TomTom & euthanasie

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Op 12 april 2001 werd met een parlementaire meerderheid van D66, VVD en PvdA de wet ‘Toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding vastgesteld. In hetzelfde jaar kreeg het bedrijf Palmtop de nieuwe naam TomTom en werd met zeer veel succes de TomTom Navigator, een mobiel autonavigatiesysteem, geïntroduceerd.

Voor de komst van de TomTom was ik in ons gezin degene die op Michelinkaarten de weg naar onze vakantiebestemming uitstippelde en de vaste bestuurster – mijn vrouw – de weg wees. Dat was een respectabele klus: zien, doen en denken tegelijk. Om het nuttige met het aangename te verenigen, kon ik bovendien elk moment een afslag bedenken naar een idyllisch dorpje of lekker restaurant. Desgevraagd en – veel vaker – ongevraagd voorzag ik kids en echtgenote van naar mijn gevoel leuke informatie over steden, streken en bezienswaardigheden die wij passeerden.

TomTom symboliseert een bepaalde manier van denken, of beter geformuleerd: het in zekere zin uitgeschakelde denken. Alleen het doel telt en het denkwerk houdt op zodra de bestemming is ingevoerd. De TomTom reikt je de weg aan en presenteert deze als een protocol dat minutieus opgevolgd moet worden. De fraaiste dorpjes en bezienswaardigheden glijden ongezien voorbij, want daar heeft de TomTom lak aan. Op de vraag van onze kinderen of wij al in Zwitserland zijn, leg je dus geduldig uit dat wij onderweg naar Noorwegen dit land niet passeren.

Euthanasie en palliatieve sedatie zijn twee strikt van elkaar gescheiden routes. De site Oncoline met richtlijnen over oncologische zorg laat hierover geen misverstanden bestaan: “De afgelopen jaren werd steeds vaker betoogd dat artsen continue en diepe sedatie zouden zien als een mogelijkheid om aan euthanasie ‘te ontkomen’. Dit suggereert dat continue en diepe sedatie een alternatief is voor euthanasie dat door artsen naar voren wordt geschoven. Het is van groot belang dat beide handelingsopties zo goed mogelijk van elkaar worden onderscheiden.”

Drie trends bepalen naar mijn gevoel dat euthanasie en palliatieve sedatie twee ‘TomTom’-routes zijn geworden: 1/ dokters moeten transparant handelen, 2/ dokters moeten zich strikt houden aan protocollen, en 3/ alles moet worden vastgelegd. Deze trends moeten ruis en oneigenlijk handelen voorkomen en ontmoedigen het uitstippelen van een eigen weg. Maar gaat het bij deze trends primair om de patiënt of om de toetsende, c.q. controlerende instanties? Wanneer een arts zich moet verantwoorden, dient louter aangetoond te worden dat de voorgeschreven route nauwgezet is gevolgd. Of dit vanuit het perspectief van de patiënt de ideale weg is wordt gemakshalve aangenomen maar is geenszins zeker.

Euthanasie en palliatieve sedatie zijn twee strikt van elkaar gescheiden routes,maar hoe zit het met de middenwegen?

Bij euthanasie wordt het lijden door levensbeëindiging opgeheven. Als huisarts en in privésfeer heb ik mensen gekend die een voorstander zijn van euthanasie maar opzien tegen het abrupte karakter hiervan. Wat mij meer dan eens ontroerde is dat hierbij rekening werd gehouden met de naasten. Volgens de gangbare normen mag palliatieve sedatie nooit als ‘slow euthanasia’ worden beschouwd. Maar laten wij er geen doekjes om winden: hoeveel kerngezonde mensen overleven één tot twee weken palliatieve sedatie? Zouden degenen die palliatieve sedatie willen ondergaan en na vier à vijf dagen toch nog in leven zijn, écht willen dat bij hen wordt gewaakt door wanhopige familieleden die inmiddels tot op het bot zijn uitgeput?

Ieder mens is een eigen landschap, waarin voortdurend beweging is. Hoe zeker ik mijzelf ook meen te kennen, toch durf ik voor mijzelf niet de hand in het vuur te steken wat betreft situaties waarin de dood om de hoek komt kijken. Wanhoop en pijn zullen mij sterken in een besluit om aan het leven een einde te (laten) maken, maar mooie momenten zullen mij ook weer aan het twijfelen zetten. Ik vind (nu) dat ik niet alleen aan mijzelf mag denken. Aan mijn zijde staan een echtgenote en twee kinderen aan wie ik veel schatplichtig ben. Ik wens mijzelf de moed toe om tot het laatste moment ook met hen rekening te houden. Voor mij mag de weg naar de dood geen door TomTom gedicteerde route zijn. Tussen euthanasie en terminale sedatie moeten ook middenwegen bestaan, die zich lastig in kaart laten brengen en waarmee TomTom niet kan omgaan. En er bestaat ook nog altijd zoiets als een natuurlijke dood.