Leeg nest

Peter Boot
Peter Boot is adviseur bij VvAA financieel-economisch adviesbureau. Lees alle artikelen van Peter Boot

Toen ik het thema van deze Arts en Auto zag, ‘de tweede woning’, moest ik denken aan een gesprek dat ik laatst met een dierenarts had. Haar twee opgroeiende kinderen zijn op een leeftijd gekomen dat ze voor een studie gaan kiezen. De oudste treedt enigszins in de voetsporen van zijn moeder, althans hij gaat humane geneeskunde studeren. En tja, er is geen universiteit in de directe omgeving dus hij zal gaan uitvliegen. Dat vindt zijn moeder op zich al een hele gebeurtenis – zoals vast velen zullen herkennen (noemen ze dat niet het legenestsyndroom?) – maar daar komt nog bij dat het vinden van woonruimte niet gemakkelijk blijkt in de studentenstad. Huurkamers zijn moeilijk te vinden en de prijs-kwaliteitverhouding laat naar haar oordeel zwaar te wensen over. Zo kwam het gesprek met de dierenarts op de mogelijkheid om een appartement te kopen en dit aan haar zoon te verhuren tijdens zijn studie; wellicht zou haar dochter er later ook nog gebruik van kunnen maken.

Er wordt rekening gehouden met een leegwaarderatio

Dit is natuurlijk een goede aanleiding om een tweede woning te kopen, los van het veelal recreatieve argument. Vanzelfsprekend deed zich de vraag voor hoe een dergelijk appartement fiscaal wordt behandeld. Een tweede woning voor recreatieve doeleinden wordt meegeteld in de grondslag voor de vermogensrendementsheffing in box 3. De woning die deze dierenarts zou willen kopen om aan haar zoon te verhuren, wordt eveneens meegeteld in box 3. Maar hiervoor geldt wel een bijzondere wijze van waarderen: omdat het pand wordt verhuurd, wordt er rekening gehouden met een zogenaamde leegwaarderatio. Deze ratio wordt bepaald door de mate waarin de huur zakelijk dan wel onzakelijk is. Hierdoor zou in dit voorbeeld het appartement maar voor slechts 66 procent van de WOZ-waarde worden meegeteld.

Interessant voor wie overweegt een appartement te kopen om aan de kinderen te verhuren.