA blij moeten zijn met de nieuwe samenwerking binnen VRZ ? Neem een voorbeeld aan DSW: zelfstandig, klein en reëel, ook in de beloning van paramedici!

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*