Onderhoudsverplichting

Joan Versluijs
Joan Versluijs is manager Financiële Planning & Fiscaal Advies bij VvAA. Lees alle artikelen van Joan Versluijs

Is er een revolutie in partneralimentatieland te verwachten? Als u het mij vraagt wel. Vroeger was het overzichtelijk. Trouwen stond voor een vrouw in financieel opzicht gelijk aan het sluiten van een levensverzekering. De huwelijksdag leverde haar niet alleen een echtgenoot op, maar ook de wettelijke zekerheid dat manlief levenslang onderhoudsplichtig werd. Logisch in een tijd waarin een vrouw ontslagen werd zodra ze trouwde. Maar toen dit fenomeen uit de wet verdween, de opmars van de vrouw in economisch opzicht steeds meer vorm kreeg en het aantal echtscheidingen steeg, werd dit levenslange juk maatschappelijk langzamerhand minder geaccepteerd. Toch duurde het nog tot 1994 voordat de onderhoudsverplichting werd gelimiteerd, namelijk tot een termijn van maximaal twaalf jaar respectievelijk maximaal de duur van het huwelijk indien het huwelijk korter dan vijf jaar heeft geduurd en er geen kinderen zijn. De hoogte van de onderhoudsverplichting is daarbij in eerste instantie afhankelijk van de behoefte van de ex-partner en de welstand tijdens het huwelijk.

Kansen op de arbeidsmarkt en onderlinge afspraken staan centraal

Als het aan de initiatiefnemers van het wetsvoorstel herziening partneralimentatie ligt, gaat de bestaande regeling flink op de schop. Een alimentatieperiode van vijf jaar, de kansen op de arbeidsmarkt en de onderlinge afspraken tussen de echtgenoten staan voor hen centraal. Het uitgangspunt is dat partneralimentatie een eventueel verlies van verdiencapaciteit door tijdens het huwelijk gezamenlijk gemaakte keuzes compenseert, zoals het krijgen van kinderen en de verdeling van de zorgtaken. Afspraken over de hoogte en de duur van de partneralimentatie kunnen de echtgenoten bij het aangaan van, dan wel tijdens of bij het beëindigen van het huwelijk in onderling overleg maken. Vertrekpunt is niet de welstand tijdens het huwelijk, maar de bij aanvang van het huwelijk aanwezige verdiencapaciteit. De inkomensachteruitgang die dit mogelijk met zich meebrengt moet – uitzonderingen daargelaten – de partneralimentatie ontvangende partij stimuleren om zo snel mogelijk weer in de eigen inkomsten te gaan voorzien. Een prikkel die de alimentatiebetaler nu nog weleens schijnt te missen.