Na de bom

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Op dinsdag 22 februari 1944 ging de achttienjarige Mary Schretlen aan het begin van de middag enkele boeken terugbrengen naar de bibliotheek. Zij woonde op de Twaalfapostelenweg 12 in Nijmegen. Het waren niet haar eigen boeken maar die van een tante, die toevallig daar logeerde. Haar moeder vroeg haar negenjarige zoontje Bluf of hij zin had om met zijn zus mee te gaan. Mede omdat zijn school met een tekort aan kolen kampte, was de jongen toevallig die dag vrij. Mary wilde overigens ook nog even naar de kapper omdat zij diezelfde avond was uitgenodigd voor een feestje. Op weg naar de Korte Burchtstraat op het Kelfkensbosch in het centrum werd het tweetal door het Amerikaanse bombardement op Nijmegen gedood. Bijna 800 mensen verloren hierbij het leven.

160329 foto van Mary Schretlen omgekomen bij het bombardement op Nijmegen160329 foto van Bluf Schretlen (om het leven gekomen bij het bombardement) De foto’s van Mary en Bluf heb ik nog helder voor ogen. Ze stonden op rouwplaatjes in het trouwe missaal van mijn – op 1 september 2000 – overleden vader, die hoogleraar kindergeneeskunde was. De meeste doden op herdenkingsprentjes waren voor mij onbekende oude mensen. Mary en Bluf waren óók dood en ik heb hen evenmin gekend maar bij hen lag het toch anders. Wanneer die tante een paar dagen later of eerder was komen logeren of wanneer zij geen boeken had laten terugbrengen naar de bibliotheek, hadden Mary en Bluf misschien zelfs nu nog geleefd. Het waren kinderen zoals wij. Wanneer je goed kijkt, herken je familietrekjes.

Dat dit tweetal nog altijd in mij leeft, heeft nog een andere reden: het was één van de weinige verhalen die vader mij tijdens zijn leven over de oorlog heeft verteld. De oorlog waren Mary en Bluf die door een bom van onze aardkloot zijn gevaagd.

Toen beide kinderen na het bombardement niet thuiskwamen, sloeg de schrik toe

De meeste verhalen uit het verleden gaan op in mist. Mary en Bluf daarentegen doemden juist uit de mist op, toen ik tien jaar geleden het boek De pijn die blijft / Ooggetuigenverslagen van het bombardement van Nijmegen van Bart Janssen kocht. Op de omslag figureert in zilvergrijs het tot puin gebombardeerde centrum van Nijmegen met hierover heen de namen van de slachtoffers. Rechtsonder staan “Schretlen, Gerardus F.A.M.” – Bluf was zijn roepnaam – en “Schretlen, Mary E.” Het verhaal over het nichtje en neefje van vader is gebaseerd op drie bronnen: hun naar Amerika geëmigreerde broer Frank en zus Celine – die mij ooit een elpee van The Byrds gaf toen zij bij ons kwam logeren – en een vriendin van Mary.

Toen beide kinderen na het bombardement niet thuiskwamen, sloeg de schrik toe. Mary’s lichaam werd gevonden in het Wilhelminaziekenhuis. “Ze was geïdentificeerd aan de hand van haar persoonsbewijs. Frank heeft haar toen nog gezien. Ze was erg opgeblazen en ze hield haar hand nog steeds zoals ze Bluf had vastgehad. In het ziekenhuis kreeg Frank te horen dat er in het veilinggebouw bij de Graafseweg ook veel slachtoffers lagen. Na enkele rijen doorlopen te hebben, herkende Frank de schoenen van Bluf. Hij had ze zelf enkele dagen eerder van nieuwe hakken voorzien en een van de hakken had hij per ongeluk scheef gezet. Het lichaam was bedekt met een stuk karton en toen Frank dat opbeurde, zag hij het onherkenbaar verminkte gezicht.”

Het was alsof mijn vader het verdriet van de oorlog, waardoor een mooi deel van zijn leven verloren is gegaan, voor ons verborgen wilde houden. De oorlog paste ook niet in zijn beeld van de mens die van nature goed is. Maar daardoor wordt de rode lijn in zijn levensverhaal nog altijd onderbroken door witte gebieden. Pas na zijn dood gaf moeder mij een paar oude mosterdgroene schoolschriften met zijn dagboek over het laatste oorlogsjaar. Ook daarover had vader nooit met mij gesproken. Wat mij bij het lezen van dit dagboek het meest opviel waren de aantekeningen die er later bij waren geschreven, zelfs in de laatste fase van zijn leven. Voor hem moet de oorlog nooit zijn geëindigd. Een paar jaar geleden ontdekte ik in het Nijmeegse stadsarchief filmbeelden die vader van een bombardement op Nijmegen heeft genomen, vermoedelijk dat waarbij Mary en Bluf om het leven kwamen. Ook van het bestaan van deze opnamen heb ik nooit geweten.

Het verhaal van Bluf en Mary gaat verder. “Met lood in de schoenen ging Frank na die confrontatie naar huis om daar het verschrikkelijke bericht aan ons over te brengen. In de vestibule trof hij pappie, die hem direct vertelde dat hij het bericht had ontvangen dat Mary gevonden was. Ze was dood. Daarop moest Frank hem vertellen dat Bluf ook dood was. Pappie legde de hand op Franks schouder en samen gingen zij de eetkamer binnen. Nooit meer vergeet ik het moment waarop mijn vader zei: ‘Mammie, Frank brengt ons het goede nieuws dat wij nu twee ambassadeurs in de hemel hebben.’ Dat sterke, onverwoestbare vertrouwen in de wil van God heeft mijn ouders door die verschrikkelijke tijd heen geholpen, maar ze spraken er nooit meer over. Daarvoor zat het verdriet te diep.”

Bij bomaanslagen zoals recentelijk in Parijs en Brussel realiseer ik mij dat wat in een fractie van een paar seconden gebeurt mensen levenslang littekens bezorgt. En zelfs na meer dan een halve eeuw zullen er mensen over spreken… en zwijgen.

Één Reactie Reageer zelf

  1. Joep Scholten
    Geplaatst op 2 april 2016 om 13:07 | Permalink

    Met het risico te worden beschuldigd van goedkope promotie voor je eigen boek, toch een reactie. Het intrigeert me namelijk dat mensen over wat ze ooit meemaakten en dat hun verdere kijk op het leven mede bepaalde, blijven zwijgen.

    Zo’n 4 jaar geleden werd ik gebeld door een voormalige buurjongen die weer op het oude adres was neergestreken. Hij had nieuwe buren en die besloten tot een verbouwing. Daarbij kwam een dikke envelop te voorschijn. Daarin meer dan honderd negatieven van foto’s en een flink aantal brieven.
    Ze stamden allemaal uit de jaren dertig. Voor het eerst zag ik familie in een leeftijd waarin ik ze zelf nooit had meegemaakt.

    Die brieven waren gericht aan mijn moeder en van de vrouw die ze schreef, was een overlijdensbericht met foto. Op 21 maart 1945 kwam ze om het leven tijdens het middelste en grootste bombardement dat Doetinchem trof. Een paar dagen later, op 26e haar verjaardag, werd ze begraven. Opnieuw een paar dagen later werd Doetinchem bevrijd.

    Ik kende haar niet. Nooit had mijn moeder iets over verteld. Zo begon, 12 jaar na de dood van mijn moeder, een zoektocht.

    Vorig jaar, op 21 maart precies zeventig jaar na haar dood, kon ik die zoektocht afronden. Het boek, Meisjes uit Vervlogen Dagen, verhaalt erover.

    Tijdens de uitvaartdienst van mijn moeder had ik dat prachtige gedicht van Willem Wilmink gebruikt. Nu kon ik het bijzondere leven van een voormalig buurmeisje, zo bleek, en vriendin uit de vergetelheid halen.

    Wonderbaarlijk blijft het dat iemand nooit iets zegt over wat haar verdriet deed, maar wel die brieven bewaarde. En natuurlijk neem ik me kwalijk dat ik nooit eerder nieuwsgierig genoeg was om door te vragen wanneer een blik die me werd toegeworpen, daartoe feitelijk een uitnodiging was.

    Joep Scholten