Land Rover Defender

Kan de nieuwe Land Rover Defender het iconische oude model met die naam doen vergeten? 

Tekst: Bart van den Acker | Beeld: Land Rover

De oer-Land Rover, geïntroduceerd in 1948, is 68 jaar lang doorontwikkeld en kreeg in de tussentijd de naam ‘Defender’. Na vier jaar brengt Land Rover nu opnieuw een model met die naam. Dit is uitsluitend een eerbetoon aan die stamvader. De nieuwe Defender is een moderne, gróte en rijk uitgeruste terreinauto, geen ongeciviliseerd werkpaard zoals de oude. Het is daarmee lastig te bepalen wat deze nieuwe nou zoveel anders maakt. 

Prijs vanaf € 96.790,- Bijtelling 22 procent

Met vijf meter lengte en twee meter breedte is de Defender royaal bemeten, maar het zijn vooral de hoogte van eveneens twee meter en zijn hoekige bouw die hem uiterlijk wel heel indrukwekkend maken. Onoverzichtelijk? Ach, er zijn ‘helicopterview’- camera’s om te kunnen inparkeren.

Het interieur is erg ruim; achterin kun je bijna rondlopen. Voor de bagageruimte wordt geen maat opgegeven, die is royaal 500 liter, schat ik. Er zitten tal van slimme details in, van haken en ogen om bagage vast te zetten tot USB-aansluitingen voor iPads achterin. Instappen is inklauteren, uitstappen bijna springen. De zit is hoog, maar comfortabel.

Het instrumentarium is een zoekplaatje, de werking niet altijd even logisch. De spraakbediening van o.a. navigatie werkt onacceptabel. De functies op het centrale display zijn onder het rijden niet te bedienen  en de cruisecontrol is vaak onhandig. 

‘Instappen is inklauteren, uitstappen bijna springen’

Natuurlijk – want het is een Land Rover – is de Defender ijzersterk in ruw terrein. Met zijn vierwielaandrijving en lage gearing sleurt hij een paardentrailer als een modderworstelaar uit een zompig weiland en je merkt het zeiljacht met trailer op de havenhelling niet eens op. Toch is dit geen auto waar je met modderlaarzen instapt. Ergens wringt dat. Daarvoor is-ie nou weer net te netjes. Hij mag wel 3.500 (!) kg trekken en er mag 80 kg op het dak. 

Het rijden op normale wegen gaat prima bij een relaxte rijstijl. Het is nogal een schip (2.323 kg leeg), de maatvoering vraagt gewenning, maar met 100 km/u op de snelweg is het lang uit te houden, tenzij er stevige zijwind staat.

Er zijn voorlopig twee benzine- en twee dieselmotoren beschikbaar, in alle gevallen met een verfijnde achttrapsautomaat. Ik reed de sterkere (177 kW/240 pk) diesel. Meer vermogen is niet nodig en hiermee is het een rustgevende, goedmoedige auto. Het gemiddelde verbruik van ruim 1 op 12 valt me gezien gewicht en vormgeving alles mee. Er komt een plug-in hybride, die is het wachten waard door lagere BPM en lager verbruik. Naast de vijfdeurs ‘110’ en driedeurs ‘90’ op personenautokenteken, kunnen professionele gebruikers ook kiezen voor een ‘grijs’ kenteken. 

Conclusie: de Defender heeft een beroemde naam, maar is nuchter bezien alleen een nieuw, extra model. Aan capaciteiten geen gebrek, maar waarschijnlijk wordt hij vooral gekocht om imago en uitstraling.