Moeite waard

Op streng advies van een digitale reageerder, na mijn bijdrage van vorige week, las ik met extra aandacht het nieuwe rapport Het stormt in de polder, een gezamenlijke productie van zorg-ICT-bedrijven PinkRoccade Healthcare en PharmaPartners en adviesbureau Benthurst & Co. En ik heb er geen spijt van, want deze ‘anticiperende kijk op het [Nederlandse] zorglandschap’ brengt een aantal inzichten die beslist de moeite waard zijn.

Anders dan voornoemde reageerder, lees ik zelf in Het stormt in de polder geen harde, eenzijdige afrekening met het deels marktgestuurde zorgstelsel zoals wij dit sinds 2006 in ons land kennen. Wel wordt een aantal vernieuwingen bepleit die centrale regie vergen, maar de auteurs laten blijken dat dit dan niet per se door de overheid moet gebeuren en dat ook denkbaar is dat verzekeraars dit gaan doen.

Rode draad is de vaststelling dat in vergelijking met andere takken van bedrijvigheid, de gezondheidszorg erg fragmentarisch is georganiseerd en een cultuur kent van diepgewortelde autonomie. Dit zal steeds meer een knelpunt worden, naarmate het leveren van de best mogelijke zorg steeds meer gebaseerd zal zijn op het aanwenden van een explosief groeiende hoeveelheid beschikbare informatie. Van individuele patiëntgegevens tot generieke klinische en farmacologische gegevens. Met als extra complicatie dat steeds meer (top)zorg zal worden geleverd binnen ketens, waarin generalistische zorgorganisaties samenwerken met specialistischer gerichte aanbieders.

Wil dit allemaal goed gaan lukken, dan moet er een nu nog ontbrekende ‘zorginfrastructuur’ komen, die zich uitstrekt ‘over de verlengde zorgketen heen’. Een pleidooi dus voor veel meer uitwisseling van gegevens, niet verrassend in een rapport afkomstig uit de hoek van de  zorg-ICT, maar hierom nog niet minder overtuigend. En gelukkig zijn de auteurs ook realistisch genoeg om te beseffen dat de gewenste heroriëntatie van het zorglandschap, die vooral nadelig kan uitpakken voor traditionele tweedelijnorganisaties, een moeizaam proces zal worden, en niet iets wat je snel even doet met wat nieuwe wet- en regelgeving.

Een nuttige bijdrage dus tot het Nederlandse zorgdebat, waarbij één ding mij nog van het hart moet. Opnieuw blijkt dat het bij dit soort publicaties eerder regel is dan uitzondering, dat je als lezer echt je best moet doen om er doorheen te komen. Niet doordat de inhoudelijke materie naar zijn aard nou zou moeilijk te volgen is. Maar doordat experts-auteurs bijna altijd weer bezwijken voor de hardnekkige verleiding, en de hardnekkige misvatting, dat een tekst meer impact heeft naarmate die meer gewichtige formuleringen, moeilijke woorden en breedsprakigheid telt. En dat is jammer, iedere keer weer opnieuw. Want een effectief (beleids)rapport, bedoeld voor potentiële lezers die altijd te weinig tijd hebben en toch al worden overspoeld met geschreven woorden, is juist compact, helder en to-the-point, zonder één geforceerd-gewichtig of nodeloos moeilijk woord.

Delen