Wederzijdse inspiratie

Hoe is het om als (para)medicus een partner te hebben met een creatief beroep? We vroegen drie ‘gemengde’ koppels ( hoe zij elkaar inspireren, wat ze van elkaar leren, en waar ze elkaar misschien om benijden. Deze aflevering: Kinderlongarts Karin de Winter en fotograaf Kees de Winter.

Tekst: Marie-Claire Melzer

Karin de Winter (43, kinderlongarts in het Wilhelmina Kinderziekenhuis – UMC Utrecht) en Kees de Winter (48, voorheen predikant, nu beginnend fotograaf). Karin en Kees wonen in Culemborg met hun vier dochters in de leeftijd van 9 tot 15 jaar.

Gezamenlijk project

Karin promoveert komend jaar op de validatie van mini-darmpjes bij cystic fibrosis en Kees gaat foto’s maken voor de vormgeving van het proefschrift.

Karin: “We nemen iets af van het patiëntje en geven er weer wat voor terug, dat proces willen we in beeld brengen.”

Motivatie eigen vak?

Karin: “Wat me boeit aan mijn vak is de combinatie van acute en chronische zorg. En daarnaast de bronchoscopieën op de OK en het longfunctie-onderzoek dat erbij komt kijken. Het WKZ-UMCU heeft het grootste CF-centrum in Nederland en het mini-darmpje, een laboratoriummodel van de CF-patiënt waarin medicatie kan worden getest, is een uitvinding van het UMCU in samen-
werking met het Hubrecht Instituut. Het is heel boeiend om daar nauw bij betrokken te zijn.”

Kees: “Als predikant vond ik het leuk om te zoeken naar de betekenis in bijbelse teksten om die in een helder verhaal te communiceren. Als fotograaf draait het ook om communicatie, maar nu met beelden, en dan het liefst onverwachte beelden, zodat mensen anders gaan kijken.”

Wederzijdse inspiratie?

Kees over Karin: “De wilskracht en het doorzettingsvermogen van Karin vind ik heel inspirerend, zoals ze zich bijvoorbeeld vastbijt in haar proefschrift. Ik heb zelf een heleboel interesses en vind het soms lastig focus aan te brengen. Karin helpt mij daarbij.”

Karin over Kees: “Kees’ onbevangen blik waardoor hij soms ziet wat anderen niet zien. Zo zag hij tijdens mijn co-schap kindergeneeskunde al eerder dan ikzelf dat dat echt iets voor mij was.” Kees vult aan: “Ik weet nog dat Karin ooit eens met medestudenten naar een filmpje moest kijken waarin een bal over en weer werd gegooid. Opdracht was om te tellen hoe vaak. Ze waren zo druk met tellen dat ze de gorilla die in beeld verscheen totaal over het hoofd zagen!”

Weleens jaloers op?

Karin: “Dat Kees rustig de tijd kan nemen voor dingen, dat zou ik ook weleens willen maar in de hectiek van een ziekenhuis kan dat meestal niet.”

Kees: “Dat Karin weleens in de file staat! Mijn werk is soms ook best hectisch, maar ik werk thuis, dus daarna stap ik meteen in de hectiek van het gezinsleven, terwijl Karin in de file even op adem kan komen.”