Dat ene cadeau

In Arts en Auto 10 van afgelopen oktober vroegen wij u naar verhalen over bijzondere aardigheidjes of zelfs cadeaus: wat is het meest ontroerende of opmerkelijke dat u ooit van uw patiënten ontving (of juist niet wilde aannemen). Op deze pagina vindt u een selectie uit de vele opmerkelijke, grappige, ontroerende of ludieke voorbeelden die wij ontvingen.

Samenstelling: Wout de Bruijne | Beeld: Tamar Smit

Wc-borstel

Als vroedvrouw deel je in het jong geluk en krijg je vaak een cadeau als dank. Een bos bloemen, heerlijk om te krijgen. Kom maar door met die bos! Maar het tijdsbeeld wilde ludieke zaken, zoals kaasplankjes en dergelijke voor stokbrood. Houten kaasplankjes, opgeleukt met de naam en geboortedatum van de boreling en dank voor de goede zorgen, in diverse groottes, houtsoorten en variaties van inbranden of beschildering had ik al in het keukenkastje staan. Zo’n cadeautje neem je in dank aan, wetende dat het welgemeend gegeven is en dat er tijd en moeite aan besteed is, in een drukke tijd met een pasgeborene in huis. 

Maar: hoeveel kaasplankjes kan een mens aan? Of passen er in je keukenkast? Ik kan me niet heugen dat ik die kaasplankjes ooit gebruikt heb (zonde), voordat ze bij een volgende verhuizing spoorloos verdwenen bleken te zijn.

En zo gebeurde het op een dag tijdens een kraamvisite dat een vers ouderstel me vroeg waar ze me écht een plezier mee konden doen om hun dankbaarheid te tonen. En waardoor ik een blijvende herinnering aan hen en hun bevalling zou hebben. Bosje bloemen viel dus al meteen af. En bedenk dan maar eens ter plekke wat je wel wil hebben … zonder aarzelen rolde mijn diepste wens uit mijn mond: een wc-borstel! De aanblik van die twee ontstelde gezichten tegenover mij bij dit antwoord, staat me nog helder voor ogen. Ze waren op van alles voorbereid, maar niet op een wc-borstel.

Zonder aarzelen rolde mijn diepste wens uit mijn mond

Ik was net verhuisd en ik bleek geen wc- borstel te hebben. De winkels in mijn nieuwe buurt verkochten geen wc-borstels en ik was er nog niet aan toegekomen om het wat verderop te gaan zoeken. En de wc was ondertussen wel toe aan een poetsbeurt. 

Eind goed al goed. Ik kreeg bij de laatste kraamvisite een flink pakket met daarin – verrassing! – een wc-borstel met houder. Plastic, dat wel. Grijs plastic, kan het erger?

Ruim 30 jaar later staat die borstel nog steeds fier in de houder naast mijn wc. Niet té vaak gebruiken, anders slijt-ie. Het grijze plastic is nog steeds fris grijs, de kunststof borstelharen hebben zich ontwikkeld van stralend wit naar een kleuren-mêlee die past bij het te poetsen object. 

Hoe ze heetten ben ik vergeten, het waren leuke mensen, het was een goed stel, de bevalling verliep vlot en mooi en het contact met hen was erg prettig. Bij elke poetsbeurt van de wc denk ik weer even aan ze, daar op 3-hoog in Amsterdam-Oost. Welke wc-borstel kan daar nou aan tippen?

Imke Rosink (68), vroedvrouw in ruste 

Opgezette buizerd

Tijdens mijn assistentschap neurologie, begin jaren 70, verkoos de hoogleraar mij tot zijn klassenassistent. Bij ontslag uit het ziekenhuis bedacht een van zijn dankbare patiënten mij met een zelf geschoten buizerd, opgezet met een spanwijdte van bijna een meter. Een prachtig exemplaar, voor aan de muur. Dat ik enthousiast, maar zeer ambivalent in ontvangst heb genomen

En waar hang je als aankomend specialist, wonend in een bescheiden rijtjeshuis, zo’n groot, bruin beest? Omdat we daar niet goed raad mee wisten, kozen we voor een open plek boven het bed van mijn dochtertje van toen 3 of 4 jaar. Te groot voor deze slaapkamer en niet echt welgekozen. Daar heeft hij jaren gehangen, steeds meer schurend met onze smaak.   Hij is geruisloos in onze kennissenkring verdwenen.

‘Waar hang je zo’n groot bruin beest?’

Ondanks dat onze dochter zich het enge beest nog haarscherp weet te herinneren, is ze ons daar nooit hard over gevallen. Ze is nu bij Artis werkzaam, als bedrijfsjurist. Met uitzicht op het nest van een broedende, uitheemse roofvogel. Of ze wilde waarschuwen als de eieren uitkwamen.

H. Siegelaar (79), psychiater, niet praktiserend

De kleine Waujon

Zijn ouders waren immigranten uit China en Taiwan, ze spraken gebrekkig Nederlands. Mensen zonder veel opleiding die hun weg in Nederland maar moeizaam konden vinden. Vanwege knijpen met beide ogen zag ik hun enig kind als jongetje van 4 jaar op mijn spreekuur. Waujon, klein van stuk en innemend. Zijn klachten berustten op een uveïtis in het kader van een TINU-syndroom (tubulo-interstitiële nefritis en uveïtis). 

Er volgde een jarenlang, intensief behandeltraject in samenwerking met het UMCU. De oogproblemen van Waujon hadden grote impact op het gezin. De kleine Waujon was niet voor één gat te vangen: hij las de letterkaart terwijl hij achterstevoren op de onderzoeksstoel zat, onderhandelde over het wel of niet meten van zijn oogdruk, schiep verwarring door links en rechts om te draaien onder het motto van ‘mijn links is jouw rechts’ en vond behandeling maar bijzaak.

Niet Waujon kwam de spreekkamer binnen, maar zijn complete medicatielijst

Dat alles nam niet weg dat hij uitstekend wist welke druppel in welke dosering in welk oog moest worden gedruppeld en wat hij daarnaast aan tabletten moest gebruiken. Dit rijtje reciteerde hij op monotone toon bij binnenkomst van de spreekkamer, nog voordat hij mij een hand had gegeven: niet Waujon kwam de spreekkamer binnen, maar zijn complete medicatielijst. Hij had al deze zaken van jongs af aan goed op een rijtje en gebruikte zijn medicatie ook redelijk nauwgezet. Zijn zachtaardige en positief ingestelde moeder kwam ieder consult trouw met hem mee. Al vond hij dat vanaf zijn 12e belachelijk en liet dat duidelijk weten. Toch speelde het geen moment dat ik haar moest vragen om maar even op de gang te wachten.

Door haar sturende inzet kwamen we uiteindelijk toch tot een bijzondere samenwerking en werden onze inspanningen beloond met een mooi therapeutisch resultaat en behield Waujon een goede visus. Toen ik als oogarts afscheid nam, was Waujon 18 jaar en volgde hij een bètastudie op de UT. Het cadeau dat ik van zijn moeder kreeg, zal ik nooit vergeten. Zij gaf mij een soort ingelijste collage waarbij ze kleine schoolfotootjes van haar zoon in de vorm van een hoofdletter W op een knalgeel A4 papier had geplakt. Dertien portretjes van Waujon vanaf zijn 4e tot zijn 18e levensjaar, de periode waarin hij mijn patiënt geweest was. 

Het is het meest persoonlijke cadeau dat ik ooit van een patiënt heb mogen ontvangen, alsof ze me een klein stukje van haar zoon gaf. Het heeft me diep ontroerd.

Ceciel Schweitzer

Koperen ankertje

Het was een lange, magere jongen. Hij kon vreselijk en gevaarlijk psychotisch zijn. Toch had hij ook betere momenten. Op zo’n helder moment kwam hij naar me toe en duwde me een zelfgekocht, klein koperen anker in handen. Het moment was mooi en breekbaar en het was onmogelijk om het te weigeren. Hij kon me immers niet op een andere manier bedanken, want dan zou hij zijn Messias-gedachten verloochenen. 

Zoals het met arts-assistenten gaat, verhuisde ik na een paar maanden naar een andere stageplek. Op afstand bleef ik hem volgen. Het ging steeds beter met hem en hij realiseerde zich steeds meer wat zijn diagnose betekende. Toen hij dat echt snapte, doodde hij zichzelf. Het ankertje heb ik nog steeds, meer dan dertig jaar later. Het helpt me zelf koers te houden en vooral bescheiden te blijven. Natuurlijk wil ik een ankerpunt zijn en mensen helpen zelf weer een (gezondere?) koers te gaan varen. Tegelijk herinnert het me er voortdurend aan dat ik niet iedereen zal kunnen helpen, of maar heel betrekkelijk, en dat de storm soms te hard is. 

Soms is de storm toch te hard

Het ankertje staat ook voor hoop, toch een van de belangrijkste ingrediënten van ons vak. Het ankertje dwingt me ten slotte ook steeds terug te gaan naar waar het echt om gaat in ons vak, namelijk de verbinding met die ander, een andere werkelijkheid dan regeltjes en administratie.

Mevr. H.M.A. de Hoop (59), psychiater

Euthanasie

In 1999, kort nadat ik de huisartspraktijk had overgenomen, verzocht een patiënt mij om euthanasie. De patiënt was een man van in de zestig met uitbehandelde longkanker en al fors benauwd. Nadat ik alles volgens de regels had voorbereid, kwam de dag van de euthanasie. 

Het was voor mij de eerste keer alleen. Ik was dan ook nerveus, maar desondanks voelde alles goed. Toen ik binnenkwam en het infuus bij de patiënt aanbracht, kwam hij met een houten lijstje tevoorschijn. Dat had hij zelf gemaakt en erin zaten metalen voorwerpen zoals munten en een vingerhoedje die hij zelf met een metaaldetector had gevonden, dat was zijn grote hobby. Hij was zo dankbaar dat ik hem wilde helpen. Ik heb mijn tranen weggeslikt. Het lijstje heeft altijd een speciale plaats in mijn praktijk gehad en ik heb er nog menigmaal naar gekeken als er weer een euthanasieverzoek binnenkwam.

Marjan Meekma-van der Horst (1959), huisarts

Geurig schip

Een bejaard, Indonesisch echtpaar was nogal erg gesteld op mij, hun huisarts. Na een bezoek aan hun thuisland brachten ze voor mij een wel heel bijzonder cadeau mee: een schip, geheel gebouwd van kruidnagels!

Een zeer fragiel bouwwerkje, dat ze tijdens een lange vliegreis zorgvuldig gekoesterd hebben om het heelhuids over te laten komen. Het is inmiddels ruim 20 jaar geleden, en alhoewel het een stof verzamelend en zeer breekbaar object is, heb ik het tot op heden niet over mijn hart kunnen verkrijgen om het weg te doen!

Frank Vermeulen, 71 oud-huisarts 

Mammoet

Jaren geleden ontmoette ik op mijn zwangerenspreekuur een reusachtige vrouw, die vergezeld ging van een kolossale man. Zelf ben ik 1 meter 80 en, ondanks deze lengte, keek ik tegen beiden op. Toen ze bevallen was, kreeg ik een geboortekaartje met daarop afgebeeld twee mammoeten, die gevolgd werden door een babymammoetje. Ik vond de symboliek treffend. Bij de nacontrole kwamen ze binnen met een gevulde Maxi-Cosi. Een lekker mollig kind met de bouw van zijn ouders glimlachte vriendelijk naar mij. De spreekkamer vulde zich tezelfdertijd met een vreemd luchtje, dat me het meest deed denken aan de snijzaal van het laboratorium voor anatomie. Aan het einde van het consult werd er een AH-tas op het bureau gezet. Ik kreeg de opdracht deze even uit te pakken. Beide ouders hadden daarbij een triomfantelijke blik in hun ogen. 

Een lekker mollig kind met de bouw van zijn ouders glimlachte vriendelijk naar mij

Zo gezegd, zo gedaan. De geur, die ik reeds had waargenomen, was bij het openen van het omhulsel plotseling een stuk sterker. Ik herkende een vrouwelijk bekken en was verbaasd over deze gift. Wat bleek? Zojuist was ik de bezitter geworden van de atlas van een mammoet, de koning van de IJstijd, die 11.000 jaar geleden het loodje legde. 

De ouders bleken restaurateurs te zijn. Langs de Nederlandse rivieren worden regelmatig botten aangetroffen, die vanuit hoge oorden, met de stroom mee, naar ons nedergelegen land afdrijven. Mijn patiënten wilden de vindplaats niet onthullen. Ergens aan de Maas hebben zij vele skeletdelen gevonden, waaruit zij complete mammoetskeletten konden samenstellen.

Mieke Kerkhof, gynaecoloog

Zwarte kat

Een oudere dame heeft niet lang meer te leven. Zij woont alleen en wordt goed verzorgd door haar familie. Telkens als ik haar bezoek, springt er een grote zwarte kat op bed. Deze vraagt meer aandacht dan ik wil geven en als ik haar weg wil duwen, probeert ze te happen. Zoveel mogelijk dit zwarte monster negerend, geef ik de vrouw zo goed mogelijk de laatste medische hulp en aandacht. Tijdens een van mijn visites laat ik mij per ongeluk ontglippen dat wij onze poes hebben moeten laten inslapen. Ongeveer de laatste week voor haar overlijden zegt zij nog een probleem te hebben: ‘Wat moet er met mijn kat gebeuren als ik er niet meer ben?’ Het is een eerlijke en oprechte vrouw die weet dat ik nu de ruimte heb en ze vraagt op de man af: ‘Wil jij haar hebben en voor haar zorgen als ik dood ben?’…

Ik schrik en stamel iets van ‘wat zegt u’, terwijl ik ondertussen bedenk hoe ik hier onderuitkom. Aangezien er niemand anders in de kamer is die getuige kan zijn en ik haar op haar sterfbed zeker niet teleur wil stellen, zeg ik monter ‘ja, natuurlijk’. Een week later slaapt ze vredig in en ben ik blij dat ik haar heb kunnen bijstaan. Tegelijk vergeet ik wat ik beloofd heb.

‘Wil jij haar hebben en voor haar zorgen als ik dood ben?’

Tot haar zus twee weken later de assistente belt en vraagt wanneer ik de kat kom ophalen? Ik schrik en probeer er weer onderuit te komen. Ik besluit mijn vrouw en zoon te laten kijken en druk hen op het hart dat wanneer ze maar enigszins twijfelen, ze de agressieve kat daar moeten laten. Een uur later komen ze thuis met een volle poezenmand… Ze konden onmogelijk het dier naar het asiel laten gaan!

De eerste jaren heeft het gezin nog diverse krabben en beten gekregen, maar in de loop van de tijd werd onze Willy ook steeds liever. Een half jaar geleden hebben we ons zwarte monster vanwege een acute aandoening moeten laten inslapen en waren de tranen niet te stelpen. De angst had volledig plaats gemaakt voor wederzijdse liefde.

Dolf Coppoolse, huisarts

Groen jade

‘Help me alsjeblieft’, dat waren zo ongeveer haar eerste woorden toen ze voor een intake in 2013 bij mij in de praktijk kwam. ‘Complex lymfoedeem, beide benen met comorbiditeit’, stond op de verwijzing. Ze ging gebukt onder haar klachten. Veel pijn, moeilijk kunnen bewegen. Haar werk als fulltime leidinggevende bij een groot bedrijf was bijna niet meer te doen. Haar huisarts en specialist vroegen of ik wat kon betekenen. We hadden gelijk een enorme klik. Haar openheid zorgde ervoor dat we diepgaande gesprekken hadden, warme gesprekken, maar ook heftige gesprekken. Na een lange medische zoektocht kwam daar in 2017 de diagnose zwaar psychisch lijden bij. Zwarte dagen. Lange, zwarte dagen.

In 2018 ontving ik van haar een ring. Groene jade. Jade omdat mijn dochtertje zo heet. En groen omdat deze kleur voor gezondheid, genezing en balans staat. Een ring als dank, omdat ik haar zo geholpen had in haar zoektocht, een luisterend oor had, klaarstond voor haar.

‘Deze ring betekent heel veel voor me’

Deze ring betekent heel veel voor me. Elke keer als ik hem om heb, denk ik aan haar, aan haar doorzettingsvermogen, eerlijkheid, openheid en kracht. Op dit moment gaat het niet goed met haar. Dus draag ik de ring nog vaker. Wat zijn er toch mooie mensen in de wereld.

Marieke voor ’t Hekke (37), oedeemtherapeut en coach positieve gezondheid

Vlinderpoppen

Oogheelkunde is een mooi vak; het oog is een bijzonder orgaan en wij kijken écht in de poppetjes van je ogen. Bovendien is het een dankbaar vak, het blijft leuk om te horen hoe mensen de wereld anders, en dan met name mooier, ervaren na een staaroperatie.

Een jaartje of tien geleden kwam een patiënt voor de laatste controle na een staaroperatie binnen. Hij had een plastic zak bij zich. Nadat hij me verteld had hoe blij hij was met het resultaat van zijn operatie, opende hij de zak en haalde er een kartonnen plaat uit met allemaal poppen erop, vlinderpoppen. Uitgebreid leerde hij me (spreekuur liep uit, maar dat mag soms) waar en hoe ik dit kartonnen bord moest plaatsten.

Mijn kinderen waren destijds nog in de lagereschoolleeftijd en ze liepen iedere dag, zowel in de ochtend als na school, meteen naar de poppen toe. En na een paar weken veranderden de poppen inderdaad in de prachtigste vlinders. Wat een feest om deze prachtige vlinders met mijn kinderen vrij te mogen laten.

Charlotte Lardenoije, oogarts

Whisky

Als vaatchirurg is de verbetering van de loopafstand en vermindering van de klachten na een behandeling een cadeau voor zowel chirurg als patiënt. De meeste patiënten lieten het bij een hartelijke handdruk en een ‘dank u wel’.

Een patiënt van mij kwam bij controle glunderend de spreekkamer binnen en gaf mij bij het afscheid een fles whisky van het merk ‘Johnny Walker’. Mijn voornaam is Jan.

J.A. Zijlstra, oud-vaatchirurg 

Zwaantje

Een 61-jarige patiënte, afkomstig uit Marokko maar al bijna drie decennia in Nederland woonachtig, zag ik sinds anderhalf jaar met ruime intervallen op de poli in verband met haar reumatische aandoening.

Bij het meest recente polibezoek haalde zij een pakje tevoorschijn, voor mij. Omdat ik het onnodig vind om als behandelend arts een cadeautje te krijgen van een patiënt, vond ik dat enigszins ongemakkelijk. Op mijn vanzelfsprekende vraag waarom zij dit meegenomen had, vertelde zij met tranen in haar ogen dat zij in de afgelopen jaren veel te kampen had gehad met discriminatie. Dit had haar erg aangegrepen en maakte haar ook nu emotioneel. Zij had daarom bedacht dat zij iedere persoon die haar vriendelijk en oprecht te woord stond of hielp, een cadeautje zou geven, uit dankbaarheid. En daarom had zij een Marokkaanse zwaantje meegenomen. Vervolgens kreeg ik van ontroering tranen in mijn ogen …

Monique Geurts (52), reumatoloog

Caballero

Mijnheer T. (eind 50) was uitbehandeld en lag op zijn hoogbed midden in de huiskamer. Rondom hem ging het leven door. Meermalen per week ging ik na het ochtendspreekuur even bij hem langs. Veel hoefde er niet meer gezegd te worden. Zittend op de rand van zijn bed rookten we een sigaret.

Een week na zijn overlijden belde een van zijn kinderen aan bij ons huisadres. Met dank voor de goede zorgen voor vader overhandigde ze mij twee pakjes Caballero. Ik was ontroerd.

Jaap Geurts (78), gepensioneerd huisarts