Verandering, vooruitgang

Alan Ralston
Alan Ralston is psychiater, verbonden aan een gesloten afdeling, en filosoof. Hij waakt over publieke en professionele waarden in de zorg. Lees alle artikelen van Alan Ralston

Tijd drong zich nogal nadrukkelijk aan me op deze week. Er was het feestje van een vriend die ik leerde kennen tijdens mijn opleidingsjaren in Groningen. Plotseling is hij 25 jaar getrouwd. Vrolijk vergeleken we onze jaarringen. Toen we rond middernacht lekker warmgedraaid waren, bleken de meeste feestgangers huiswaarts te zijn gekeerd. Dienst morgen, of een paper die af moest. Veteranenhockey.

Dat is allemaal te overzien, maar de deur achter je dicht trekken na 17 jaar in ‘het Gesticht in de Duinen’, dat hakt erin. De week werd nochtans optimistisch geopend door Wiebes’ viering van het vooruitgangsgeloof in Zomergasten. Vooruitgang begint met een idee, en verder: you can’t make an omelet without breaking any eggs. Tja.

Na 17 jaar de deur achter je dicht trekken, dat hakt erin

Ik fietste, voorlopig voor het laatst, over het gestichtsterrein en zag wilde begroeiing op de plaats waar we tien jaar geleden een dagkliniek draaiden met groepen voor mensen die met de gevolgen van mishandeling en misbruik te maken hadden. Na een fusie opgeheven: dagbehandelingen waren moeilijk in de lucht te houden, therapie individualiseerde en ambulantiseerde. Beter?

Even verderop een veldje waar ooit het nodige aan jonge liefde zijn beloop kreeg in het gebouw waar de leerling-verpleegkundigen werden gehuisvest. Later was het omgekat tot Beschermd Wonen, en nog later tot een gedoog-woonplek. Vooral de liefde voor drugs floreerde toen. Ook gesloopt, ten faveure van kleinschaliger wonen. Hopen dat de kritische massa van aanstekelijk gebruik niet bereikt wordt.

Weer wat verder meandert de weg langs nieuwbouw in oude stijl, langs de Zeeweg. Gebouwd op de locatie van de gesloten en open afdelingen waar ik als psychiater begon. De verkoop had het kapitaal opgeleverd, zo vernamen wij, waarmee een fraaie nieuwe Opnamekliniek kon worden gebouwd, inclusief HIC en slimme EBK’s (extra beveiligde kamers) in plaats van de uitgewoonde separeers. Het aantal bedden in de acute zorg op het terrein kromp tegelijk over een periode van tien jaar met ongeveer de helft. Was de ‘beddendruk’ toegenomen? Moeilijk te zeggen. De emotionele belasting van een gesloten afdeling hangt met zo veel meer samen dan hoe hard er aan de deur geklopt wordt. Heel wat tranen waren hier gevloeid, en ook meer dan tranen, maar de nieuwbouw-kleuters op fietsjes-met-een-vlaggetje-achterop zoeven hier nu gelukkig onwetend over straat.

Midden op het terrein bevond zich, toen ik in 2001 arriveerde, nog een stel gebouwen gewijd aan nonverbale therapieën: arbeidstherapie, creatieve therapie, muziektherapie. Allemaal weg. Op die locatie nu een winkeltje, een fietsenwerkplaats, een plantenwinkel, en een houtwerkplaats, allemaal gerund door cliënten. Van therapie naar rehabilitatie. Misschien wel beter, deze pragmatische insteek. Het idee van de kliniek als een ‘Retreat’, een fysieke en temporele ruimte om aan jezelf te werken, dat kan niet meer, maar het is voor sommigen nog wel degelijk een plaats waar ze zich minder ‘de ander’ voelen.

‘Ik heb het idee dat ik in elk geval veel meer mijn mond hou dan vroeger. Dat lijkt me vooruitgang’

Het gesticht is veranderd, inderdaad. Vooruitgegaan? Laten we zeggen: het is met zijn tijd meegegaan. Of dat beter of slechter is, is waarschijnlijk mede afhankelijk van de vraag of je dat zelf ook bent, en of dat goed is. Ben ik veranderd, als psychiater? Ik heb het idee dat ik in elk geval veel meer mijn mond hou dan vroeger. Dat lijkt me vooruitgang. Maar nog steeds zeggen patiënten, ook als ze me langer kennen: je lijkt niet echt op een psychiater (hebben andere psychiaters dat ook?).

Ik maakte een rondje over de afdelingen, met lekkers, op de laatste dag. Ik dacht: we gaan nog even op de nostalgische toer. Niks daarvan. Er moest nog snel een RM-beoordeling gedaan worden en er was iemand die op staande voet weg wilde, die moest gesproken. Op één van de opnameklinieken waar ik taart bracht, moest ik de verpleegkundige eerst even vertellen wie ik ook weer was.

Het gesticht, dat is de plek waar het niet gaat zoals gepland. Dag Duin en Bosch, ik zal jullie allemaal missen.