Toyota C-HR

De Toyota C-HR behoort door zijn uiterlijk tot de meest spraakmakende nieuwe auto’s. C-HR staat voor Coupé High Rider, oftewel een ‘crossover’ van verschillende stijlen.

Tekst: Bart van den Acker | Beeld: Toyota

 

Zijn uiterlijk is bij uitstek hét verkoopargument voor de C-HR. Hij is lekker ongewoon; er zitten zo veel bijzondere lijnen en vormen in dat je ’m even op je moet laten inwerken. Daarbij polariseert de C-HR sterk: je vindt ’m geweldig of verschrikkelijk, een tussenweg bestaat niet. Aan bekijks heeft hij geen gebrek. Het is opvallend dat vooral vrouwen ’m zeer kunnen waarderen. De C-HR onderscheidt zich zó sterk, dat het niet eenvoudig is de concurrentie exact vast te stellen.

Prijs vanaf € 24.485 Bijtelling 22 procent

Onderhuids is de C-HR wel degelijk een heel serieuze auto. Door zijn hoge bouw en dito zitpositie is het een soort SUV, al is de totale interieurruimte niet veel groter dan in een gemiddelde hatchback. Volwassenen kunnen achterin zitten, maar ik voelde me achterin wat opgesloten. De bagageruimte is redelijk van formaat, wat kleiner dan je zou verwachten. De dode hoek rechtsachter is enorm.

De C-HR is er technisch in twee varianten. Er is een nieuw ontwikkelde 1,2 liter turbomotor (85 kW/116 pk) en een hybride (1,8 liter, 90 kW/122 pk), waarvan de aandrijflijn in principe identiek is aan die van de Prius. Ik reed de hybride, waarbij de aandrijflijn indruk maakte door de rust, het geluidscomfort, de souplesse én natuurlijk het lage brandstofverbruik. Door zijn formaat en gewicht kan de C-HR niet even zuinig zijn als de Prius, maar ik reed met gemak 1 op 20 gemiddeld. Voor de afwisseling was dat zelfs een keer zuiniger dan de boordcomputer verwachtte. Welke versie de beste koop is, hangt af van een individueel te maken rekensom, waarbij de jaarlijkse kilometrage doorslaggevend is.

Het is wel degelijk een serieuze auto

Het karakter van de C-HR is op de weg ook erg ‘breed’. De ‘H’ van High impliceert al een wat hogere zit dan in een normale auto. Veel automobilisten vinden dat prettig. Het gevoel boven de massa uit te steken is voer voor psychologen, maar echt veel meer overzicht levert het niet op. Kopers van ‘hoge’ SUV’s en dergelijke kiezen in het algemeen niet voor een sportief weggedrag, maar dat biedt de C-HR juist wel. Hij stuurt heel nauwkeurig en sportief. Daar staat een tamelijk harde afstemming van het onderstel tegenover.

Het dashboard met rechtopstaande ‘tablet’ is optisch wat druk, maar de ergonomie scoort een voldoende. Een sterk punt is de veiligheidsuitrusting. Elke C-HR remt voor voetgangers, leest borden met maximumsnelheid, corrigeert als de rijstrook wordt verlaten, schakelt zelf grootlicht in en heeft adaptieve cruise control. Al die systemen werken redelijk goed, de cruise control reageert soms traag als de auto kan versnellen, maar daar is goed mee te leven.

Conclusie: de C-HR rijdt nergens ongemerkt voorbij. Het eigenzinnige uiterlijk trekt steeds de aandacht. Wie extravert genoeg is voor de C-HR, heeft er een redelijk ruime, goed rijdende en zuinige auto met een rijke veiligheidsuitrusting aan.