Sprookje

Er waren eens twee patiënten die samen op zaal lagen. Allebei hadden ze hoge koorts. Ombeurten lagen ze klappertandend van de koude rillingen in bed, zodat ze de verpleegkundigen tot wanhoop dreven. Was de een opgehouden, dan begon de ander weer. Het ratelen van de bedhekken was zelfs op de gang te horen.

Een dappere zaalarts schoot te hulp. Gewapend met breedspectrumantibiotica ging ze de koorts te lijf. Ze gaf een ruim infuus en zo veel paracetamol als het farmacotherapeutisch kompas maar toestond. Maar wat ze ook probeerde, de patiënten bleven rillen.

De zaalarts besefte dat ze erachter moest komen wat haar patiënten precies mankeerde. Als ze wist wát de koorts veroorzaakte, kon ze de vijand gericht bestrijden. Daarom schakelde ze de hulp in van een wijze microbioloog, die ver weg in het laboratorium aan de overkant van de straat werkte. De zaalarts had gehoord dat daar de meest wonderlijke wezens werden gekweekt. Als iemand wist welke schepsel haar patiënten geveld had, dan moest het deze microbioloog wel zijn.

Hij nam van iedere patiënt een flesje bloed en experimenteerde net zo lang tot hij het antwoord op de vraag van de zaalarts gevonden had. ‘Het is de gevreesde Escherichia coli,’ schreef hij. ‘Maar er is nog hoop. Ga naar de apotheek en vraag om ciprofloxacine. Dit zal de Escherichia verdrijven.’

De zaalarts verspilde geen tijd. Maar of ze het medicijn nu als tabletje of per infuus gaf, haar patiënten bleven rillen. Had de microbioloog haar soms misleid? Dat was nooit eerder gebeurd.

Nee, er moest iets anders aan de hand zijn. Ze had gehoord dat de Escherichia coli heel sluw was. Misschien had hij zich ergens in het lichaam verstopt waar haar medicijnen niet konden doordringen.

Ze ging naar de nucleair geneeskundige, die in de kelder van het ziekenhuis werkte en die met speciale suiker een scan van het lichaam kon maken. Overal waar de suiker werd verbruikt, verscheen een lichtje op de scan. De zaalarts wist dat de Escherichia veel suiker moest eten om in het lichaam van haar patiënten in leven te blijven. Ze hoefde dus enkel te kijken waar het grootste lichtje verscheen. Dát was de plek waar haar vijand zich had verstopt.

En jawel, op beide scans verscheen een lichtje; in de lever en in een nier. De zaalarts berichtte de interventieradioloog, de held van het ziekenhuis, die bij beide patiënten een drain plaatste, zodat de Escherichia uit zijn schuilplaats naar buiten werd gezogen. Eindelijk hielden de patiënten op met rillen.

En ze leefden nog lang gelukkig.

 

Delen