Rust, reinheid en…

Rust, reinheid en regelmaat. Nergens zijn die drie R’s zo cruciaal als op de afdeling neonatologie. Het begint al als je binnenkomt, door een sluis, waar je eerst alle sieraden moet verwijderen en de handen moet wassen, om te voorkomen dat ongewenste gasten (in de vorm van virussen en bacteriën) mee op bezoek komen.

Verderop liggen dan de patiëntjes. Sommige zijn zo klein dat je ze met één hand op zou kunnen tillen. Hun huid schijnt van rozerood licht. De armpjes en beentjes krommen nog onhandig om hun bolle buikjes en de ogen openen ze nauwelijks. Ze groeien en bloeien, zoals de neonatologen zeggen. In hun wereld van doorzichtige, plasticen baarmoeders is iedere beweging een ruwe verstoring.

Ikzelf, inmiddels gewend aan het rennen en vliegen op de veel te drukke kinderafdeling, kan ook wel wat rust en regelmaat gebruiken.

Gelukkig is niemand zo getraind in de drie R’s als de neonatologie-verpleegkundige. Als surrogaatmoeder beschermt zij de pre- en dysmatuurtjes tegen de harde buitenwereld, die maar al te vaak de afdeling binnen wil vallen. Arts en semi-arts hebben zich daarom aan haar wetten te houden. Een patiëntje nakijken, medicijnen geven of lab prikken mag alleen op gezette tijden, bijvoorbeeld als het kindje toch al wakker moest worden voor de voeding. De rest van de dag wordt er gegroeid en gebloeid, maar daar dient de arts zich verre van te houden.

De neonatologie voelt als een vakantie naar een kuuroord: de vloer met gele cirkels, als zonnetjes die naar mij glimlachen; de wit gepleisterde wanden, met hoge ramen waar het licht ’s middags doorheen valt. Het monotone gebliep van de monitoren is als een mantra, die mij langzaam in een gelukzalige trance brengt.

Toch wordt de heerschappij van de drie R’s nu en dan verstoord door een vierde R: het wilde broertje dat zich nooit aan de regels houdt. Dat is de R van het rennen, de rush – vaak letterlijk – naar OK of verloskamers, als er een kindje wordt geboren dat onmiddellijk medisch ingrijpen nodig heeft. Op zo’n moment doen rust, reinheid en regelmaat er even niet toe; op zo’n moment is er alleen maar actie.

Als alles goed gaat, halen we opgelucht adem. We vertrouwen de neonaat toe aan de zorgen van de zuster en geven ons weer over aan de kalmte van haar drie R’s.

Stiekem groeit en bloeit de arts op de afdeling neonatologie ook een beetje mee.

Delen