Winst

Een Tweet die mijn aandacht trok gisteren: ‘Het woord winst mag in de zorg geheel niet voorkomen’. Het triggerde mij tot de reactie dat ik dit onzin vond. Een zorgaanbieder die geen winst maakt, kan immers ook niet investeren in de toekomst. Wat volgde was een semantische discussie waarin het niet meer over het principe ging, maar over het woord winst. Een vreemd woord als het om zorg gaat, vond de een. Je kunt het ook ‘positief resultaat’ noemen, vond een ander. ‘A rose by any other name would smell as sweet’, vond William Shakespeare een eeuw of vier geleden al.

Maar toch, het simpele feit dat het woord winst discussie uitlokte, is veelzeggend. Het is in de zorg een vies woord geworden, dat de indruk wekt dat geld wordt verdiend aan zieke mensen. Daarom even hardop: dat is ook zo, en dat is maar goed ook. Wie zou immers huisarts, verpleegkundige, medisch specialist of fysiotherapeut willen worden als hij daarmee niet zijn brood verdiende? En hoe zou vooruitgang in medisch behandelingen kunnen worden geboekt als daarin niet geïnvesteerd kan worden? De gezondheidszorg levert een substantiële bijdrage aan onze economie. Of zoals VNO NCW en MKB Nederland het vorig jaar stelden: “De baten van de collectief gefinancierde zorg zijn groter dan de kosten.” Het rendement van de zorg is dus positief, de zorg levert geld op.

Natuurlijk ging het in die Tweet om de relatie tussen zorg en winstuitkering, dat snapte ik ook wel. Ook daarover kun je discussiëren en ik doe daar graag aan mee. Maar ik merk wel hoe moeilijk het is om over de zorg te discussiëren zonder mensen tegen de haren in te strijken of emoties los te maken. Het wordt een boeiende verkiezingstijd.

Delen