Ligduurverkorting

Het onderwerp ‘ligduurverkorting’ heeft een soort vanzelfsprekendheid in zich: elk jaar kan tot nu toe de ligduur van patiënten verder omlaag. Ook is het vanzelfsprekend dat het vanuit de toenemende druk op de kosten nodig dat ziekenhuizen daar continu aan werken. Tegelijkertijd roept ‘ligduurverkorting’ ook altijd iets van jeuk op bij verpleegkundigen en specialisten. Waarom is dat?

Onlangs zijn vier afdelingen in het Antonius gezamenlijk gestart met een verbeterproject dat in eerste instantie ‘Ligduurververkorting’ heette. Bij de eerste discussies met de betrokken specialisten, arts-assistenten en verpleegkundigen over het probleem wat met het project aangepakt wordt ,werd de insteek al snel aangescherpt tot de ‘belemmeringen om voor patiënten een optimaal herstelproces te realiseren’. Hieronder is de tekening weergegeven die ontstaan is in die discussie.

LigduurverkortingFiguur: Fictief herstelproces van een patiënt.

Onder de horizontale lijn is een patiënt beter af op de verpleegafdeling. Erboven is een patiënt beter thuis af of in een andere zorginstelling. Een patiënt komt dus altijd onder de grens binnen en verlaat het ziekenhuis als het goed is altijd boven die lijn, bij voorkeur zo kort mogelijk na het doorkruisen ervan. Vervolgens zijn bij dit soort tekeningen discussies gevoerd, zoals (ik laat de meer patiëntspecifieke medische discussies hier buiten beschouwing):

  • Wie bepaalt waar de lijn ligt voor een patiënt?
    • Verschillende artsen die bij deze patient betrokken zijn kunnen onderling van mening verschillen
    • Verpleegkundigen en artsen kunnen van mening verschillen. Hoe wordt dat afgestemd?
    • Op welke wijze bepaalt de patiënt zelf waar die lijn ligt?
    • Wat verwacht de patient überhaupt van de opname en in hoeverre bespreken we dat bij opname en herijken we dat gedurende het verblijf?
  • Welke interventies bevorderen het herstel?
    • Hoe weten we dat voor deze patientengroep in algemene zin en hoe weten we per patient of dat herstel optreedt zoals verwacht?
    • Hoe snel signaleren we een terugval in het herstel van de patiënt? Hoe achterhalen we de oorzaak van de terugval? Hoe wisselen verpleegkundigen en artsen daarover uit?
    • Wat is wetenschappelijk bekend?
    • Wat zijn de verschillende fases met verschillende soorten interventies en verschillende rolverdelingen die we kunnen definiëren? Bijvoorbeeld:
      1. Stabiliseren
      2. Herstellen
      3. Uitzieken
  • In de fase van uitzieken: wanneer het best in het ziekenhuis en wanneer thuis?
  • Hoe ver voordat de horizontale lijn gehaald wordt (de ‘verwachte ontslagdatum’ (VOD) als die goed ingeschat is), wordt de trend (of trendbreuk) gesignaleerd en tijdig geanticipeerd zodat de patient dan ook naar huis kan, of een bijgestelde behandeling krijgt als het niet goed verloopt.
    • Wat zijn redenen waarom we soms onnodig terughoudend zijn voor ontslag? (bijv. arts-assistenten)
  • Wat zijn de criteria voor die grens? Bijvoorbeeld:
    1. Behandelbehoefte (bijv. af te leiden uit de bloedwaardes)
    2. Wat kan de patiënt?
    3. Hoe is de thuissituatie?
  • Zijn we te veel op verblijf in het bed ingericht, terwijl in de herstel- en uitziekfase patienten juist zo min mogelijk in bed moeten verblijven?
  • Wat belemmert een optimaal herstelproces?
    • Verkeerde interventies voor deze patiënt
    • Te laat bijstellen van interventies
      • Patient voelt of neemt de ruimte niet om zelf te signaleren hoe het herstelproces verloopt en wanneer terugval optreedt
    • Verstoringen in de rust
      • Lawaai in de nacht
        • Harde klik van de omkleedkamer van het personeel
        • Piepjes van de beveiliging van de medicijnruimte
        • Hakken van mensen die rondlopen
      • Vroeg opstaan
    • Niet de juiste voeding voor deze patiënt
  • Wanneer treden de meeste belemmeringen op?
    • Bij opname / overname?
    • Tijdens de diagnostische fase?
    • Tijdens stabiliseren?
    • Tijdens het herstelproces?
    • Nadat de patiënt eigenlijk al naar huis kan?

Mooie discussies die concreet maken welke stappen in het zorgproces waarde toevoegen en waar verspilling optreedt die we verder moeten analyseren. Een conclusie was ook dat voor sommige individuele patienten juist een langere ligduur wenselijk is voor een optimaal herstel (bijvoorbeeld omdat die later heropgenomen zijn doordat ze onvoldoende hersteld zijn). Dat leidde ertoe dat de naam van het project door de verbeterteams omgedoopt werd van ‘Ligduurverkorting’ naar ‘Ligduurverbetering’.

Roept de figuur van het herstelproces herkenning op?

 

Delen