Menshouderij

Alexander Tolmeijer
Alexander Tolmeijer is tandarts en penningmeester van Vereniging VvAA. Lees alle artikelen van Alexander Tolmeijer

Meten is weten, dat is er met de paplepel ingegoten tijdens onze studie maar ook in ons dagelijks werk. Helaas maken vooral verzekeraars gebruik van het verzamelen van getallen. Medici lopen daar vaak in achter, zeker met praktijkgegevens binnen de eigen beroepsgroep. Huisartsen meten veel, maar doen daar relatief weinig mee. Tandartsen meten zelden gestructureerd. Hoe vaak een gemiddelde patiënt op controle komt, kan alleen de verzekeraar nog vertellen. Zorgverzekeraars meten heel veel en verheffen vaak, zonder zorgvisie, de gemiddelden tot norm.

Waar nog niet eens zo heel lang geleden een controlebezoek bij de tandarts twee keer per jaar de standaard was, blijkt uit gegevens van sommige verzekeraars dat dit sterk achteruit is gegaan. Dat kan goed of verkeerd zijn, afhankelijk van de achterliggende feiten. De verzekeraar geeft tandartsen die patiënten gemiddeld vaker zien, een rode markering. Tandartsen die de patiënten minder dan gemiddeld zien, hebben een groene. Want minder is beter, weten ze bij de financiële afdeling van de verzekeraar. Zo behoeven kinderen die geen tandarts bezoeken blijkbaar geen aandacht.

Meten zonder achterliggende zorggedachte is het begin van het einde

Het meten zonder achterliggende zorggedachte is het begin van het einde. Dat staat uitstekend beschreven in het boek De intensieve menshouderij van Jaap Peters. In dat boek laat Peters zien dat de bio-industrie groot is geworden door op een handjevol aspecten, zoals hoeveel vlees heeft een kuiken van zes weken, te sturen. Hoewel de bio-industrie onder vuur ligt, wordt het principe van selectief sturen op cijfers ook gebruikt om de zorg te ‘verbeteren’. Zolang verzekeraars vooral kostengerichte cijfers gebruiken, is er weinig hoop op echte verbetering in de zorg. Medici zouden meer met verzekeraars moeten samenwerken om betekenisvolle metingen en benchmarks te doen, zowel naar over- als onderbehandeling. Of beter nog, zelf cijfers structureel verzamelen en met collega’s delen en overleggen wat de achterliggende verschillen zouden kunnen zijn. Daar kan de zorg alleen maar beter van worden.