Mijn auto – Austin

Tandarts Jody Kaldenberg (68) zou met gemak een héle Arts en Auto kunnen vullen met verhalen over zijn Austins. Want de vooroorlogse auto’s uit Birmingham zijn meer dan een hobby: ze staan voor vele mooie rijervaringen en vriendschappen voor het leven. 

Tekst: Monique Bowman | Beeld: De Beeldredaktie/Lex van Lieshout

Zijn eerste Austin, een 10 uit 1935, koopt Kaldenberg als student in 1974. “Ik was meteen verliefd op het hoekige uiterlijk.” Zijn passie voor het karakteristieke model groeit: hij richt de Austin Club Holland op en koopt later nog een tweede, een Heavy 12 uit 1932.

‘Ik was meteen verliefd op het hoekige uiterlijk’

In 2012 krijgt Kaldenberg een tip dat in een Engelse garage een 10 Colwyn cabrio uit 1935 staat. Het is een model waar de tandarts al lang van droomt. “Samen met mijn zoon ben ik ’m met een busje gaan ophalen. Het bleek echter meer een soort karkas te zijn.”

Met de hulp van Austin-vrienden in de UK (“er zijn wel 4.000 mails over en weer gegaan”) weet Kaldenberg de auto stukje bij beetje weer op te bouwen. “Drie jaar lang heb ik eraan gewerkt.” De kroon op zijn werk wacht hem in 2019: tijdens het jaarlijkse event van de Austin Ten Drivers Club in Engeland sleept zijn Colwyn de eerste prijs in de wacht. “Dat was wel heel bijzonder, om daar als Nederlander met een Engelse auto te winnen.”

Austin

2 Reacties Reageer zelf

  1. berkenbos
    Geplaatst op 29 juni 2020 om 20:20 | Permalink

    Leuk artikel om te lezen. Ik ben een groot liefhebber van antieke auto’s. Prachtig project om jezelf bezig te houden door het restaureren van klassieke auto’s. Je ziet dat er veel liefde in het project werd gestopt. Mijn voorkeur gaat wel naar Amerikaanse klassieke auto’s uit de jaren 60. Blijft het alleen bij deze Colwyn cabrio of zal er nog een project komen?

  2. Jody Kaldenberg
    Geplaatst op 18 augustus 2020 om 17:27 | Permalink

    Beste heer Berkenbos,
    Dank voor uw reactie. Ik denk dat er grote verschillen zijn in “restaurateurs”, hun doelen en invalshoeken. Zo kom ik in clubverband mensen tegen die echt alleen van het restaureren houden, daar super in opgaan en als het project af is het liefst weer aan een volgende klus willen beginnen. Omdat ze toch niet in de auto willen rijden, verkopen ze hem dan. Andere knappen een object globaal op om er zo gauw als mogelijk in te gaan rijden. “Om je bezig te houden” is denk ik meer van toepassing op de mensen met erg veel vrije tijd. Ikzelf werk 4 dagen per week en dat ik dit kon afkrijgen in 3 jaar tijd (!) is te danken aan een geweldige drive om zo gauw mogelijk te kunnen gaan rijden. Tevens was het een soort droommodel van de Austin Ten serie, omdat je hem op allerlei manieren als cabriolet kunt gebruiken. Dus toen deze Colwyn in ongeveer sloopstaat op mijn weg kwam besefte ik nog maar half hoeveel werk erin zou gaan zitten. Gelukkig had ik een dubbele garage als werkplaats zodat ik steeds van chassis naar carrosserie kon switchen, en als het koetswerk er dan niet was ging ik weer met de motor verder, of de voor- of achteras. De passie voor Austins heb ik vanaf het begin gehouden en zal dat ook wel zo blijven. Dus nee, geen nieuw project maar doen waar ze voor gemaakt zijn: RIJDEN!