Suzuki Ignis

Opnieuw gooit Suzuki een oude naam in de recycling: Ignis. Het nieuwe model is een markante, compacte vijfdeurs hatchback met een vleugje SUV.

Tekst: Bart van den Acker

 

Tegenwoordig is SUV een modewoord, maar ooit was Suzuki met z’n Vitara zo’n beetje de uitvinder van de SUV. Ook deze Ignis is voorzien van een SUV-sausje. Het is een lekker eigenwijs model, kort en relatief hoog. Dakdragers en zwarte randen rond de wieluitsparingen maken ’m tegelijk stoer en sympathiek. De zitpositie is ook wat hoger, wat onder meer zorgt voor een makkelijke instap. Met dit model wil Suzuki twee doelgroepen aanspreken: enerzijds 55-plussers, anderzijds 30-minners die het merk met een private lease-programma over de streep hoopt te trekken. Of die tweedeling gaat werken, vraag ik me af. Wil je als ‘young professional’ rijden in de auto die je schoonvader ook leuk vindt?

Prijs vanaf €14.499 Bijtelling 22 procent

De Ignis is het – overbodige – bewijs van de expertise van Suzuki met compacte auto’s. Het is verbazingwekkend hoeveel ruimte de slechts 370 cm lange Ignis biedt. Vier volwassenen van normaal postuur kunnen er goed in zitten en de bagageruimte van 260 liter is groter dan verwacht. De verschuifbare achterstoelen (topversies) zorgen voor extra bagageruimte, met het kroost op kinderzitjes. De voorstoelen zijn wat kort en op langere ritten vind ik de steun in de rug niet overtuigend. Het dashboard ziet er aardig uit, ondanks het gebruik van nogal hard plastic in twee kleuren. Door de gekozen vormgeving heeft de carrosserie rechtsachter een forse dode hoek.

Wil je als ‘young professional’ rijden in de auto die je schoonvader ook leuk vindt?

De Ignis die ik als testauto reed, weegt slechts 810 kg, wat wel zo lekker is qua belasting. Dat is nog 25 kg meer dan de basisversie, maar deze was voorzien van een ondersteunend hybridesysteem. Hoe dat werkt, is te volgen op een display, maar heel veel invloed heeft het niet. Ik reed gemiddeld 1 op 18, een versie zonder dat systeem zal het er niet veel slechter van afbrengen. Hetzelfde display vertelt me zelfs aan het einde van elke rit hoeveel milliliter brandstof het stop-startsysteem me heeft bespaard.

Op snelheid is de Ignis mede door z’n korte bouw wat springerig op bijvoorbeeld richels van viaducten, maar het veercomfort op zich is goed genoeg. Het geluidsniveau is ook heel aanvaardbaar. De besturing vind ik wat doods en ‘rubberachtig’. Suzuki biedt de Ignis zelfs met vierwielaandrijving en automatische transmissie. Los daarvan vind ik veel van wat de meest complete versie toevoegt, niet direct een aanbeveling. De navigatie werkt mooi, maar is de weg weleens kwijt. Het systeem dat waarschuwt voor obstakels zorgt zélf voor een schrikeffect en het systeem dat de rijstrook in de gaten houdt, werkt soms te vroeg en soms ook helemaal niet.

Conclusie: met de Ignis heeft Suzuki weer een ‘niche’ gevonden die niet of nauwelijks bestond, de mini-SUV. Hij is leuk om te zien, naar verhouding best praktisch, maar de beperkingen van zo’n compacte auto blijven bestaan. Kwalitatief is elke Suzuki tóp.