Lezen voor mannen

Een leesclub? Dat is toch iets voor laat-middelbare vrouwen die niets om handen hebben? Nee hoor, zo blijkt uit een rondgang langs vier medici die juist van alles om handen hebben, maar tóch toegewijd lid zijn van een leesgroep. En het zijn nog mannen ook.

Tekst: Hans Bouwman | Beeld: Shutterstock

Ik zeg altijd spottend: vóór ik bij de leesgroep kwam, las ik alleen seks, geweld en sciencefiction. Sinds ik in groepsverband lees, is mijn blik op boekengebied aanzienlijk verbreed. Je gaat begrijpen wat kwaliteitsliteratuur is, leert dwarsverbanden leggen met andere boeken. Het lezen heeft voor mij een extra dimensie gekregen.”

Aan het woord is Dick van Norren, emeritus-hoogleraar oogfysica (UMC Utrecht). Hij is enthousiast lid van een van de ongeveer vijftien leesgroepen die neerlandicus en gallicist André Spruit al ruim 25 jaar organiseert in de regio Amersfoort en het Gooi. Spruit schreef twee kloeke werken voor leesgroepen, waarin hij in totaal 250 boeken bespreekt: Van Alberts tot Zola en Van Alain-Fournier tot Belle van Zuylen.

‘Het lezen heeft voor mij een extra dimensie gekregen’

De neerlandicus moet daarmee een van de actiefste leesgroep-organisatoren van ons land zijn. En hij staat bepaald niet alleen. Nederland telt naar schatting tussen de drie- en vijfduizend leesgroepen, met gemiddeld negen leden per groep, zo wees onderzoek van de Open Universiteit uit. Ze komen zes tot acht keer bijeen om rond een boek van gedachten te wisselen.

Het cliché wil dat leesgroepen vooral uit laat-middelbare vrouwen bestaan. Dat dit niet uit de lucht is gegrepen, ontdekte Johannes Wegdam, chirurg aan het Elkerliek Ziekenhuis te Helmond, toen hij een aantal jaren geleden bij zijn plaatselijke boekhandel vroeg naar het bestaan van leesgroepen in de omgeving.

Er bleken er zeventien te zijn. “Maar”, zei de dame van de boekhandel, “u bent een man. En de zeventien leesgroepen bestaan allemaal uit vrouwen. U kunt beter uw eigen leesgroep oprichten.” Dat deed Wegdam en sinds 2014 is hij lid van een inmiddels uit negen leden bestaand leesgezelschap. Allemaal mannen. Ze lezen, net als de groepen van Spruit, afwisselend klassiekers en pas verschenen literatuur.

Opgericht door een vrouw

De leesgroep als vrouwenclubje: ook Michiel Blans, intensivist aan het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem, herkent het beeld, maar noemt het onvolledig. “De leesgroep waarvan ik deel uitmaak, bestaat uit allemaal mannen, en werd ooit opgericht door een vrouw die zich nu eens niet met uitsluitend lezende vrouwen wilde omringen. Ironisch genoeg is ze er na acht jaar uitgestapt. Het bleek dat de interesses toch niet helemaal parallel liepen. Misschien zijn mannen iets meer feitgericht en vrouwen meer geïnteresseerd in psychologische ontwikkelingen en intermenselijke verhoudingen.”

Dostojevski

Bij de leesgroepen van André Spruit blijkt de mix van mannen en vrouwen juist uitstekend te werken. Dat heeft wellicht ook met zijn werkwijze te maken. Waar de meeste leesgroepen in overleg een boek uitkiezen en de leden bij de bijeenkomsten met elkaar in gesprek gaan, bepaalt Spruit wat er gelezen wordt, al staat hij open voor suggestie van de leden. “Toen iemand laatst Dostojevski voorstelde, heb ik wel gewaarschuwd dat dat een flinke klus zou worden. Maar men ging de uitdaging graag aan en uiteindelijk is dat heel succesvol verlopen.”

Bij de leesgroepen van Spruit beginnen de bijeenkomsten met een college door hemzelf, dat soms gepaard gaat met het afspelen van geluidsopnamen, zoals voordrachten door de auteur. Ook neemt Spruit dikwijls secundaire literatuur mee, voor wie zich verder wil verdiepen. Vervolgens is er ruimte voor vragen en discussie.

“Ik meende altijd dat ik te veel andere bezigheden had voor zo’n leesgroep”, aldus neuroloog Kees Boutkan, laatstelijk verbonden aan Meander Medisch Centrum in Amersfoort.

“Op uitnodiging van André besloot ik één keer te komen luisteren. Hij vertelde toen zó bevlogen, deskundig en enthousiasmerend over Hadrianus’ Gedenkschriften van Marguerite Yourcenar dat ik verkocht was. Dankzij André durven wij ook boeken aan die we anders links zouden laten liggen. De man zonder eigenschappen van Robert Musil bijvoorbeeld; 1500 pagina’s en niet gemakkelijk, maar wat een fascinerend boek.”

‘Ik meende altijd dat ik te veel andere bezigheden had voor zo’n leesgroep’

Alle betrokkenen zijn het erover eens dat een ‘leesgroep-boek’ aanknopingspunt moet kunnen zijn tot een goed ‘filosofisch discours’. “Je moet er niet na tien minuten over uitgespraat zijn.” Soms duikt er een boek op met een interessante medische insteek. Dick van Norren: “In Dokter Glas (1905) van de Zweedse schrijver Hjalmar Söderberg vergiftigt de arts uit de titel een monsterlijke figuur, een patiënt van hem. In de tijd dat wij het boek lazen, verscheen de roman Gregorius (2009) door Bengt Olsson, over dezelfde zaak, maar geschreven vanuit het standpunt van het slachtoffer.” Kees Boutkan, lid van dezelfde leesgroep: “Over die twee boeken viel niet alleen literair veel interessants te zeggen, maar zeker ook vanuit medisch-ethisch oogpunt.”

Soms valt zo’n medische insteek juist tegen. Michiel Blans las met zijn groep het autobiografische Als adem lucht wordt van de Amerikaanse neurochirurg Paul Kalanithi, die op jonge leeftijd kanker kreeg. Blans: “Het is voor een medicus vaak lastig anderen te vertellen wat je werk nu precies behelst. Een boek met een medicus als hoofdpersoon kan daarbij helpen. Als adem lucht wordt is medisch gezien ook een interessant boek, maar het sterk Amerikaanse karakter zat ons, als Nederlandse dokters, toch in de weg. Deels omdat de medische praktijken in de VS behoorlijk anders zijn, deels ook omdat het voor onze begrippen een tearjerker was.”

Filosofische exercitie

Johannes Wegdam beschouwt het lezen als een verrijkende ervaring die bij kan dragen bij het nemen van de juiste medische beslissingen. “De afweging om iemand wel of niet te opereren is vaak niet alleen een kwestie van richtlijnen, maar kan een heel filosofische exercitie zijn. Hoe dien ik het best de kwaliteit van leven? In Zen en de kunst van het motoronderhoud probeert Robert M. Pirsig zo goed mogelijk te omschrijven wat kwaliteit is. Wij medici zijn allemaal bezig met de kwaliteit van zorg en uiteindelijk met een betere kwaliteit van leven. In goede literatuur komen alle aspecten van het leven aan de orde. Ik denk dat lezen een dokter net iets meer voelsprieten kan geven zijn patiënten de juiste vragen te stellen en zo de zorgkwaliteit te optimaliseren.”