Navelstaren

Alan Ralston
Alan Ralston is psychiater, verbonden aan een gesloten afdeling, en filosoof. Hij waakt over publieke en professionele waarden in de zorg. Lees alle artikelen van Alan Ralston

Onlangs nam ik deel aan een discussiemiddag rond het thema ‘professionele identiteit van psychiaters in crisis’. Nou weet ik niet hoe het met u zit, maar als Brit heb ik de laatste tijd genoeg crisis aan mijn hoofd, en al helemaal over identiteit. Bovendien word ik wantrouwig van mensen die de crisis uitroepen. Meestal willen die iets verkopen, of iets met macht. Daar hoef je Naomi Klein niet voor gelezen te hebben (maar het helpt wel).

Maar identiteit is een leuk filosofisch onderwerp, en de beroepsgroep van psychiaters is fascinerend. Dat zeg ik niet alleen omdat ik er een ben en toevallig ook fascinerend, net als u, maar ik heb ze bestudeerd, in de praktijk. Daar hoort u nog van, maar onderdeel van die studie was ook een duik in de historie van de professie der psychiaters. Super interessant, ik kan het iedereen aanbevelen. Ik zou zeggen: elke specialist zou de geschiedenis van haar eigen vak moeten kennen, dan weet je iets over je vakidentiteit en trap je iets minder snel in vallen die al vaker gezet zijn.

Elke specialist zou de geschiedenis van haar eigen vak moeten kennen

Maar goed, ik snapte het ook wel, het was een vrijdagmiddag, mensen willen voor de file naar huis, dus je moet er wel wat crisis in gooien om het debat op gang te brengen. Ik vroeg wie in de zaal iets van crisis in zijn of haar identiteit voelde. Nou, de vredige landerigheid werd in het geheel niet verstoord, kan ik u melden. Kijk, als psychiater ga je dan denken: Aha! Ontkenning! Bingo! Ik porde wat verder, maar de aanwezigen bleken toch wel redelijk goed in hun vel te zitten. Er werd gemoedelijk heen en weer gepraat over de bredere en nauwere opvattingen over het vak in heden en verleden, de verhouding met de andere specialismen, het stigma van het hele domein, maar de respons was er toch vooral een dat overeenkwam met de reactie van Nederlanders over hoe het hen en het land vergaat: met mij is alles goed, maar het land is een puinhoop.

Dit komt ook wel overeen met de uitkomsten van de recente enquête van de Jonge Psychiaters onder vakgenoten: trots op het vak, bredere zorgen over vooral bureaucratie, stigmatisering, en bezuinigingen. ‘Het werk is fantastisch, het gedoe eromheen verschrikkelijk.’

Ik had ter voorbereiding Max Weber er nog eens op nageslagen, en merkte dat zijn ideeën over rationalisatie, kapitalisme en bureaucratie nog hoogst relevant zijn. Hier twee aanraders:

 

Zo bezien lijkt het probleem niet te liggen bij de vakidentiteit, maar in de relatie tussen de beroepsidealen en de politiek-maatschappelijke context. Misschien ligt het probleem nou eens een keer niet bij de psychiatrische identiteit, maar in de wijze waarop het domein wordt beheerd. Dan is navelstaren niet meteen de meest effectieve aanpak.

Nou is de clou echter, dat een professie zich niet los van de maatschappelijke context kan ontwikkelen. Dat is in de geschiedenis van de NVvP heel mooi terug te lezen. Sterker nog, de Vereniging is juist ook ontstaan als onderdeel van een decennialange strijd van gestichtsartsen voor de verbetering van de omstandigheden in de gestichten, die vastliep op het toen decentraal geregeld bestuur (regenten, particulieren, lokale religieuze organisaties), gebrek aan geld, politieke wil, invloed etc. De moderniteit in dit domein was precies een beweging naar humanisering van ‘krankzinnigen’ die geen menswaardig bestaan werd gegund in de oude structuren.

Maar in de differentiatie dient zich dus een ander, maar eveneens dehumaniserend proces aan. Plus ça change, hoor ik de collega’s van de Kinder- en Jeugdpsychiatrie roepen. De Vereniging heeft zich, enigszins laat volgens de historici, aangepast aan de voortschrijdende rationalisering van de zorg, door de eigen structuur te rationaliseren, en deel te nemen aan de (oligarchische) overlegstructuren (het bekende ‘aan tafel blijven zitten’) die weer leiden tot bestuurlijke akkoorden, die weer geheel conform Webers rationaliseringsmodel langs bureaucratische weg in den lande worden geïmplementeerd. Dit is het sociaal contract in actie. Als wij zeggen: ja, het is goed dat we allemaal afvinken omdat daarmee de transparantie van de zorg geborgd is, dan wordt dat deel van onze vakidentiteit.

Het is een open deur: wie je bent, wordt bepaald door de keuzes die je maakt. De identiteit van een professie is de optelsom van alle individuele keuzes. We’re all in this together. Hoewel: er zijn zorgen over een uittocht uit de instellingen van psychiaters, die het systeem beu zijn. Interimmers voelen zich bevrijd, zelfstandige psychiaters zonder contract eveneens. Is de volgende breuklijn tussen professionals die zich systeemconform en systeemcontrair gedragen?

Is de volgende breuklijn tussen professionals die zich systeemconform en systeemcontrair gedragen?

We moeten de verschillen niet op de spits drijven. Vakgenoten hebben enorm veel gemeen, en het meest nog in hart voor de zaak: de kwaliteit van zorg. Niet voor niks staan allerlei waarden en deugden vaak centraal in officiële proclamaties over Medische Professionaliteit (u kunt het hier, hier en hier checken). Weber zegt: rationalisatie is een te verwachten reactie op differentiatie, en gaat gepaard met bureaucratie die dehumaniseert en kan leiden tot mechanisch handelen. Dit gaat lijnrecht in tegen onze professionele waarden. Onze uitdaging ligt dus in het bewaken van dat wat ooit het beginpunt was van onze professie: humanisering. Je professionaliteit komt in het geding als je je professionele waarden verloochent. Als je je alleen verdedigt met de mededeling ‘Regels zijn Regels’, ben je geen professional. Een professional durft gemotiveerd van de richtlijn af te wijken maar hoort ook gemotiveerd de richtlijn af te kunnen wijzen: zeg eens nee. Maar er zijn meer opties: rationalisatie humaniseren, door bijvoorbeeld kwaliteitstransparantie op een valide, persoonsgerichte wijze te organiseren.

Ik heb daarom een korte checklist voor u, verplicht in te vullen voor het begin van elke werkdag:

  • Wat waren ook alweer mijn professionele waarden?
  • Breng ik die in mijn dagelijks werk in de praktijk?
  • Zo nee, waar moet ik dan iets veranderen?

Als professionaliteit overeenkomt met hart voor de zorg, dan is mijn advies om niet te gaan navelstaren, maar liever: check your own pulse.