Uit de oude doos XXXIX

Zoals vaker in deze rubriek gemeld, ging het vroeger in Arts en Auto vrijwel alleen over auto’s. Of over artsen in combinatie met ‘iets’ over auto’s. Maar vanaf medio vorige eeuw kwam er langzamerhand ook aandacht voor andere onderwerpen.

In een artikel in september 1955 gaat het over rechters. Over rechters én auto’s, dat dan weer wel. Volgens het tekstje is door het toenemende verkeer (meer) rij-ervaring nodig voor rechters die verkeerszaken behandelen. “Omdat de rechter zich steeds moet verplaatsen in de positie van degene die voor hem staat als verdachte, eiser of getuige, dient hij zelf ervaring te hebben en onderhouden in het besturen van motorrijtuigen.” In het pleidooi zou “de Staat, die de rechters, personeel, gebouwen, enz. ter beschikking stelt, ook zorg moeten dragen voor het verkrijgen en onderhouden van rijervaring van rechters.”

Rijdende rechter

Suggesties om dat doel te bereiken worden ook direct meegeleverd. “Rechters krijgen voor hun auto een bepaalde vergoeding op basis van bijvoorbeeld 15.000 km per jaar, of zij kunnen hun autokosten voor de belasting als beroepskosten aftrekken van hun inkomsten. Hebben zij geen auto, dan moeten de rechters in de gelegenheid worden gesteld een bepaald aantal kilometers per jaar als bestuurder van een politieauto te fungeren.”

We hebben weinig meer van het idee vernomen, maar zijn er wel nieuwsgierig door geworden. Hoe dacht de onbekende schrijver bijvoorbeeld over de noodzakelijke ervaring voor rechters die moordzaken behandelen?

AA09-2016p008a