Onrust in zzp-land

De VAR werd in 2016 afgeschaft, maar hoe de toekomstige zzp-wetgeving er exact uit gaat zien en wat de gevolgen zullen zijn, is nog steeds niet geheel duidelijk. Tot frustratie van opdrachtgevers en zzp’ers die zich zorgen maken, helemaal nu volgend jaar de handhaving wordt aangescherpt. 

Tekst: Martijn Reinink Beeld: Tamar Smit

Een jonge huisarts. Ze heeft één vaste waarneemplek, waar ze twee dagen, maar geregeld ook drie of vier dagen in de week werkt. Daarnaast is ze af en toe werkzaam in andere praktijken. Die flexibiliteit bevalt haar uitstekend en wil ze graag behouden, maar ze vraagt zich af of ze straks geen andere keuze heeft dan Hidha te worden. “Ik vind het verwarrend en stressvol dat ik niet weet wat de gevolgen van de zzp-wetgeving voor mij zullen zijn.” 

Zij heeft VvAA om advies gevraagd en is zeker niet de enige, verzekert Erik van Dam, senior adviseur bij VvAA en expert op dit terrein. “Het is met goed fatsoen ook niet te verwachten dat men het nog snapt”, zegt hij. “Veel zorgprofessionals zijn afgehaakt, hebben zoiets van ‘we zien het wel’. Anderen, zij die naar de risico’s kijken, trekken ons aan de jas.” Of er in een arbeidsrelatie sprake is van een dienstbetrekking of niet, hangt van meerdere factoren af, maar Van Dams algemene advies luidt: pak de modelovereenkomst erbij en kijk of de werkelijke situatie klopt met wat daarin staat beschreven. “Daarbij zijn drie elementen van belang. Is er sprake van gezag, van persoonlijke arbeid – de zzp’er kan zichzelf niet door een ander laten vervangen – en van beloning, dan is het een dienstbetrekking. Kan een van deze drie worden uitgesloten, de modelovereenkomst doet dat, dan is er géén sprake van een dienstbetrekking.”

Wetgeving-proof

De modelovereenkomsten komen voort uit de Wet Dba, die in 2016 als vervanger van de VAR werd geïntroduceerd. Hoewel Van Dam van mening is dat de VAR ‘te snel, te makkelijk en te generiek’ is weggegooid, heeft hij wel namens VvAA met beroepsverenigingen voor diverse beroepsgroepen Dba-modelovereenkomsten ontwikkeld. “De wet bleek uiteindelijk niet tegen te houden. Dan kunnen we maar beter zorgen dat onze leden duidelijke, door de Belastingdienst goedgekeurde, overeenkomsten kunnen gebruiken.”  

Niet voor alle beroepsgroepen is er zo’n openbare, goedgekeurde Dba-modelovereenkomst beschikbaar. Zo heeft bijvoorbeeld zzp-bedrijfsarts Karlijn de Groot zelf met een andere bedrijfsarts een overeenkomst opgesteld. “Daar gaat tijd in zitten, want het zijn ten opzichte van de VAR best wel wat extra pagina’s, met onleesbare zinnen. Soms werken we via intermediairs die met eigen contracten komen, dan moeten we daar met een vergrootglas doorheen. Kost ook weer tijd. Dat is frustrerend. Vooral omdat de werkelijkheid niet verandert; je maakt alleen je contract wetgeving-proof.” 

Binnen afzienbare tijd gaat die werkelijkheid mogelijk wél veranderen. Handhaving werd telkens uitgesteld, maar nog vóór de komst van de Opdrachtgeversverklaring (zie kader) wordt het ‘handhavingsmoratorium’ afgebouwd, zo kondigde minister Koolmees in een Kamerbrief reeds aan. Van Dam licht toe: “Nu worden alleen vermoedens van kwaadwillendheid onderzocht. Vanaf 1 januari 2020 gaat de fiscus óók handhaven als eerdere aanwijzingen niet of onvoldoende worden opgevolgd. Daarvoor krijgt de Belastingdienst in stappen tientallen extra medewerkers.”

‘Nu worden alleen vermoedens van kwaadwillendheid onderzocht. Vanaf 1 januari 2020 gaat de fiscus óók handhaven als eerdere aanwijzingen niet of onvoldoende worden opgevolgd’

Bedrijfsarts De Groot maakt zich daar niet zo druk om. “Ik denk niet dat wij interessant zijn als handhaafdoelgroep, omdat wij niet, zoals post- en maaltijdbezorgers, worden uitgeknepen maar zélf kiezen voor het ondernemerschap.” Van Dam nuanceert: “Het gaat de overheid niet alleen om de onderkant van de arbeidsmarkt. In algemene zin is ook de houdbaarheid van het sociale stelsel een aandachtspunt, als het aandeel werknemers terugloopt. Bij handhaving zal de fiscus mogelijk meer belangstelling voor grote dan voor kleine opdrachtgevers hebben, en er werken ook zzp-bedrijfsartsen voor grote arbodiensten.”

Bang voor naheffingen 

Met de aankondiging dat handhaving wordt uitgebreid, neemt de onrust toe. Ook in de mondzorg, waar veel zzp’ers actief zijn. “Onder opdrachtgevers met name”, benadrukt praktijkhoudend tandarts Leo Raat. “Ik hoor van steeds meer collega-praktijkhouders dat ze zich zorgen maken en bang zijn voor naheffingen. In tegenstelling tot zzp’ers die zich niet zo druk lijken te maken.” 

Van Dam wijst erop dat beiden mogelijk een probleem hebben, als de belastinginspecteur de relatie toch als dienstbetrekking bestempeld. “Als het zo ver komt, dan moet de opdrachtgever met terugwerkende kracht loonbelasting en werknemerspremies betalen, maar zal de opdrachtnemer óók rekening moeten houden met correcties. Heeft hij jarenlang ten onrechte winst uit onderneming aangegeven, dan kunnen ook kosten, zoals een zakelijke auto, ten onrechte fiscaal zijn afgetrokken.”  

‘Ik hoor van steeds meer collega-praktijkhouders dat ze zich zorgen maken en bang zijn voor naheffingen’

Raat heeft in zijn praktijk zeven zzp’ers aan het werk. Volgens hem heeft de overheid dat ‘zelf in de hand gewerkt door het tandartsentekort te laten oplopen’. “Extra tandartsen opleiden zou te kostbaar zijn, maar ondertussen werken buitenlandse tandartsen hier vijf jaar lang met een verlaagd belastingtarief. Laat de overheid het geld dat ze daardoor mislopen, gebruiken om meer tandartsen op te leiden. Dan zullen er uiteindelijk minder zzp’ers komen, want dan hebben de praktijkhouders het weer voor het kiezen.” 

Overigens heeft Raat geen bezwaar tegen het werken met zzp’ers. “Het biedt ook voordelen; bij ziekte hoef ik geen loon door te betalen.” Al zijn er ook praktijkhouders die er niet zo blij mee zijn, zoals tandarts Sander Lindeman, die zowel een tandarts als mondhygiënist op zzp-basis aan het werk heeft. “Ze hebben wel de voordelen, maar niet de verantwoordelijkheden van een ondernemer. Ze hebben doorgaans een 9-tot-5-mentaliteit, zijn geïrriteerd als de agenda niet vol staat, hebben geen trek in managementtaken, maar als ze twee maanden rond de wereld willen reizen, dan zijn ze weg. Dat er iets gedaan wordt tegen schijnzelfstandigheid vind ik een goede zaak, maar nu ligt het risico vooral bij ons als opdrachtgever en dát vind ik niet terecht, want het liefst zou ik ze gewoon in dienst nemen.”

Piek, ziek en uniek

Waar beide praktijkhouders zich de meeste zorgen om maken, is dat zzp’ers op basis van de nieuwe mogelijkheden (zie kader) maximaal een jaar voor een opdrachtgever kunnen werken. Van Dam duidt: “Het zijn instrumenten die men mág gebruiken om vooraf duidelijkheid te krijgen over de aard van de arbeidsrelatie, en daar is inderdaad een duur van maximaal een jaar vrijwaring aangekoppeld.” VvAA en beroepsverenigingen pleiten in gesprekken met het ministerie van SZW voor oprekking van die jaargrens. “Daarbij zetten we níet in op onbeperkt zelfstandig werken”, benadrukt Van Dam. “Wij proberen het begrip ‘piek, ziek en uniek’ op te rekken, daar waar zzp’en eigenlijk voor bedoeld is. De huisarts met een burn-out die zich laat vervangen door een zzp’er, maar langer voor zijn herstel nodig heeft dan een jaar, zou geen andere zzp’er moeten aanstellen omdat het jaar verstreken is. Dat komt de kwaliteit en continuïteit van zorg niet ten goede.” 

‘Wij proberen het begrip ‘piek, ziek en uniek’ op te rekken, daar waar zzp’en eigenlijk voor bedoeld is’

Vooralsnog lijkt minister Koolmees weinig gevoelig voor dat argument, ondanks dat de Kamer in september nog een motie aannam over de ongewenstheid van de restrictie tot een jaar. 

Tandarts Lindeman: “Als die jaargrens erdoor komt, dan hebben we een probleem. Ik hoop maar dat de zzp’ers dan wel bereid zijn om over te gaan in loondienst of in een maatschapsvorm.” Dat zal voor opdrachtgevers consequenties hebben, maar zeker ook voor zzp’ers. Bedrijfsarts De Groot: “Vooral het combineren van zzp-werk en dienstverband is ongunstig. Ik werk twee dagen in de week op een plek waar twee andere bedrijfsartsen hetzelfde werk in loondienst doen. Als ik die twee dagen in dienst zou moeten treden, dan zou dat niet alleen een financiële tik zijn, maar ook gedoe met pensioen en arbeidsongeschiktheid opleveren.” 

De namen van de geïnterviewde zorg-professionals in dit artikel zijn gefingeerd, maar bij de redactie bekend.

Opdrachtgeversverklaring
Diverse media suggereren dat de Opdrachtgeversverklaring (Ogv) de huidige Wet Dba gaat vervangen. Maar dat klopt niet helemaal, volgens Erik van Dam. “De Ogv geeft vooral extra mogelijkheden om vooraf duidelijkheid te verkrijgen over het werken buiten dienstbetrekking. Door het beantwoorden van vragen in een webmodule, die medio 2020 in gebruik wordt genomen, krijgt een opdrachtgever een uitspraak over of een zzp’er buiten dienstbetrekking werkt. In dat geval krijgt hij een Opdrachtgeversverklaring.” Daarnaast komen er specifieke maatregelen voor de onder- en bovenkant van de arbeidsmarkt. Van Dam: “Om bijvoorbeeld maaltijd- en postbezorgers te beschermen, komt er een minimumtarief voor alle zzp’ers van 16 euro per uur. Voor zzp’ers met een uurtarief boven de 75 euro komt er een ‘opt-out’: zij kunnen met hun opdrachtgevers in een zelfstandigenverklaring vastleggen dat ze buiten dienstbetrekking werken, zodat opdrachtgevers een jaar lang gevrijwaard zijn voor loonheffingen.” Deze twee maatregelen zijn niet eerder dan 1 januari 2021 wettelijk geregeld en ingevoerd.

2 Reacties Reageer zelf

  1. Hijlke Terpstra
    Geplaatst op 8 november 2019 om 16:17 | Permalink

    Dus dit bureaucratische overbodige gedoe moeten opdrachtgevers elk jaar opnieuw gaan doen.

    Lang leve de regeldruk!

    Volgens heeft de belastingdienst betere dingen te doen, zoals witwassen en fraude.

  2. Jan Kellermann Slote
    Geplaatst op 9 november 2019 om 11:55 | Permalink

    Ik voorzie dat part-timer zzp-ers boven de AOW-leeftijdgrens met die eenjaargrens in grote werkgelegenheidsproblemen komen omdat opdrachtgevers niet bereid zijn om ze in vaste dienst te nemen. Die groep vormt een te groot financieel arbeidsrisico voor de opdrachtgevers, tenzij er daardoor geweldige tekorten op de arbeidsmarkt ontstaan. Eveneens wordt er voor de zzp-er een soort arbeids-lat-relatie gecreeerd door een aantal maanden zzp-er, daarna een aantal maanden in loondienst, weer zzp-er, enz.enz..

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*