Uit de oude doos XXVIII

De eerste Arts en Auto verscheen 80 jaar geleden, op 5 januari 1935. Onder de kop Heil den lezer! opent hoofdredacteur G.A. Prins het nummer met nieuwjaarswensen voor de lezers. ‘Speciaal wenschen wij, dat geen verkeersongevallen – met al den aankleve van dien – onze leden in hun praktijk zullen belemmeren.’ Daarna vertelt hij hoe trots hij is op het nieuwe blad: ‘Wij hebben thans eenigszins het gevoel, dat een vrijgezel heeft, die tot dusverre op kamers woonde, doch nu voor het eerst zijn eigen home betrekt.’

Het eerste nummer telt slechts 16 pagina’s, maar het blad verscheen destijds wel tweemaal per maand. De artikelen gaan over verkeerswegen, wintersport (‘deze geheel nieuwe sport viert hoogtij’), wat er in een E.H.B.O. doos hoort en welke maatregelen nodig zijn bij een auto-ongeval.

Op de laatste pagina roept het bestuur alle leden dringend op om ‘het nieuwe Tijdschrift in de wachtkamer te leggen. Op deze wijze kunnen onze ideeën over de veiligheid van het verkeer het beste worden uitgedragen in de geheele gemeenschap. Ongetwijfeld zal ons sierlijke Tijdschrift het vervelende wachten op even nuttige als aangename wijze doen bekorten.’

Ook de huidige redactie is, 80 jaar later, trots op het blad. Én op al den aankleve van dien, zoals een website, nieuwsbrieven, speciale studentennummers en Arts en Auto LIVE (deze zaterdag 6 juni).

Delen