Uit de oude doos XV

Een Arts & Auto uit 1964 verhaalt over de terugloop in “het bezoek aan openbare vermakelijkheidsinstellingen in het ontspanningsleven van de Nederlandse bevolking.” Volgens een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek trekt amusement buiten de deur steeds minder bezoekers. Maar de culturele teloorgang vindt ook binnenshuis plaats: “Het aantal mensen dat een muziekinstrument bespeelt, neemt af.”

Het onderzoek scheidt ‘licht en ernstig’ amusement. “Het ernstige patroon komt vooral voor in de sociale bovenlaag en daarbij past bezoek aan musea en theaters, het lezen van boeken en het bespelen van piano en blokfluit. Het lichte patroon is sterk geconcentreerd in de arbeidersbevolking en wordt gekenmerkt door bezoek aan voetbalwedstrijden, intensief gebruik van het televisietoestel en het bespelen van mondharmonica, accordeon en gitaar.”

De televisie die in 1956 zijn onstuitbare opmars in de Nederlandse huiskamers begon, wordt in het onderzoek als belangrijke, maar niet enige oorzaak aangewezen. “Vermoedelijk is hier veeleer sprake van een complex van factoren, samenhangend met de talloze veranderingen in het moderne levensritme.”

Anno 2014 lijkt alles weer anders. Wij vermoeden zomaar dat de meesten van onze lezers van ‘ernstig amusement’ houden. Toch zullen velen van u komende zomer hun televisietoestel intensief gebruiken om naar voetbal te kijken. Voor u het weet, speelt u straks ook nog mondharmonica.

Delen