Minder meer

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

In reactie op het bericht dat de hoofdlijnenakkoorden tot nu toe een besparing van drie miljard euro hebben opgeleverd, lees ik op social media de vraag waarom dan toch de zorgpremie omhoog moet gaan. Het antwoord op die vraag zit in de interpretatie van het woord ‘besparing’. Dat woord is misleidend. Het bedrag dat we aan zorg uitgeven is door die hoofdlijnenakkoorden niet omlaag gegaan, het is minder hard gestegen. De uitgavengroei is in de jaren waarop die akkoorden betrekking hebben (2012-2017) gedaald naar een gemiddelde jaarlijkse groei van 0,9 procent. In de jaren ervoor was die groei 4,1 procent per jaar. Het is dus niet minder, het is minder meer.

Het bedrag dat we aan zorg uitgeven is door die hoofdlijnenakkoorden niet omlaag gegaan, het is minder hard gestegen

Er zijn dan ook nog steeds genoeg goede redenen voor het stijgen van de zorgpremie. Een veel belangrijker vraag is welke rol hoofdlijnenakkoorden kunnen spelen om tot een écht substantiële daling van de zorgkosten te komen. Die akkoorden dagen de zorgaanbieders immers niet uit tot fundamentele veranderingen in het zorgaanbod. Meer zorg aanbieden in de eerste en anderhalve lijn, zodat minder zorg in het ziekenhuis hoeft te worden geboden. Meer gebruikmaken van eHealth, sterker inzetten op preventie. De grenzen aan het medisch handelen scherper stellen. Allemaal dingen die we met hoofdlijnenakkoorden die nog steeds beperkte groei voorstaan niet gaan bereiken. Blijft die fundamentele verandering uit, dan zal de zorgpremie ook in de komende jaren verder blijven stijgen. We staan erbij en kijken ernaar.

2 Reacties Reageer zelf

  1. Anneriek Risseeuw
    Geplaatst op 17 september 2018 om 12:59 | Permalink

    naast het aanbieden van zorg in de 1e en anderhalve lijn, is differentiatie naar ondersteuning in de 1e en anderhalve lijn nog steeds onder de maat. Een zorgstandaarden voor DM2 gaat nog steeds uit van een populatiebenadering en steekt onvoldoende in op gedragsverandering. Vanwege de vaste bestanddelen in die zorg zou je als ‘patiënt’ kunnen denken dat het daadwerkelijk gaat om meten van allerlei waarden en niet om je eigen gedrag. Sommige patiënten vinden het aantal vaste controles boven de maat, ze kunnen hun aandoening aardig reguleren. Vast is een oogcontrole in het ziekenhuis één maal per 2 jaar… nu zal deze zorg die al in de 1e lijn gegeven wordt, niet de duurste zijn, maar de populatie is nog altijd groeiende. Ook hier wordt niet ingezet op preventie. Huisartsen wijzen hun patiënten niet op de gevolgen van overgewicht bijvoorbeeld. Als er dus meer zorg naar de 1e en anderhalve lijn zal gaan, dan is E-health een eerste vereiste. Preventie zit hem ook in een holistische benadering. vooralsnog wordt de cliënt die bijvoorbeeld met een depressie bij de dokter komt, niet aangesproken op zijn/haar voeding of kwaliteit van leven. Het blijft dus schipperen met de preventie. Misschien eens wat vaker in de wachtkamer van de dokter gesprekken van patiënten onderling beluisteren… dan ontwaart men vaak hoe het met iemand gaat… Zelf heb ik sinds een jaar of 3 DM2, mijn ondersteuningsbehoefte is, dat ik zelf kan bepalen wat ik nodig heb en niet het lijstje afvinken. Mijn labuitslagen bekijken, kan niet online, controles kunnen ook niet online. Ook heb ik geen contact met andere DM2 patiënten, terwijl een groepsconsult wellicht leerzaam zou zijn om tips uit te wisselen. Zomaar een overdenking…

  2. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 17 september 2018 om 13:40 | Permalink

    Waardevolle overdenking Anneriek, de moeite waard om breder te delen.