Lisette

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Voor het slapen trekken dokters net als hun patiënten een gestreepte pyjama of nachtjapon met roze bloemetjes aan. Zij denken ’s avonds laat aan andere dingen dan aan jou. Maar ondertussen lig jij wel in bed te piekeren over jouw gezondheid. De andere studenten van jouw groep zetten de bloemetjes buiten in jouw favoriete kroeg Olivier. Wie weet drinken er een of twee Paulaner, waar jij zelf zo dol op bent. Het lijkt me verstandig dat je niet met hen bent meegegaan, zolang je met moeheid kampt moet je beslist geen roofbouw op jouw lichaam plegen. Maar het blijft voor jou natuurlijk zwaar klote.

Het heeft de Heer behaagd ziekten en aandoeningen gelijkelijk te verspreiden over specialismen, maar hierna hield klaarblijkelijk zijn rechtsgevoel op. Waarom het ene schepsel het zo veel zwaarder voor de kiezen krijgt dan het andere mag god weten, maar deze blijkt niet van plan om hierover een tip van de sluiter op te lichten. Het had hem trouwens niet misstaan wanneer hij ervoor had gezorgd dat nieuw leven een behoorlijke poos gevrijwaard blijft van enge bedreigingen van de gezondheid. Wanneer je iemand het licht in de ogen gunt moet het wel een tijdje leuk blijven.

Wanneer je iemand het licht in de ogen gunt moet het wel een tijdje leuk blijven

Beste Lisette*, we kennen elkaar al heel lang, drie huizen verder ben je opgegroeid, als kleuter speelde je met onze dochter, maar jij ging naar een andere basisschool en middelbare school voordat je in Utrecht communicatie- en informatiewetenschappen ging studeren.

Jouw ouders weten dat ik huisarts ben geweest en vroegen mij of jij een keer langs mocht komen. Dergelijke verzoeken roepen eerlijk gezegd ambivalente gevoelens bij mij op. Natuurlijk wil ik jou graag helpen, als bijna-buur voel ik mij hiertoe ook verplicht, maar ik ben in al die jaren weggedreven van de praktijk, ik probeer nog wel vanaf enige afstand de belangrijkste ontwikkelingen te volgen maar inmiddels is mijn perspectief verschoven van dat van dokter naar dat van patiënt.

Voorafgaand aan jouw bezoek stuurde je mij een flink dossier, Lisette, deels specialistenbrieven en deels uitslagen van onderzoeken. Het merendeel kwam van jouw elektronisch dossier van het ziekenhuis en de rest van jouw huisarts. Wanneer ik wil weten hoe iemand bij een restaurant heeft gegeten, heb ik niets aan een menu en een factuur. Dan telt louter het verhaal. Dus liet ik jou een uur lang jouw verhaal vertellen.

Een medische geschiedenis kent altijd meerdere verhaallijnen: de belangrijkste betreft jouw klachten, de tweede de impact hiervan op jouw leven, de derde jouw ervaringen met dokters, en pas op de laatste plaats komt voor mij datgene waartoe artsen zich het liefst beperken: de te hoge en/of te lage waarden bij het laboratoriumonderzoek, welke afwijkingen er op röntgenfoto’s en scans waren te zien, welke diagnose er werd gesteld en wat het therapeutisch beleid was.

Een medische geschiedenis kent altijd meerdere verhaallijnen

Je hebt hen allemaal ontmoet: de haastige maar begripvolle dokter op de spoedeisende hulp, de arrogante arts-assistent chirurgie, de maag-, darm- en leverspecialist die jou pas serieus nam toen er dusdanig forse afwijkingen aan het licht kwamen dat hij er zelf van schrok, de internist in opleiding die heel goed naar jou luisterde maar nauwelijks bereid was om af te wijken van de richtlijnen en met een warrig verhaal kwam toen bleek dat hij iets over het hoofd had gezien, de huidarts die breeduit zijn kennis etaleerde maar met lege handen stond, de hoogleraar die jou niet heeft gezien maar wel klaar stond met een mening vol vooroordelen, en de sympathieke sportarts die zich niets aantrok van wat er allemaal was gevonden en gesteld, en een eigen beleid bepaalde.

Bij mensen van jouw leeftijd, Lisette, komt de gemiddelde dokter niet veel verder dan twee redeneringen: 1. er worden geen afwijkingen gevonden en dan is het psychisch (waarmee doorgaans de kous af is), of 2. er worden wel afwijkingen gevonden en een diagnose gesteld (die het vervolg bepaalt). Je hebt het mijn voormalige collegae wel heel ingewikkeld gemaakt door na eerdere medische sores twee ziekten tegelijk te krijgen met beide een eigen, lastig beloop. Daaraan denken dokters zelden of het moet gaan om zestigplussers.

Dat je als 23-jarige studente probeert om zo’n normaal mogelijk leven leiden – hetgeen jou wonderwel lukt – vinden jouw behandelaars eerder verdacht dan prijzenswaardig. Ben je wel echt zo ziek? Maar vrijwel niemand weet hoeveel moeite jij je hiervoor moet getroosten.

Ik heb met je te doen, beste Lisette. Ruim een jaar ben je alweer aan het dokteren en nu kom je mij vragen wat er aan jouw moeheid valt te doen. Hoe zou de geneeskunde eruitzien wanneer een lichaam – zeker op jouw leeftijd – niet vrijwel alles in huis heeft om meestal zelf de weg naar herstel te vinden. Medici en paramedici liften maar al te graag mee met deze kracht waarvoor we als nederige schepsels alleen maar ons petje kunnen afnemen.

Je kunt – denk ik – niet meer dan het lichaam (sorry: jouw lichaam) hierbij helpen. Dus even geen nachtelijke escapades naar Olivier, hoe spijtig dan ook. Met jou hoop ik vurig dat over niet al te lange tijd de moeheid langzaam afneemt en verdwijnt. En hopelijk gedraagt het leven zich hierna voortaan wat correcter.

*Omwille van de herkenbaarheid zijn namen, medische gegevens en omstandigheden veranderd.