Voornaam

Frank van Wijck
Frank van Wijck is medisch journalist en houdt als freelancer op maandag, woensdag en vrijdag een weblog bij op de website van Arts en Auto. Lees alle artikelen van Frank van Wijck

Twee weken geleden smakte ik door gladheid op het beton, waarbij een minuscuul stukje bot in mijn  rechter pols los ketste. Klein leed, maar pijnlijk was het wel. “Tien dagen immobiliseren en kom dan maar terug”, zei de arts-assistent. Gisteren ging ik terug naar de gipskamer, waar de dienstdoende arts het eindoordeel velde: “Langzaam belasten, maar terugkomen als het weer pijn gaat doen.”

Het viel me op dat hij me een hand gaf met de woorden: “Dag, dokter B.”. De arts-assistent had zich voorgesteld met haar voor- en achternaam, zonder toevoeging. Tijd om de dokter te vragen waarom hij het nodig vond om zijn titel te noemen, kreeg ik niet. Hij was meteen weer weg.

Teruglopend naar de hoofdingang van het ziekenhuis vroeg ik mij af hoe mensen zouden reageren als ik mij bij een interview voorstelde met: “Goedemorgen, journalist Van Wijck”. De vakkenvuller in Albert Heijn die ik vraag waar de tapenade staat, stelt zich helemaal niet voor. Ik zou het ook vreemd vinden als hij zijn hand uitstak met de woorden: “Goedemorgen, vakkenvuller Piekema. Loopt u maar mee, dan wijs ik het u even.”

De reden waarom ik het gebruik van het woord dokter opmerkelijk vind, is dat het afstand schept. Het wekt de suggestie van: “Ik heb ervoor doorgeleerd, vertrouw me maar.” Nu heeft hij er natuurlijk ook voor doorgeleerd, maar in een tijd van shared decision making, waarin de patiënt een partner moet worden in zijn behandelprogramma, is die afstand niet het meest voor de hand liggende uitgangspunt.

Bij mijn fiets aanbeland vroeg ik me af: zou die arts-assistent zich nu ook gaan voorstellen als dokter als ze het straks eenmaal echt is? Of zou die dokter horen dat zij het anders doet en denken: “Hé, zo kan het ook”?

11 Reacties Reageer zelf

  1. Flip Vuijsje Flip Vuijsje
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 09:36 | Permalink

    Beetje lastige kwestie, Frank. Een probleem is juist ook, dat medische professionals zich vaak níet fatsoenlijk voorstellen; in de zin van dat je niet alleen niet weet met ‘wie’ je te maken hebt, maar ook niet met ‘wat’ precies. Als patiënt wil je gewoon soms weten wanneer je nou met een (‘echte’) arts te maken hebt, of met eentje nog in opleiding, of met een verpleegkundige, of wat dan ook… En dat wordt lang niet altijd spontaan duidelijk gemaakt.

  2. Bart Timmers
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 10:26 | Permalink

    Wat grappig. Als huisarts-opleider spreek ik hier ook vaak over bij 1ejaars aios. En wat blijkt: Die durven zich niet voor te stellen als dokter, vinden het onwennig en zijn soms zelfs bang dat het te maken heeft met “pochen”! Maar de realiteit is dat mensen heel vaak niet weten of ze met een verpleegkundige, POH, fysiotherapeut of dokter te maken hebben. Wat is er dan duidelijker dan dat “dokter” er even voor te zeggen? De enige afstandelijkheid die het schept is dat je even functioneel zegt wie je bent, namelijk “dokter dieendie” in plaats van voornaam-achternaam. Je laat een klein stukje individualiteit los voor een functionele beschrijving. Niks mis mee volgens mij en alleen maar duidelijk voor de patient.

  3. Anne-Miek Vroom
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 10:26 | Permalink

    Leuk blog. Mijn vader werd vroeger eens gebeld door mijn orthopedisch chirurg. Mijn vader pakt op. Aan de andere kant van de lijn: ‘U spreekt met dr. P.’. Mijn vader: ‘U spreekt met boer Vroom’.
    Er werd kort gelachen. Jaren later was ik naar een wetenschappelijk congres in Oslo, waar toevallig ook die orthopedisch chirurg aanwezig was. Ik zat met hem en een aantal medici aan de ontbijttafel. Het gesprek ging over precies wat jij in je blog beschrijft: hoe stel je je voor? Mijn ex-orthopedisch chirurg vertelde dat hij altijd zijn voornaam gebruikte. Dat hij het niet zo op heeft met titels. Ik kon het natuurlijk niet laten hem te herinneren aan het telefoongesprek met mijn vader, twintig jaar geleden. Aan de ontbijttafel werd heel hard gelachen.

  4. patient2punt0
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 10:50 | Permalink

    Mijn ervaring ligt in lijn met wat Dhr Vuijsje schrijft, in het ziekenhuis tenminste. De titel ‘dokter’ komt nog net over, maar de naam en de functie… geen idee soms.

    In een enkele polikliniek heb ik gezien dat er bij de balie de namen en foto’s van de aanwezige artsen staan, zodat ik in ieder geval achteraf kan kijken door wie ik behandeld ben. Een top-idee. Ik stel zorgverzekeraars voor om alleen ziekenhuizen te contracteren die een ‘smoelenbord’ met behandelaars gebruiken. 😉

  5. G K Mitrasing
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 12:18 | Permalink

    Het stuk is net als een Rorschach -methode. Je kunt er van alles bij bedenken. Degene die het werkelijke antwoord kan geven op van Wijck’s wordt niets gevraagd. Misschien, bij echte journalistieke nieuwsgierigheid gewoon even de die dokter bellen? Van Wijck vraagt zich net zo min af wat ‘Shared decision making” is en of dat in alle situaties wenselijk of nodig is. Wilde hij misschien meer aandacht? Het lijkt me net zo goed mogelijk dat er iemand in het spel is met een narcistisch trekje en/of een vleugje autoriteitsproblematiek. U kunt altijd gokken op wie dat slaat: de dokter, de journalist of deze reaguurder? Het is nl altijd mogelijk!

  6. Danny Kleinman
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 12:35 | Permalink

    Heeft het ook niet te maken met de manier van voorstellen? Als fysiotherapeut kom ik vaak bij patiënten aan huis en tref daar ook andere zorgverleners. Ik ervaar nogal een verschil qua afstand als een voor mij ‘onbekende’ huisarts zich voorstelt als ‘dokter Jansen’ of als ‘Piet Jansen, huisarts’ (gefingeerde namen). Ik stel mij ook niet voor als ‘fysiotherapeut Kleinman’ maar als ‘Danny Kleinman, fysiotherapeut’ in de gevallen dat het niet duidelijk is dat ik de behandelende fysiotherapeut ben. (bijv. aan de telefoon of als mijn praktijklogo en -naam niet zichtbaar zijn op mijn werk-polo doordat ik mijn jas nog aan heb o.i.d.)
    Het mag van mijn persoonlijker, maar zonder dat het te amicaal wordt; want we blijven wel zorgprofessionals hè?! 😉

  7. ANH Jansen
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 17:44 | Permalink

    Deze casus roept meerdere vragen op:

    -Hoe is het gesteld met de handhygiëne? Zijn de handen van beiden voor en na het handen schudden gewassen volgens protocol?

    -Waarom moest de arts zelf de controle doen en vond er geen taakherschikking plaats?

    -waarom kon dit niet via Ehealth worden afgehandeld? Een FAQ lijst laten invullen en zo nodig doorlinken naar een webcam met een PA’er, NP’er, POH’er of arts al dan niet in opleiding?

    -Waarom moest de controle in de Tweede lijn plaatsvinden en kon dit niet bij de eigen huisarts? Hoezo overheveling?

    -waarom überhaupt voor controle voor pols, hand en arm als je naar het ziekenhuis toe kan fietsen? Deed dat geen pijn? Kon dat zonder problemen? Dat is nu juist een van de FAQ’s!

    -was hier sprake van zinnige zuinige zorg?

    Netjes van die arts dat hij duidelijk maakt dat hij arts is; schept direct verplichtingen en verwachtingen. En dat in 1 minuut!

    En door dit mondeling te doen houdt hij rekening met iedereen. Er zijn immers analfabeten, visueel beperkten e.d. onder de verplicht verzekerden. Aan een smoelenbord heeft niet iedereen wat.

    Niets op aan te merken dus.

    En als dank voor zijn diensten komt Edith met het MBI om de overschrijding van het toegestane budget wegens de behandeling van deze blessure die vanzelf over ging terug te halen.

    Shared Decision Making op zijn Nederlands.

  8. Frank van Wijck Frank van Wijck
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 20:39 | Permalink

    Danny: jij geeft precies de reactie waarop ik hoopte. Jouw voorstel is de elegante oplossing inderdaad. Natuurlijk vind ik het fijn om te weten of degene die mij tegemoet treedt wel of niet een arts is. Maar “Kees Jansen, dokter” klinkt al een stuk vriendelijker dan “Dokter Jansen”. Zo simpel kan het zijn.

  9. Jenneke Kramer
    Geplaatst op 19 februari 2015 om 20:44 | Permalink

    Wat leuk en interessant om te lezen hoe ik overkom! Als uroloog in opleiding stel ik me heel bewust niet voor met mijn voornaam. De keren dat er wel bewust naar werd gevraagd vond ik hoogst ongemakkelijk. Voor een professionele betrokkenheid bij de patiënt is ook behoud van enige afstand voor mij als dokter prettig. ‘En, Jenneke, wat vónd je nou van mijn prostaat?’ vind ik aansluitend aan een toucher een hoogst ongemakkelijke opmerking en die wil ik dan ook voorkomen. Dus daarom voor mij bewust geen voornaam!

  10. Paul van de Vijver
    Geplaatst op 20 februari 2015 om 13:26 | Permalink

    Niets mis mee om je voor te stellen als dokter. Vooral na een ziekenhuisbezoek of opname weten patiënten amper met wie ze gesproken hebben en wat hun functie is. Als patiënten weten met wie te maken hebben is het natuurlijk niet functioneel. In gesprekken met mijn aio’s als huisartsopleider was dit een terugkerend onderwerp. Ook trouwens het wel of niet gebruiken van de voornaam.

  11. Paul Berghuis
    Geplaatst op 20 februari 2015 om 16:09 | Permalink

    Mijn moeder had een hekel aan uniformen en dus de pest er in dat ik een witte jas droeg. Ik vroeg haar “als je in het ziekenhuis komt en je zoekt de zuster, zoek je dan een witte jurk/jas/broek of een iemand met een jeans aan?”
    Als mannelijke verpleegkundige word ik vaak als dokter gezien, terwijl de vrouwelijke arts even zo vaak als zuster wordt aangesproken. Het noemen van je professie is best wel handig en naar mijn mening niet arrogant. Wat wel verstandig is is om je eerst voor te stellen met naam en daarna (maar enkel bij het uitoefenen) je vak) je toenaam. Het heet niet voor niets zo.