Patiëntenportalen in beeld

Ondanks terughoudendheid bij artsen, zijn er al vele patiënten-portalen in de markt. Nictiz bracht de mogelijkheden in kaart.

Tekst: Daan Marselis | Beeld: Shutterstock

 

 

Minister Edith Schippers van VWS is er duidelijk over: patiënten moeten hun medisch dossier online in kunnen zien. Liefst 80 procent van de chronisch zieken moet in 2019 toegang hebben tot het eigen medisch dossier. Van de overige Nederlanders moet dit 40 procent zijn. Het gaat de minister om medische informatie, vitale functies en testuitslagen. In het ideaalplaatje van de minister kunnen patiënten die gegevens vervolgens ook gebruiken in zelfgekozen gezondheidsapps en andere internettoepassingen.

De minister loopt met die doelstelling voor ‘patiëntenportalen’ behoorlijk op de troepen vooruit. Dat blijkt ook uit de eHealth-monitor 2015 die Nictiz begin oktober presenteerde. Dit bureau houdt zich al vele jaren bezig met ict in de zorg. Zo was het onder meer betrokken bij het Landelijk Schakelpunt (LSP), de motor van het landelijk EPD.

PatientenportalenKlik op de afbeelding om de publicatie te downloaden (pdf).

Uit de peiling van Nictiz blijkt dat 40 procent van de huisartsen en medisch specialisten het wenselijk vindt dat patiënten online inzage hebben in hun dossier. Zij vinden dat de patiënt recht heeft op die informatie en denken dat inzage vertrouwen creëert en zelfregie bevordert. Daartegenover staat dat de helft van de professionals inzage onwenselijk vindt, voornamelijk omdat inzage tot onnodige zorg en tot misverstanden zou kunnen leiden. Ook vrezen zij dat online inzage de dossiervoering kan beïnvloeden als bijvoorbeeld ook de werkaantekeningen zichtbaar worden.

Daar komt nog bij dat praktijkhouders kosten moeten maken om de wens van de minister te verwezenlijken. Denk aan aanschaf- of licentiekosten voor het patiëntenportaal. Zo’n systeem brengt bovendien jaarlijkse onderhoudskosten met zich mee. Praktijkhouders moeten soms ook kosten maken om het eigen informatiesysteem op het patiëntenportaal aan te sluiten.

“Je moet het echt zien als service voor de patiënten”, zegt Johan Krijgsman, adviseur van Nictiz. “Het levert in elk geval geen geld op.” Praktijkhouders behalen mogelijk wel winst in de kwaliteit van zorg. Dit komt volgens Krijgsman voornamelijk doordat patiënten beter voorbereid op het consult verschijnen en dus mondiger zijn. “Bovendien kan inzage in de gegevens het vertrouwen in de behandelaar vergroten.”

Koopoverwegingen
Onlangs inventariseerde Nictiz welke systemen allemaal beschikbaar zijn. De resultaten daarvan verschenen afgelopen september in een rapport*. Het rapport is volgens Krijgsman niet bedoeld als keuze-hulp voor praktijkhouders, maar het geeft wel een overzicht van de beschikbare systemen en ook enkele ‘koopoverwegingen’. In totaal werden 34 systemen beschreven.

De ultieme tip is dat het gekozen portaal patiënten de mogelijkheid moet bieden om de data uit het dossier te downloaden, zegt Krijgsman. Op die manier kunnen ze de gegevens invoegen in hun Persoonlijk Gezondheids Dossier (PGD). Hierin kunnen patiënten hun medische gegevens verzamelen met behulp van bijvoorbeeld zelfmeetapps. Krijgsman benadrukt daarom dat een patiëntenportaal pas echt nuttig is als patiënten hun gegevens daadwerkelijk kunnen downloaden. “Anders moeten ze steeds in verschillende systemen van hun behandelend artsen inloggen en dat werkt belemmerend.”

Andere factoren die Nictiz uitvroeg, hadden betrekking op de beveiliging (twee-factor autorisatie biedt meer bescherming tegen misbruik), de mogelijkheid om gegevens vertraagd te delen (bijvoorbeeld na een mondelinge toelichting) en de voorziening voor patiënten om zelf gegevens toe te voegen. Krijgsman benadrukt dat de gegevens afkomstig zijn van de fabrikanten die de portalen maken. Nictiz heeft de systemen nog niet getest.