MD’s on Capitol Hill

Politici die van oorsprong arts zijn, heeft Amerika nooit veel gehad.
Maar hun aantal groeit, vooral in Republikeinse kring. Met ook drie pogingen richting het Witte Huis, tot nu toe zonder succes.

Tekst: Flip Vuijsje Beeld: Shutterstock

Openlijk ruzie krijgen met Anthony Fauci is een prestatie. Sinds zijn benoeming in de Coronavirus Task Force van het Witte Huis is deze arts en immunoloog steeds een toonbeeld van tact en diplomatie, hoeveel verdachtmakingen ook zijn kant uit komen. Maar in een hoorzitting van de Senaat in Washington D.C., afgelopen september, viel Fauci even uit zijn rol. Hij deed dit in een woordenwisseling met voormalig oogarts Rand Paul, sinds 2011 senator voor Kentucky. Inzet was de vraag of de daling van het aantal COVID-gevallen in de staat New York misschien iets te maken kon hebben met de lockdown daar. Paul vond van niet, en noemde dokter Fauci een ‘grote fan’ van gouverneur Andrew Cuomo, lid van de Democratische Partij. Dit was voor Fauci een beschuldiging te ver: “U verdraait mijn woorden, senator, en dat is niet voor de eerste keer.”

Rand Paul (57) is niet zomaar een politicus van de Republikeinse Partij. Hij is een uitgesproken libertarian, ofwel iemand met een extreme afkeer van alle overheidsingrijpen. Zelfs binnen zijn eigen politieke kring geldt Paul als een soms wat ‘wereldvreemd-rechts’ iemand, die ook als persoon een gebruiksaanwijzing heeft. Dat weerhield hem er niet van om in 2015 mee te dingen naar de Republikeinse kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van het jaar daarop. Lang duurde die campagne niet. Bij de voorverkiezingen in Iowa, helemaal in het begin van de Republikeinse selectie, gaf Paul in februari 2016 alweer op, nadat hij van twaalf kandidaten als vijfde was geëindigd.

Onder de 45 presidenten die de Verenigde Staten vanaf 1789 hebben gehad, was er nooit één arts. Maar zeker in de afgelopen decennia kwam dit niet door ‘lack of trying’. In eerdergenoemde Republikeinse voorverkiezing in Iowa eindigde dokter Ben Carson bijvoorbeeld als vierde. In de opiniepeilingen had Carson zelfs een tijd op plaats twee gestaan.

Dat was niet te danken aan zijn politieke programma. Als evangelisch-conservatief met strenge ideeën over abortus, homohuwelijk en immigratie paste Carson naadloos binnen de Republikeinse ideeënwereld. Maar als iemand zonder eerdere politieke ervaring moest hij het toch vooral hebben van iets anders: zijn inspirerende levensverhaal. In 1951 geboren in een arm Afro-Amerikaanse gezin in Detroit, legde Carson een lange weg vol handicaps en barrières af voordat hij eindigde als neurochirurg, hoogleraar en directeur bij Johns Hopkins Hospital in Baltimore. Een verhaal dat is naverteld in de speelfilm Gifted Hands uit 2009, met in de hoofdrol Cuba Gooding Jr. Maar ook Carson haalde het in 2016 niet. Een paar weken na collega-arts Paul staakte ook hij zijn campagne – die tot dan toe 58 miljoen dollar had gekost – en schaarde hij zich achter Donald Trump.

Medisch presidentschap

De arts die het dichtst bij het Amerikaanse presidentschap kwam, is Howard Dean (1948). Zijn politieke loopbaan, binnen de Democratische Partij en nauw verbonden met de noordelijke deelstaat Vermont, combineerde hij eerst nog met de huisartsenpraktijk die hij samen met zijn vrouw runde in een buitenwijk van Burlington, de grootste stad van Vermont. Maar in 1991 werd Dean gouverneur van Vermont, wat hij tot 2003 zou blijven. Dit gaf hem de springplank voor een gooi naar de Democratische kandidatuur voor de presidentverkiezingen van 2004. Als dé kandidaat van het protest tegen de Amerikaanse interventie in Irak, begin 2003, op conto van de Republikeinse president George W. Bush, kreeg hij vooral veel jongeren achter zich en was hij lange tijd frontrunner in de peilingen. Ook pionierde hij succesvol met het toen nog nieuwe idee van campagnefondsen werven via het internet, met focus op veel kleine bijdragen van gewone (‘grassroots’) sympathisanten in plaats van de traditionele afhankelijkheid van een klein aantal megadonors.

‘De arts die het dichtst bij het Amerikaanse presidentschap kwam, is Howard Dean’

Dat Dean het in de Democratische voorverkiezingen toch niet haalde, kwam deels door politieke onhandigheid en tactloosheid, zoals ongecontroleerde uitspraken tijdens toespraken. Uiteindelijk gaven de kiezers de voorkeur aan senator John Kerry, meer man van het midden – die het op zijn beurt in november 2004 moest afleggen tegen president Bush.

In 2005 werd Dean voorzitter van de Democratische Partij, wat hij tot 2009 bleef. In die periode versterkte en vernieuwde hij de organisatie van de partij op een manier die bewondering afdwong. Dat Barack Obama in 2008 tot president werd verkozen, is mede te danken aan Dean. Even overwoog Dean nog om in 2016 opnieuw voor het presidentschap te gaan. Maar voordat die strijd echt begon, schaarde hij zich achter de kandidatuur van Hillary Clinton.

Ministers van volksgezondheid

Onder Amerika’s ministers van volksgezondheid zijn de afgelopen halve eeuw incidenteel artsen geweest. De meest recente was chirurg Tom Price, die begin 2017 aantrad in de nieuwe regering-Trump. Maar Price moest na zeven maanden alweer aftreden, na een schandaal rond privégebruik van regeringsvliegtuigen. Eerdere arts-zorgministers waren er van 1985 tot 1993, met eerst Otis R. Bowen, onder president Reagan, en daarna Louis Wade Sullivan, onder president George H. Bush (allemaal Republikeinen dus). Maar doorgaans hebben Amerika’s ministers van Volksgezondheid een niet-medische achtergrond. Dit geldt ook voor Trumps huidige Secretary of Health and Human Services: de jurist en voormalig farma-lobbyist Alex Azar.

‘Doorgaans hebben Amerika’s ministers van Volksgezondheid een niet-medische achtergrond’

Traditioneel zijn het wél artsen die Amerika’s Surgeon General zijn. De Surgeon General is het hoofd van de U.S. Public Health Service Commissioned Corps, een militaire organisatie met zo’n 6.500 geüniformeerde medewerkers die 24 uur per dag beschikbaar zijn voor inzet bij een publieke gezondheidscrisis. Surgeon General is een politieke functie. De benoeming – voor steeds vier jaar – gebeurt door de president, waarna ook nog goedkeuring door de Senaat nodig is. Toch blijft het politieke profiel van de Surgeon General meestal bescheiden. De Surgeon General van nu, viceadmiraal Jerome Adams, van opleiding anesthesioloog, mengt zich bijvoorbeeld niet in de harde controverse rond het terugdraaien van de Affordable Care Act (Obamacare). Net als zijn voorgangers kiest hij vooral voor een rol als medisch geweten van de natie, als met gezag bekleed pleitbezorger van zaken als gezonde leefstijl en griepvaccinatie. Ook bij de voorlichting over COVID-19 is viceadmiraal Adams betrokken, maar niet in een hoofdrol.

De enige Surgeon General die een vertrouwde naam werd, was C. Everett Koop, benoemd door president Reagan. In de periode 1982-1989 was hij het die als Surgeon General te maken kreeg met de komst van aids. Terwijl zijn president vaak is verweten dat hij deze epidemie onvoldoende serieus opvatte, nam dokter Koop, van opleiding pediatrisch chirurg, na eerst wat aarzeling, serieus het heft in eigen handen. Met pleidooien voor seksuele voorlichting op scholen en voor het gebruik van condooms, onderwerpen die in Koops eigen (Republikeinse) politieke kring normaal gesproken taboe waren. 

In het centrum van de politieke macht hebben artsen in Amerika maar zelden gestaan, maar bij de start van de Republiek zag het er anders uit. Van de 56 handtekeningen die op 4 juli 1776 onder de Declaration of Independence stonden, waren er vier van artsen. Een van hen was dokter Benjamin Rush (1745-1813), een van de eerste opleiders aan Amerika’s eerste medical school in Philadelphia. In 1965 werd hij, als vooruitstrevend wetenschapper en humaan denker en hervormer, door de American Psychiatric Association geëerd als ‘vader van de Amerikaanse psychiatrie’. Maar het duurde meer dan twee eeuwen voordat in Washington D.C. een arts een politieke toppositie kreeg – en opnieuw was dit een Republikein. 

‘Van de 56 handtekeningen die op 4 juli 1776 onder de Declaration of Independence stonden, waren er vier van artsen’

Voordat Bill Frist (1952) in 1994 werd verkozen tot senator voor zijn geboortestaat Tennessee, was hij hart- en longtransplantatiechirurg, onder meer bij Vanderbilt University Medical Center in Nashville. In december 2002 werd Frist leider van de Republikeinse meerderheid in de Senaat, hetgeen hij vier jaar bleef. Als politicus maakte hij zich onder meer sterk voor een verbod op abortus en voor het wettelijk paal en perk stellen aan (ook medische) aansprakelijkheidsvergoedingen (tort reform).

Na 2006 trok Frist zich terug uit de actieve politiek. Opvallend was nog wel dat hij in 2009 liet weten dat, als hij toen nog senator was geweest, hij als enige Republikein zou hebben gestemd vóór president Obama’s Affordable Care Act. 

Geen kandidaten

Najaar 2020 zijn er geen nieuwe kandidaten in beeld om als arts in de politiek furore te gaan maken. Met een terugkeer van Dean, dit jaar 72, houdt niemand meer rekening. Carson werd door Trump begin 2017 benoemd tot minister van Volkshuisvesting en Stedelijke Ontwikkeling. Dit is zeker geen onbelangrijke positie, maar Carson is er niet in geslaagd om sindsdien zijn politieke profiel te versterken. Door wat onhandige uitspraken en door een klein schandaal rond een 31.000 belastingdollars kostend nieuw servies voor zijn kantoor, zit er voor de altijd amateurpoliticus gebleven Carson geen grootse comeback meer in. 

Provocatie

En Paul? Die blijft tot in elk geval 2022 lid van de Senaat. Zijn imago als excentrieke buitenbeen is intussen wat naar de achtergrond verdwenen, nadat ieders aandacht verder gericht raakte op de eigenzinnigheid en onvoorspelbaarheid van Trump. Maar in maart van dit jaar maakte Paul bekend dat hij positief was getest voor COVID-19. Terwijl hij nog op de uitslag wachtte, ging hij gewoon door met in de Senaat lunchen en de gym gebruiken. Dit kwam hem op kritiek te staan, ook uit eigen politieke kring, wat opnieuw bevestigt dat rond Paul steeds iets zal blijven hangen van provocatie, ongeleidheid en incorrectheid. Zoals ook die recente, waarschijnlijk doelbewust gezochte aanvaring met dokter Fauci, passend binnen een aanhoudende strategie van bagatelliseren van de COVID-pandemie. 

Of dit soort positionering Paul binnen de Republikeinse Partij verder gaat hinderen of helpen, in het tijdperk van na Trump, is iets om aandachtig te blijven volgen.