Met het oog op kwaliteit

Frank van Wijck

Kies je als fysiotherapeut voor het Centraal Kwaliteits Register (CKR) van het Koninklijk Nederlands Genootschap voor de Fysiotherapie (KNGF) of voor het Keurmerk Fysiotherapie van de gelijknamige stichting? Deze vraag is voor fysiotherapeuten ineens heel actueel nu Zorgverzekeraars Nederland heeft laten weten namens alle zorgverzekeraars het Keurmerk Fysiotherapie te erkennen als het register voor vergoeding van verbijzonderde fysiotherapie.

Het CKR van het KNGF heeft hiermee een geduchte concurrent gekregen in het keurmerk van de stichting, die haar visie op het belang van kwaliteitsontwikkeling niet onder stoelen of banken steekt. Die visie luidt: “Bevorderen van de kwaliteit van de fysiotherapeutische zorg door fysiotherapeuten die extra aan kwaliteit werken ook zichtbaar te maken voor patiënten en zorgverzekeraars.”

De pilots voor het ontwikkelen van uitkomstindicatoren die deze zichtbaarheid moeten gaan bieden, staan in de startblokken bij de fysiotherapeuten (ruim duizend) en de fysiotherapiepraktijken (121) die bij de stichting zijn aangesloten.

Hiermee ligt de weg open naar een hogere vergoeding door zorgverzekeraars voor fysiotherapiepraktijken die voldoen aan de kwaliteitscriteria in het Keurmerk Fysiotherapie van de stichting. Een weg die het KNGF nadrukkelijk niet wil bewandelen, zoals blijkt uit de woorden van voorzitter Guusje ter Horst eerder dit jaar in een interview voor FysioActueel. “Het KNGF is zeker geen voorstander van differentiatie in de tarieven”, stelde ze hierin.

Wat dit gaat betekenen voor de ontwikkeling in de fysiotherapie gaan we in de komende periode merken. Fysiotherapeuten hebben nog tot 30 november om hun keuze te maken voor het CKR of het Keurmerk Fysiotherapie. De uitspraak van Zorgverzekeraars Nederland, ruim een week voor deze deadline, maakt duidelijk welke ontwikkeling de zorgverzekeraars voorstaan.