‘Praat gewoon over seks’

Hoogleraar seksuologie Ellen Laan: ‘seksprobleem is géén luxeprobleem’

Van een onzeker meisje tot een vooraanstaand hoogleraar. Seksuoloog en gz-psycholoog Ellen Laan is wereldwijdbekend, maar moet zonder budget een afdeling leiden en onderzoek doen. “Seksuologen zijn bevlogen idealisten.”

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Nout Steenkamp

Het is dit jaar precies een kwart eeuw geleden dat Ellen Laan (56) wereldwijd bekend werd met haar promotieonderzoek naar de seksualiteitsbeleving van vrouwen. Toen al toonde ze aan dat mannen en vrouwen niet zo veel van elkaar verschillen als seksuele wezens. “Maar het idee dat mannen seks krijgen en vrouwen seks geven, bestaat helaas nog steeds”, verzucht Laan, inmiddels hoogleraar biopsychosociale determinanten van seksuele gezondheid. “In mijn ogen zou het moeten gaan over hoe we genot kunnen delen. Hoe mannen en vrouwen allebei plezier aan seks kunnen beleven.”

Die boodschap verkondigt ze al jaren, maar nog steeds klinkt er oprechte verbijstering in door. “Het is schrikbarend hoe veel vrouwen, veel jonge vrouwen ook, zich dienstbaar opstellen en het plezier van hun sekspartner prioriteren boven dat van zichzelf. Een op de tien vrouwen heeft chronisch pijn bij gemeenschap. Daar hoor je niemand over. We doen alsof het erbij hoort. Ik vind het een epidemie! Wat ik anno 2019 ook echt onacceptabel vind, is de orgasmekloof tussen heteroseksuele mannen en vrouwen. Zo’n 65 procent van de vrouwen krijgt tijdens een vrijpartij een orgasme tegenover 95 procent van de mannen. Tijdens coïtus, waar bij seks tussen mannen en vrouwen vaak de focus op ligt, komt zo’n 30 procent van de vrouwen klaar.”

In haar oratie En hoe gaat het met seks? over seksualiteit in het artsengesprek, die Laan vorig jaar uitsprak, merkte ze op dat ook artsen daar in gesprekken op focussen. “Ze vragen patiënten: heeft u nog coïtus? En niet: is de seks plezierig, wordt u opgewonden?” Áls ze al over seks beginnen, want de meeste zorgprofessionals praten daar (liever) niet over met patiënten, weet de seksuoloog. “Vrijwel elke somatische en psychische aandoening heeft invloed op het seksueel functioneren. Patiënten willen daar over praten, blijkt uit onderzoeken, maar ze willen er niet over beginnen. Dat is dus aan de dokter, de verpleegkundige of welke zorgprofessional dan ook. Maar velen van hen denken: waar bemoei ik me mee? Ze voelen zich een voyeur. Of ze hebben de opvatting dat je geen seks meer hebt als je ziek of oud bent, terwijl seks voor een terminale patiënt heel troostend kan zijn en een 80-jarige nog steeds kan genieten van soloseks. Of ze zeggen: ik ben geen expert. Maar dat hoeft ook niet. Maak het niet ingewikkeld, praat gewoon over seks. De zorgprofessional kan aangeven dat veel mensen in een vergelijkbare situatie als de patiënt seksuele moeilijkheden ervaren en vragen of dat ook voor hem of haar geldt, eventueel doorvragen om welke moeilijkheid het precies gaat en vervolgens doorverwijzen.”

Doe maar normaal

Ellen Laan is hoofd van de afdeling seksuologie en psychosomatische obstetrie en gynaecologie in het Amsterdam UMC, locatie AMC, waar ze patiënten met complexe seksuele problematiek zien. Daarnaast is Laan dus hoogleraar, aan de UvA, sinds twee jaar. Het aanbod om hoogleraar te worden kreeg ze al eerder, maar twee jaar lang hield ze de boot af. De reden daarvoor voert terug naar haar jeugd. Ze komt uit een katholiek middenstandsgezin. Haar ouders hadden een kapperszaak, waar ook tabak en tijdschriften werden verkocht. “Als kinderen hielpen we mee in de zaak. Studeren, dat was een andere wereld. Dat was voor ons niet weggelegd. ‘Doe maar normaal’, werd ons meegegeven in de opvoeding. Mijn ouders hadden alleen de lagere school gedaan.” Maar Laan was een boekenwurm. Ze ging drie keer per week naar de bibliotheek en las alles wat los en vast zat. “Dat maakte me tot een buitenbeentje, ook op school, waar ik het als slimste van de klas moest ontgelden. Ik werd erg gepest, wat me onzeker maakte. Kennelijk was er iets mis met me.”

Door dat verleden heeft Laan lange tijd een ambivalente relatie gehad met ergens goed in zijn. “Toen ik gevraagd werd om die leerstoel te bekleden, worstelde ik daar ook mee. Ben ik wel goed genoeg? Een stemmetje in mijn hoofd zei: denk maar niet dat je wat voorstelt.” En dan te bedenken dat ze cum laude afstudeerde, cum laude promoveerde en al tal van publicaties in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften op haar naam had staan. “Ook al ben je succesvol, als je niet uit een academisch milieu komt, heb je altijd het gevoel dat je een keer door de mand gaat vallen.”

‘Ook al ben je succesvol, als je niet uit een academisch milieu komt, heb je altijd het gevoel dat je een keer door de mand gaat vallen’

Inmiddels is die onzekerheid flink afgenomen. “Vreemd genoeg vooral door de diagnose borstkanker, die ik in 2016 kreeg. Een heftige periode met een operatie, chemotherapie en bestraling, maar ook een periode waarin ik leerde relativeren en erachter kwam dat er veel mensen zijn die echt om me geven. Dat heeft me zekerder gemaakt.”

Wat in de periode van twijfel over de leerstoel ook meespeelde, was of ze wel in staat zou zijn om onderzoeksgeld binnen te halen. “Iets wat van een hoogleraar verwacht wordt, maar wat in dit vakgebied heel moeilijk is. Vooral klinisch seksuologische vraagstellingen lijken onfinancierbaar. Kennelijk denkt men dat seksualiteit zo’n populair onderwerp is dat het met de funding wel goed zit, maar het tegendeel is waar. We hebben zo goed als geen funding. Eind vorig jaar hebben we een onderzoeksaanvraag ingediend om onze zorg te evalueren. We willen aantonen dat de zorg die we bieden evidence based is, maar de aanvraag werd niet gehonoreerd.” Wel is Laan in samenwerking met seksuologen uit het LUMC en Maastricht UMC+ recent een studie gestart  waarin zij de effectiviteit gaan onderzoeken van groepsbehandeling voor vrouwen met pijn bij het vrijen. “Dat doen we zonder geld. Seksuologen zijn bevlogen idealisten. Voor de reiskosten van de proefpersonen spreken we zelfs de budgetten aan die we verdienen met het geven van onderwijs.”

Niet alleen voor seksuologisch wetenschappelijk onderzoek, maar ook voor patiëntenzorg zijn de financiële middelen beperkt. Het team waar Laan leiding aan geeft, bestaat uit vijf seksuologen, samen goed voor 2,6 fte, waarbij Laan zelf de enige met een fulltime-aanstelling is. “We hebben gelukkig enthousiaste aniossen, aiossen en anderen, maar dat is niet genoeg om aan de zorgvraag te kunnen voldoen. De wachtlijsten zijn veel langer dan het ziekenhuis en de minister graag zien.” En dan wordt een deel van de zorg die ze leveren ook nog niet eens vergoed. “We werken met somatische DBC’s, wat betekent dat alleen de seksuologen die medisch specialist zijn, kunnen declareren. De meesten van ons hebben echter een achtergrond als gz-psycholoog, en psychologen mogen deze DBC’s niet openen, wat betekent dat we de meeste zorg dus niet kunnen declareren.” Hoe wordt die zorg dan bekostigd? “Door het ziekenhuis. De raad van bestuur vindt het belangrijk dat we deze zorg leveren.”

‘Kennelijk denkt men dat seksualiteit zo’n populair onderwerp is dat het met de funding wel goed zit, maar het tegendeel is waar’

Die urgentie mist Laan bij zorgverzekeraars en overheid. “Als je hun beleid ziet, dan lijkt het alsof seksuele problemen luxeproblemen zijn. Vanuit de basisverzekering wordt een behandeling voor enkelvoudige seksuele disfuncties door de seksuoloog niet vergoed. Bij somatische comorbiditeit wordt behandeling door medisch specialisten wel vergoed, maar de meesten van hen hebben niet de tweejarige postacademische opleiding tot seksuoloog NVVS gevolgd en zijn dus niet deskundig op dit gebied. In de ggz komen seksuele problemen die samengaan met een andere psychische stoornis of gerelateerd zijn aan een seksueel trauma voor vergoeding in aanmerking, maar ook ggz-behandelaren zijn zelden deskundig.”

Laan ziet dat dit alles ertoe leidt dat patiënten de weg naar zorg niet makkelijk vinden. “Waardoor problemen verergeren. In onze polikliniek hebben mensen die zich melden met seksuele en vulvaire pijn gemiddeld vijf jaar in het somatische circuit rondgelopen voordat ze bij ons een langdurige multidisciplinaire behandeling krijgen. Een seksprobleem is géén luxeprobleem, zelfs geen kwaliteit-van-leven-probleem, het is veel wezenlijker dan dat, omdat het zo veel negatieve consequenties heeft. Het is een bron van zelftwijfel, somberheid, depressie en relatieproblemen.”

MeToo-verhalen

In 2017 bracht Ellen Laan een boek uit, samen met collega-seksuoloog Rik van Lunsen, die generaties artsen met zijn bevlogen stijl van lesgeven heeft ingewijd in het onderwerp. In Seks!, een leven lang leren komen mythes, problemen en oplossingen aan de orde. Laan: “De helft van de partners met een langdurige relatie ervaart het eigen seksleven niet als bevredigend. Om van seks te kunnen blijven genieten, moet je weten wat jezelf en je partner nodig hebben om opgewonden te worden en zin te krijgen, én moet je kunnen en durven aangeven wat je wel en niet wilt. Dat is wat we kinderen al in seksuele voorlichting moeten meegeven. Leg de nadruk op seksueel plezier en benadruk dat jongens en meiden gelijk zijn. Dat meiden óók gewoon hun eigen zin en opwinding achterna moeten gaan.”

Volgens Laan is dit ook het beste recept om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan. “Dat hele idee van mannen krijgen seks en vrouwen geven seks, zorgt ervoor dat er mannen zijn die zich bepaalde rechten toe-eigenen. Seksueel wangedrag kun je alleen voorkomen als mannen en vrouwen elkaar als gelijken zien op seksueel gebied.”

Bij diefstal is de wetgeving beter geregeld dan  bij misbruik. Dat moet anders

Door de #MeToo-beweging is de afgelopen anderhalf jaar zichtbaar geworden dat seksueel wangedrag vaak voorkomt. Ook in de zorg, zo bleek uit een enquête van Medisch Contact vorig jaar. Van de ruim 3.000 artsen die reageerden op de enquête, zei iets meer dan 30 procent ooit seksueel grensoverschrijdend gedrag te hebben meegemaakt op de werkvloer. Dat percentage verbaast Laan niet. “Overal waar sprake is van machtsverhoudingen komt dit voor.” Dat het in de meeste van deze situaties (73 procent) om ‘seksueel grensoverschrijdende grapjes en/of opmerkingen’ ging, doet voor haar niets af aan de ernst. “Als je een opmerking ongepast vindt en je zegt er iets van, dan doe je het dubbel fout. Want: het was een grapje. En je bent zuur of preuts. Maar veel opmerkingen zijn helemaal niet grappig.” Wat Laan betreurt, is dat slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag dit vaak niet melden. “Daar ligt in de zorg ook een taak voor degenen die mensen begeleiden. Je moet sensitief zijn en mensen stimuleren om er melding van te maken.”

De seksuoloog heeft wel goede hoop dat de vele MeToo-verhalen de drempel hebben verlaagd om melding te maken van seksueel geweld of seksuele intimidatie. “Meestal is er schaamte bij slachtoffers na misbruik, maar nu zij zien dat het zo vaak voorkomt, durven ze er misschien wel over te vertellen.” Volgende stap, in de ogen van Laan, is dat de wetgeving wordt aangepast. “Nu heb je geen zaak als een vermeende dader zegt: ik wist niet dat ze het niet wilde. Terwijl je bij heling vervolgd kan worden als je redelijkerwijs had kunnen weten dat… Bij diefstal is het dus beter geregeld dan bij misbruik. Dat moet anders.”

Curriculum vitae

Ellen Laan (1962), geboren in Abbekerk

  • 1982-1988 psychologie, Universiteit van Amsterdam
  • 1988-1989 psycholoog bij Stichting Drugshulpverlening Amsterdam
  • 1989-1994 promotieonderzoek, Universiteit van Amsterdam
  • 1995-2000 NAW research fellow (post-doc), afdeling psychologie, Universiteitvan Amsterdam
  • 1998-2002 universitair docent, afdeling psychologie, Universiteit van Amsterdam
  • 2002-2005 universitair hoofddocent, afdeling psychologie, Universiteit van Amsterdam
  • 2005-heden onderzoeker en seksuoloog NVVS, afdeling seksuologie en psychosomatische obstetrie en gynaecologie, Amsterdam UMC, locatie AMC
  • 2011-2012 president van de International Academy of Sex Research
  • 2012 eredoctoraat Katholieke Universiteit Leuven
  • 2016-heden hoogleraar biopsychosociale determinante van seksuele gezondheid, Universiteit van Amsterdam
  • 2017-heden hoofd van de afdeling seksuologie en psychosomatische obstetrie en gynaecologie, Amsterdam UMC, locatie AMC