Zorgverzekeraar en transparantie

Dienie Koolen-Goossens
Dienie Koolen-Goossens is zorgondernemer, logopedist en docent. Zij is bestuurlijk actief en heeft passie voor gezondheidszorg en onderwijs. Bekijk ook haar profiel op LinkedIn. Lees alle artikelen van Dienie Koolen-Goossens

De tarieven voor het komend jaar voor de zorg zijn nog niet bekend. Als zorgondernemer ben ik weer heel benieuwd wat ons aangeboden wordt. Mijn praktijk kan alleen maar goed draaien als onze inspanningen worden beloond en onze investeringen bekostigd. De patiënten hebben recht op innovatieve zorg en mijn medewerkers hebben recht op een fatsoenlijk loon.

Dat we nu als logopedist eindelijk ook een tarief hebben voor anamnese en onderzoek is zeer terecht. De tijdsinvestering hiervoor is enorm en het tarief dekt helaas nog niet de gehele lading. We beschrijven namelijk niet alleen de stoornis, maar het gehele scala aan gegevens die volgens de richtlijn moeten worden vastgelegd. We noteren de gegevens die behoren bij ICF zoals over onderliggende ziekte, lichamelijke functies en eigenschappen, activiteiten, participatie, externe factoren en persoonlijke factoren. Die laatste twee gaan bijvoorbeeld over opleidingsniveau, fysieke en mentale belastbaarheid, motivatie, woonomgeving, thuissituatie en gebruikte hulpmiddelen. Natuurlijk noteren we ook het beloop van de stoornis en maken we behandeldoelen en behandelverslagen.

Waarom van zorgverleners transparantie eisen terwijl blijkt dat verzekeraars maar weinig met de gegevens kunnen?

Wat mij bevreemdt is dat de gegevens er zijn om verschil te maken en zorg op maat aan te bieden, maar dat de zorgverzekeraars nog helemaal niet zover zijn. Vanuit een diagnosecodering kijken zij namelijk naar het behandelgemiddelde zonder ook maar iets mee te nemen van omliggende factoren, terwijl die allemaal geacht worden door ons vastgelegd te zijn.

In een eerder blog schreef ik al eens over het verschil tussen patiënten bij het aanslaan van een behandeling omdat de vermogens van mensen zeer verschillend kunnen zijn.

Dit wordt echter allemaal niet meegenomen. De uitleg van de zorgverzekeraars over het op hun manier berekenen van het  behandelgemiddelde levert vaak meer vragen op dan antwoorden. Ik vind ook dat er gekeken moet worden naar doelmatigheid en kosten. Waarom dan niet gekeken naar alle relevante factoren?  Ik ga ervan uit dat er eerst uitleg wordt gevraagd over de reden waarom de zorgverlener een bepaald aantal behandelingen nodig had geacht om tot kwalitatief goede zorg te komen.

Vaak wordt gezegd dat wij als zorgverlener niet voldoende transparant zijn. Ik kan u verzekeren dat we vele gegevens vastleggen maar het blijkt dat het veel te ingewikkeld is die mee te nemen in de behandelindex. Het systeem van de zorgverzekeraar kan dat nu nog niet aan. Terwijl onze systemen inmiddels overlopen en wij als zorgverleners ook!

4 Reacties Reageer zelf

  1. Dienie Koolen-Goossens Dienie Koolen
    Geplaatst op 25 mei 2016 om 22:54 | Permalink

    http://www.minderlastenmeerzorg.nl/paramedie/gemaakte-afspraken/ ZN publiceerde 25 mei oa dit over een uniforme rekenmethode:
    ‘ Uniforme rekenmethode
    Zorgverzekeraars gebruiken verschillende methodieken om praktijkvariatie in beeld te brengen. Dit kan leiden tot problemen en niet wenselijke verschillen. Om dat te voorkomen, zal er een uniforme casemix/rekenmethode gehanteerd moeten worden. De doelstelling is om op 1 januari 2017 duidelijkheid te hebben over de manier waarop zorgverzekeraars dit willen uniformiseren. De beroepsverenigingen zullen hierbij betrokken worden.’
    Hopelijk gaat dit veel verbetering opleveren, niet alleen over gelijke methodieken maar ook eerlijke methode met in achtneming van variabelen.

  2. Ron Ewals
    Geplaatst op 1 juni 2016 om 11:03 | Permalink

    Beste Dienie,
    De behandelindex wordt door verzekeraars opgesteld om inzicht te krijgen/geven in doelmatig en minder doelmatig werkende zorgverleners. De behandelindex wordt opgesteld op basis van de declaratiedata die de zorgverzekeraar in huis heeft. Deze data wordt gecorrigeerd voor onder andere zorgzwaarte, leeftijd, chronische/niet chronische indicaties. De behandelindex is een van de pijlers om zinnige zorg (lees doelmatig werkende zorgverleners) in te kopen voor onze verzekerden. De verzekeraars hanteren verschillende methodes en berekensystematieken. Dat is natuurlijk niet wenselijk. Er wordt momenteel gewerkt aan een uniforme behandelindex voor fysiotherapie. Dit alles doen we omdat er nog onvoldoende kwaliteitscriteria voor handen zijn om zinnige zorg in te kunnen kopen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld PROMS.
    Jullie leggen, zoals je zelf schrijft, op basis van onder andere jullie eigen richtlijnen gegevens vast. Het extraheren en transparant maken van deze gegevens om inzicht te geven in kwaliteit is mijns inziens het ultieme middel. Zo stel je de verzekeraar in staat om zinnige zorg in te kopen tegen een representatief tarief en, belangrijker nog, je geeft de klant/patient inzicht zodat deze keuzes kan maken. Zolang deze gegevens nog niet beschikbaar zijn zullen we onze data gebruiken om inzicht te geven in de verschillen tussen zorgaanbieders, wetende dat dit nog niet zoveel zegt over de kwaliteit van de geleverde zorg. Die bal ligt in deze bij de beroepsgroep, wij denken graag mee.

  3. Dienie Koolen-Goossens Dienie Koolen
    Geplaatst op 1 juni 2016 om 11:47 | Permalink

    Dank aan dhr Ron Ewals voor de uitvoerige reactie. Ik denk echter dat de bal niet alleen bij de beroepsvereniging ligt maar ook bij de zorgverzekeraars. Onze data vanuit logopedie zijn gestoeld op International Classification of Functioning ( ICF ) en kunnen gecodeerd weergegeven gaan worden. Naar ik begreep vinden zorgverzekeraars dit echter te omslachtig. Graag hoor ik van u of dat zo is en ook van de beroepsvereniging vraag ik een reactie. We zijn nl zeker ook bezig met Klant Ervarings Onderzoeken maar dat we daar nog meer gestalte aan kunnen geven via PROMS gedachte bevestig ik. Voor logopedie wordt volgens mij nu alleen het aantal behandelingen meegenomen maar ik lees dat leeftijd en zorgzwaarte ook in jullie systeem worden verwerkt. Daar ben ik zeer benieuwd naar omdat het anders appels met peren vergelijken is ( gechargeerd). Daar wordt de patiënt niet beter en niet wijzer van aangezien er zo veel factoren meespelen. Fijn dat u afsluit met dat u graag wil meedenken. Ik hoop dat via verschillende kanalen gezocht wordt naar een goed bruikbare methode.

  4. Marliek Schulte
    Geplaatst op 2 juni 2016 om 13:48 | Permalink

    Met de spiegelinformatie die zorgverzekeraars beschikbaar stellen, kunnen logopedisten zich individueel en op praktijkniveau met hun collega’s vergelijken. Bijvoorbeeld op de samenstelling van de patiëntenpopulatie of op het gemiddelde aantal behandelingen per patiëntgroep. De NVLF heeft geen problemen met het opsturen van spiegelinformatie door de zorgverzekeraars. Waar de NVLF wel problemen mee heeft, zijn de consequenties die sommige zorgverzekeraars verbinden aan een (te) hoog behandelgemiddelde.

    Het belonen van een lage behandelindex zet druk op het gemiddeld aantal behandelingen terwijl de hoogte niets zegt over de kwaliteit van zorg, maar is bedoeld als rem op het volume. Financiële prikkels leiden zelden tot een betere kwaliteit van de behandeling.

    Van het sturen op behandelgemiddelden gaat een negatief effect uit als daardoor niet de hulpvraag en het behandeldoel leidend zijn voor het vaststellen van het aantal noodzakelijke behandelingen. Dit probleem is nog onvoldoende onderkend.

    De NVLF is blij met de toezegging door de zorgverzekeraars om te onderzoeken of er een uniforme index gehanteerd kan worden. De doelstelling is om op 1 januari 2017 duidelijkheid te hebben over de manier waarop zorgverzekeraars dit willen uniformiseren. De NVLF wordt graag betrokken bij dit proces.

    Vanzelfsprekend werkt de NVLF aan kwaliteit. Dit is niet nieuw. Zo werken wij op dit moment aan een meerjarenkwaliteitsbeleidsplan. Doelmatige zorg is hierbij één van de speerpunten. Maar doelmatige zorg betekent niet automatisch goedkopere zorg.