Tevreden in Nederland

Tekorten op de Nederlandse arbeidsmarkt bieden buitenlandse artsen kansen om in ons land een carrière op te bouwen. Maar hoe bevalt het om in Nederland te werken? Drie zorgprofessionals vertellen. “De rol van taal wordt overschat.”

Tekst: Andrea Linschoten | Beeld: De Beeldredaktie

Cristina de la Cruz-Martínez Orthodontist Cristina de la Cruz-Martínez (35) verhuisde afgelopen april naar Nederland. Zij verruilde een goedlopende eigen praktijk en een baan aan de universiteit van Madrid voor een fulltime baan in loondienst als praktijkmanager bij Orthocenter in Almere en Lelystad. Een maand later, toen er een huis gevonden was, volgden haar man en hun twee kinderen (3 en 1,5).

Haar kinderen zijn voor De la Cruz de belangrijkste reden om naar Nederland te komen. In Spanje werkte zij elke dag van 16.00 tot 21.00 uur omdat kinderen niet onder schooltijd naar de tandarts of orthodontist mogen. En omdat het gebruikelijk is dat kleine kinderen overdag naar de opvang gaan, zag De la Cruz haar eigen kinderen nauwelijks. “Toen ik het aanbod kreeg om naar Nederland te komen, hebben we besloten dat dit het beste voor ons gezin was”, stelt de orthodontist.

Voordat zij naar Nederland kwam, volgde De la Cruz via wervings- en selectiebureau Spaanse tandartsen een half jaar lang Nederlandse les, een intensieve cursus van 25 uur per week. “Ik stopte met mijn werk aan de universiteit om Nederlands te leren”, vertelt De la Cruz. Ze is nu acht maanden in Nederland en beheerst de taal uitstekend. Haar man werkt in de ICT en vond in Nederland een baan bij een bedrijf waar Engels de voertaal is. “Maar hij wil ook graag Nederlands leren, dat is belangrijk voor de kinderen”, zegt De la Cruz.

De kinderen gaan niet naar een internationale opvang of straks naar een internationale school. De la Cruz legt uit: “Ik wil niet dat mijn kinderen zich internationaal voelen. Ze zijn Spaans en wonen in Nederland. Ik wil dat ze met de buurkinderen kunnen spelen.” Elke dag haalt De la Cruz na haar werk haar kinderen van de opvang, een enorm verschil met haar leven in Spanje, waar ze haar kinderen eigenlijk alleen in het weekend zag.

Cristina de la Cruz-Martínez: ‘Dit is het beste voor ons gezin, in Spanje zag ik mijn kinderen eigenlijk alleen in het weekend’

Ook het werk zelf is anders, vertelt De la Cruz: “In Spanje deed ik alles zelf, assistenten hielpen alleen. Hier voeren assistenten bijna alle handelingen uit, onder mijn supervisie. Assistenten hier zijn ook hoger opgeleid. Daardoor heb ik tijd genoeg om diagnoses te stellen en behandelplannen op te stellen, ook al heb je hier meer cliënten dan in Spanje.” Een ander verschil is dat ze meer samenwerkt met collega’s. “Hier stuur je het behandelplan naar de tandarts, dat gebeurt in Spanje niet.” In Spanje was De la Cruz gewend om uitgebreid uitleg te geven aan ouders, omdat die alles zelf moeten betalen. Dat doet ze hier nog steeds: “Ik neem altijd de tijd om alles uit te leggen, ik merk dat mensen dat waarderen”, geeft de orthodontist aan.

Cristina de la Cruz merkt in haar werk dat Nederlandse kinderen zelfstandiger zijn dan zij gewend is. “Als een kind van vijftien ergens niet tevreden over is, komt het dat zelf vertellen. In Spanje zouden dan de ouders komen. Misschien hoort dat bij de directheid van Nederlanders?”

Als De la Cruz naar de toekomst kijkt, ziet ze zichzelf in Nederland blijven: “Als ik nog beter Nederlands spreek en begrijp, kan Nederland als mijn eigen land gaan voelen. Dat zou ideaal zijn.” Terug naar Spanje verhuizen, is hooguit een optie als ze met pensioen gaat. Door de emigratie mist ze wel haar familie: “Dat is het ergste van deze beslissing. Maar elke dag spreek ik ze, we skypen vaak. Dat vind ik ook belangrijk voor de kinderen, anders gaan ze hun familie vergeten.”

Peter Ballière Voor de Vlaamse huisarts Peter Ballière (58, gehuwd, vier kinderen) was de keuze voor Nederland minder ingrijpend. Hij werkt sinds 2002 in Breskens, waar hij maar 40 kilometer vandaan woont.

Ballière legt uit waarom hij in Nederland wilde werken. “Zoals het in België ging, zo wilde ik niet doorgaan. Dat had vooral te maken met de lange werkdagen. Er waren nog geen assistenten, het was gebruikelijk dat de partner meewerkte. Mijn vrouw deed de telefoon, maar daar werd ze niet gelukkig van. In België was mijn leven op de praktijk afgestemd, ik werkte van 8.00 tot 22.00 uur. Er was doordeweeks geen wachtdienst, je moest altijd beschikbaar zijn. Ik hield twee spreekuren per dag en tussendoor legde ik huisbezoeken af.” Ook de prestatiegeneeskunde droeg aan de druk bij, meent Ballière. “Specialisten stellen daardoor geen zorg uit. Het stimuleert om veel te werken, ook bij huisartsen.”

Door de schaarste aan huisartsen (zeker in Zeeuws-Vlaanderen) was het voor Ballière niet zo ingewikkeld om in Nederland werk te vinden. “Ik werd overal met open armen ontvangen. Het was ook niet lastig, want de opleiding is gelijk en de manier van werken hetzelfde.”

Ballière ziet ook verschillen tussen Nederland en België: “In België heeft de patiënt de regie, niet de huisarts.” Een patiënt kan zonder verwijsbrief naar de specialist. “Soms ben je een patiënt dan opeens kwijt”, stelt Ballière. Hij noemt de huisartsenzorg in Nederland beter georganiseerd. “De functie van huisarts is meer uitgesproken. Het is leuker om poortwachter te zijn.”

Peter Ballière: ‘zowel patiënten als collega’s zijn een stuk directer. Je weet sneller wat je aan elkaar hebt’

In de loop der jaren is er in België veel veranderd natuurlijk en Ballière ziet ook in Nederland de werkdruk stijgen. “We nemen wel meer personeel aan, zoals poh’ers en meer assistenten, maar je moet dat werk ook organiseren. Je moet erop toezien, leiding geven en je bent verantwoordelijk”, geeft Ballière aan. “Iedereen werkt meer, met meer mensen, maar het zuigt ook werk aan.”

Ballière startte in Nederland met een solopraktijk, na drie jaar vormden de collega’s van de hagro een groepspraktijk met eerst vier artsen, die ondertussen tot zes artsen is uitgebreid. In de samenwerking merkte hij als Vlaming dat zowel patiënten als collega’s directer waren. “Maar ik had daar geen last van. Het is alleen maar gemakkelijker; je weet sneller wat je aan elkaar hebt.” Ballière vindt dat hij helemaal aangepast is. “Ik denk Nederlands. Ik kan me behoorlijk ergeren aan Belgische situaties in de politiek. Bijvoorbeeld dat ze al jaren zeggen dat ze de prestatiegeneeskunde willen veranderen en er toch niets gebeurt.”

Waar de huisarts aan moest wennen, was het vele vergaderen: “Als je iets wilt veranderen, moet je veel tijd besteden aan masseren, iedereen meekrijgen en niets forceren. Dat heb ik echt moeten leren.”

Ondertussen werkt Ballière nog vier dagen. “Een dag minder werken is prettig, maar het is ook druk. Je moet op een dag meer werk verzetten.” De huisarts gaat qua werkplek niet meer veranderen: “Hier is een betere loopbaanplanning en ik kan het werk straks goed overdragen. Ik ben nog elke dag tevreden dat ik voor Nederland heb gekozen”.

Giorgio Mauro Ook de Italiaanse psychiater Giorgio Mauro (43) is nog altijd blij met zijn keuze voor Nederland. Dertien jaar geleden kwam hij naar ons land, deels voor de liefde, deels om een nieuwe ervaring op te doen.

Twintig jaar geleden leerde hij als geneeskundestudent in zijn woonplaats Milaan zijn Nederlandse vriendin kennen, toen ze daar stage liep voor haar studie design. Na een relatie op afstand woonde het stel eerst samen in Milaan. Voor Mauro was het moeilijk om in Milaan een opleidingsplek in de psychiatrie te vinden. “Mensen met de goede relaties gaan altijd voor en Milaan is een gewilde plek.”

Omdat zijn vriendin een eigen bedrijf wilde starten en het stel ook zin had in een nieuwe ervaring, verhuisden ze naar Utrecht, waar Mauro bij ggz-instelling Altrecht als agnio ging werken bij de langdurige zorg in het Willem Arntsz Huis. Mauro vertelt: “Dat was een bijzondere plek, het oudste psychiatrische ziekenhuis van Nederland.”

Voordat hij bij Altrecht begon, volgde Mauro een cursus van vier weken om Nederlands te leren. “Daarna werd ik in de leeuwenkuil gegooid”, lacht hij. Maar dat leverde geen problemen op. “Psychiatrie is een talig vak, maar ik werk meer als psychotherapeut en kijk naar de gehele mens. Ik vind de rol van taal overschat. Voor mij is de non-verbale communicatie belangrijker dan de betekenis van de taal zelf. “Natuurlijk heb je de taal nodig, maar door aan patiënten steeds te vragen of ik ze goed begrijp, nodigt dat uit tot reflecteren; dat is in de psychotherapie juist goed.”

Het afronden van zijn opleiding viel samen met de geboorte van zijn dochter, nu zeven jaar geleden. Hij nam de zomer vrij om van de baby te genieten: “Onbedoeld was het een perfecte timing”. Consequentie was wel dat hij drie maanden geen inkomen had. “Dat is misschien een cultureel verschil, maar wij deden het gewoon, dachten daar minder over na.”

Giorgio Mauro: ‘In Nederland gaat alles op de minuut, dat was helemaal nieuw voor mij ’

Als psychiater werkt hij nu bij Altrecht met de patiëntengroepen. Mauro is erg tevreden over de ggz in Nederland. “We kunnen enorm zeuren over alle bezuinigingen. Mensen zijn het goed gewend en natuurlijk doet elke bezuiniging of reorganisatie pijn. Maar we hebben nog steeds een fantastisch systeem hier. In Italië moet je voor behandeling van een persoonlijkheidsstoornis naar een privékliniek, op eigen kosten. Dan nog zijn er geen complexe behandelingen en geen multidisciplinaire teams zoals hier.” Mauro ziet dat er in Nederland ook lange wachtlijsten zijn, maar hij vindt de zorg beter en voor meer mensen toegankelijk.

De psychiater voelt zich goed op zijn plek, in een multidisciplinair team, met weinig hiërarchie. Maar hij heeft wel moeten wennen aan de strakke agenda. “In Italië nemen we vijf of tien minuten wachten voor lief. In Nederland gaat alles op de minuut, dat was helemaal nieuw voor mij”, lacht hij. Mauro werkt nu vier dagen, wat in Italië ondenkbaar is. “Ik koester mijn vrije tijd. Ik heb een uitlaatklep nodig naast mijn werk. Ik kan tijd besteden aan de Stichting Psychiatrie en Film en ik kan voor mijn dochter zorgen. Er is meer dan alleen werk.” Mauro wil van het leven genieten, reizen met zijn gezin. “Als ik naar collega’s kijk, zou ik wensen dat ze soms wat lichter door het leven gaan.”

Natuurlijk mist de psychiater zijn geboorteland soms: zijn familie, het lekkere eten en de langere zomers. “In Italië is de zon een gegeven, in Nederland koester je elke zonnestraal.”