SCEN: een lastige vraag

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Mensen en dieren worden geboren, leven en gaan dood. Op hun levenspad kan ziekte op de loer liggen. Meestal gaat het goed en treedt herstel op. Gaat het niet goed, dan kan ziekte de weg naar doodgaan effenen. Die weg is voor een vos in het Reichswald bij Kranenburg en Kleef niet anders dan voor een vos die zich nog geen tien kilometer verderop schuilhoudt op de Duivelsberg bij Nijmegen. Voor mensen die aan beide kanten van de grens tussen Nederland en Duitsland wonen is dat echter heel anders.

Toeval bracht mij op het spoor van de medio dit jaar op internet geplaatste bachelorthesis van Caspar Kroonenberghs met als titel ‘De perceptie van en interactie tussen Duitsers en Nederlanders in Coronatijd’. Het gaat om kleinschalig onderzoek met respondenten uit onder meer Nijmegen, Kranenburg en Kleef. De gevonden verschillen worden niet verklaard door afstand maar door nationaliteit. Wanneer het onderzoek van Caspar zou zijn gegaan over het levenseinde was de kans heel groot dat hij tot opzienbarende conclusies was gekomen.

Eerder deze maand vond het jubileumcongres plaats ter gelegenheid van 25 jaar SCEN (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland). SCEN-artsen zijn huisartsen en specialisten die speciaal zijn opgeleid om deskundige en onafhankelijke steun en consultatie te geven aan collega-artsen. De SCEN-arts toetst in het kader van de consultatie of aan de zorgvuldigheidseisen van de Euthanasiewet is voldaan. Deze wet bestaat dit jaar twee decennia. SCEN is dus vijf jaar ouder dan de wet, waarop de SCEN-arts toetst.

Hoe keken zij als mens én hulpverlener naar doodgaan en de dood?

Ik weet niet wat is gedocumenteerd over de opstart- en beginfase van SCEN, maar als huisarts voelde ik me zeer betrokken bij wat er speelde. Ontwikkelingen spelen zich af in een denkklimaat, een wolk die ons omgeeft waarop je – juist omdat je er middenin zit – geen zicht hebt. Pas nadien besefte ik dat in mijn denkkader euthanasie veel meer aandacht vroeg én kreeg dan palliatieve zorg. Mijn beroepsopleiding tot huisarts vond plaats in Nijmegen. Was ik nog geen twintig kilometer verderop huisarts in Duitsland geworden, dan was dat denkkader anders gevuld.

Waarom vroeg én kreeg euthanasie meer aandacht dan palliatieve zorg? Speelden influencers avant la lettre een rol? Waren er belangen in het spel? Was er een relatie met maatschappelijke trends? Had de politiek hierover iets te zeggen? Speelde de ontkerkelijking een rol? Ik weet dat men met dit soort vragen moet oppassen, want voordat je het weet ben je een complotdenker. Maar feit is dat ik mij meegezogen voelde in een ontwikkeling die ik met gemengde gevoelens onderging, maar je durfde hierover niet te praten. En ik was zeker niet de enige!

Dit leidde tot onaangename situaties voor patiënten, die vooral in het ziekenhuis geen gehoor kregen voor hun wensen met betrekking tot het levenseinde. Zo kon het voorkomen dat iemand op de valreep van de dood weer naar huis werd gestuurd. Dit had niet alleen met patiënten maar ook met hun behandelaars te maken. Hoe stonden zij zelf ten opzichte van deze ontwikkelingen en – nog belangrijker dan dat – hoe keken zij als mens én hulpverlener naar doodgaan en de dood? Kun je hierover met patiënten spreken wanneer je jezelf hiervoor afsluit?

De toetsing aan de Euthanasiewet is louter een medische aangelegenheid

Een collega en ik hebben toen samen een klankbordgroep geformeerd voor artsen die met vragen over euthanasie werden geconfronteerd. Van deze groep met louter vrijwilligers maakten ook een geestelijk verzorger en een psycholoog deel uit. Toen wij de KNMG hiervan op de hoogte stelden, fungeerde in Amsterdam net SCEA, de voorganger van SCEN. In tegenstelling tot ons initiatief kon SCEA met ruime financiering worden opgezet en uitgebouwd. Ons goedbedoelde maar amateuristische initiatief werd door de KNMG overbodig verklaard en terzijde geschoven.

SCEN heeft terecht een uitstekende naam en valt niet meer weg te denken in de Nederlandse gezondheidszorg. Toch is het bij mij altijd blijven wringen dat de toetsing aan de Euthanasiewet louter een medische aangelegenheid is geworden. Ik wil geen enkele afbreuk doen aan de deskundigheid van SCEN-artsen, maar kunnen zij over psychologische en spirituele facetten die bij euthanasie een rol kunnen spelen even deskundig oordelen als over de medische kanten? Ik weet het: ook met vragen moet je steeds voorzichtiger zijn. Maar toch durf ik deze vraag aan!  

Één Reactie Reageer zelf

  1. F. Schaapsmeerders
    Geplaatst op 3 december 2022 om 12:26 | Permalink

    Mooi artikel met een terechte vraag op het eind. Ik denk, dat – meer dan nu gebeurt – bij euthanasieverzoeken de consultatie/begeleiding van een psycholoog en/of geestelijk verzorger zeer zinvol kan zijn. Dat heeft mij altijd veel geholpen tijdens mijn vroegere werk als specialist ouderengeneeskunde op een hospice. Het zal alleen in de eerste lijn praktisch gezien moeilijker te regelen zijn.

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*