Beroep onder de loep – ergotherapie

Na een jaar fysiotherapie studeren (“Was mij iets te veel op het menselijk lichaam gefocust”), koos Katinka Pauw (29) voor ergotherapie. “Een praktisch vakgebied, gericht op participatie van de patiënt. Je hebt een creatieve geest nodig, moet buiten de hokjes kunnen denken. We werken veel met hulpmiddelen, maar geen patiënt en geen situatie is gelijk: je moet altijd kijken hóe je een hulpmiddel toepast.” 

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: De Beeldredaktie/Lex van Lieshout

Waar de ergotherapeut de meeste voldoening uithaalt? “Dat mensen dankbaar zijn dat ze door mijn hulp of advies weer iets zelf kunnen.” 

Er zijn ergotherapeuten werkzaam in ziekenhuizen, verpleeghuizen, woonzorg- en revalidatiecentra, maar Katinka koos voor de eerste lijn. Tijdens de 4-jarige hbo-opleiding dacht ze na over een eigen praktijk, maar ze werkt nu als zzp’er voor twee praktijken – in Zoetermeer en Berkel en Rodenrijs – en dat bevalt goed. “Ik ben blij met de vrijheid die ik heb, ik plan zelf mijn afspraken.”  

Ergotherapeut Katinka Pauw: ‘Dat mensen dankbaar zijn dat ze door mijn hulp of advies weer iets zelf kunnen, geeft mij de meeste voldoening’

Ze start ’s ochtends thuis op. “Een uurtje administratie en dan de hort op.” Dagelijks bezoekt ze zo’n vijf patiënten; consulten duren gemiddeld een uur. Sommige patiënten ziet ze ‘een paar keer’. “Bijvoorbeeld wanneer ik iemand leer om met een hulpmiddel steunkousen aan te trekken of als ik advies geef om doorligwonden te voorkomen.” 

Andere patiënten begeleidt Katinka langere tijd. “Bij chronische vermoeidheidsklachten proberen we de belasting in balans te brengen met de belastbaarheid. Dat zijn vaak langdurige trajecten. In deze categorie zien we nu trouwens veel patiënten die na een COVID-19-infectie oververmoeid en overprikkeld blijven.” 

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*