Van deze tijd

De afgelopen tijd waren er op de BBC weer een paar mooie documentaires over het dagelijks werk van (Britse) artsen. Een van de dingen die mij hierin opviel, was hun directe, natuurlijke, prettige manier van doen. Inclusief op het punt van kleding. Die was soms verzorgd-casual en soms meer representatief, maar steeds: geen witte jas.

Wat dokters moeten of mogen dragen, vooral in ziekenhuizen, is een onderwerp waarover heel verschillend wordt gedacht. Binnen de beroepsgroep zelf, waar je zowel tegenstanders van ‘de witte jas’ vindt als traditionele voorstanders. Maar ook onder burgers en patiënten, van wie er velen een arts pas echt vertrouwen als die in het wit gaat. Maar intussen lopen er ook genoeg rond die hier juist anders over denken.

Zelf zit ik in die laatste categorie, om te beginnen om redenen van esthetiek. Wit is een besmettelijke kleur, wat al gauw leidt tot storende smoezeligheid. Wit is bovendien een kleur die niet-slank afkleedt, en ook bij dokters komt het voor dat dit geen goed idee is. Je kunt dit ondervangen met een andere, donkerder kleur officiële doktersjas, maar zo simpel ligt het niet. Want de essentie van die witte jas is niet die specifieke kleur als zodanig, maar het onderliggende idee van onderscheid: dat je meteen ziet wie dokter is (en wie niet). Maar wat is hiervan de ratio?

Natuurlijk zijn er, zeker in een ziekenhuis, dokters met een functie waarin directe herkenbaarheid van potentieel (veiligheids)nut is. Maar voor de beschouwend specialist in zijn of haar spreekkamer geldt dit niet, terwijl ook die toch vaak in het wit gaat. En zou het ook niet zo kunnen zijn, dat juist die uiterlijke herkenbaarheid-als-arts een rol speelt bij de slordigheid onder sommige ziekenhuisartsen op het punt van zichzelf netjes aan patiënten voorstellen? In de zin van: ze zien toch dat ik de dókter ben, en dat moet voldoende zijn?

Beter dus om die witte jas weg te doen, en te vervangen door iets dat niet primair onderscheid uitstraalt, maar respect. En dan bedoel ik: respect voor de patiënt, door een outfit die enerzijds verzorgd is, maar tegelijk ook persoonlijk en individueel. Want als patiënt wil je graag als persoon worden bejegend, en niet als dossiernummer. En dan helpt het, als ook de bejegener zelf zich als individueel persoon presenteert, in plaats van als semi-anonieme functionaris-in-uniform.

Maar de allerbelangrijkste functie van die witte doktersjas is natuurlijk het onderstrepen van status. Als symbool voor het traditioneel hoge aanzien van de artsenprofessie, niet alleen binnen de hiërarchie van zorgorganisaties zelf maar ook tegenover patiënten. Maar ook dit is achterhaald. Ooit hoorden artsen bij een heel kleine maatschappelijke elite, van wetenschappers en notabelen ‘met universiteit’. Maar anno 2013 heeft meer dan 30 procent van de volwassen beroepsbevolking een hoger-onderwijs diploma op zak. En krijgen artsen dagelijks patiënten over de vloer die qua denkkracht en intellectueel niveau in algemene zin, hun gelijkwaardige of juist meerdere zijn.

Aan het gewicht van specifieke, medische vakkennis van dokters doet dit verder niks af. Maar zo’n speciaal stuk kleding ter formele onderstreping van de statuur? Juist door dit welbewust uit te laten, en zo inhoud en persoon boven uiterlijke vorm te stellen, geeft een arts een vertrouwenwekkend signaal pur sang: Ik ben van deze tijd.

 

Delen