Co-schap met anorexiaverleden

Tijdens haar co-schap kindergeneeskunde komt Lotte* in aanraking met meisjes met eetstoornissen. Dat doet haar terugdenken aan de tijd dat ze zelf anorexia had.

Tekst: Martijn Reinink | Beeld: Shutterstock

Nog één week. Dan zit haar co-schap kindergeneeskunde erop. Tijdens een overdracht vertelt de kinderarts welke patiënten er nog op de spoedeisende hulp liggen. Een van hen is een meisje van tien jaar met anorexia. Ze ligt aan de monitor. Hartslag: 36 per minuut. Of ze er iets mee moeten, vraagt de dienstdoende arts. ‘Nee, meer ter weet’, zegt de kinderarts. ‘O ja, ze houdt erg van crackers.’ Er wordt gegniffeld. ‘Met pasta zeker?’ klinkt het uit de mond van een van Lotte’s mede-co-assistenten.

Lotte beschrijft de overdracht in een blog op Proud2Bme.nl. Wat zij denkt op zo’n moment? “Ik dacht: jullie moesten eens weten.” Ze weten het dus niet van haar anorexiaverleden. “Nee, ik loop er niet mee te koop. Ik kan niet goed inschatten welk effect het op mijn loopbaan heeft.” Het liefst zou ze open zijn over haar verleden. “Ik wil laten zien dat je kunt genezen van anorexia. Je hoort zo vaak dat dat niet kan, maar ik ben overtuigd van wel. Dat geldt niet voor iedereen, maar het kan. Dat geloof moeten we meisjes met een eetstoornis geven. Want waar strijd je voor, als een ziekte toch nooit helemaal verdwijnt?”

Dat co-assistenten zo reageren op een anorexiapatiënt, is op z’n minst opvallend te noemen. Zou er op de opleiding meer aandacht moeten zijn voor eetstoornissen? “Niet specifiek voor eetstoornissen”, zegt Lotte, “wel voor psychiatrie op somatische afdelingen. Er liggen zo veel mensen met psychische problemen in het ziekenhuis, met een burn-out of een depressie. Ik vind dat je als dokter moet weten hoe je met hen moet omgaan.”

Niet aankomen

Lotte is elf als op haar middelbare school een project over gezond leven wordt gehouden. “Daardoor ging ik nadenken over eten. Ik wilde niet afvallen, maar voorkomen dat ik aankwam.” Ze is een tenger meisje, altijd geweest. “Toen ik twee kilo afviel, hadden mijn ouders dat meteen door.” Het project is de aanleiding voor haar eetstoornis, niet de oorzaak. “Een eetstoornis gaat niet over eten. Het gaat over controle hebben en nare gevoelens kwijt willen raken. Ik ben altijd een pleaser geweest. Wilde het iedereen naar de zin maken en vergat mezelf.”

‘Je kunt anderen pas helpen als je jezelf kunt helpen

Tot 5 vwo heeft Lotte haar eetstoornis redelijk onder controle. Vooral dankzij haar ouders. “Ik dacht vaak: wat zeuren jullie nou? Er was veel strijd. Maar ze bleven erop hameren dat ik moest eten.” Wanneer ze vier weken op vakantie is met een vriendin gaat het mis. Ze valt in die weken zo veel af dat ze bij thuiskomst moet worden opgenomen. Als 17-jarige komt ze op de volwassenenafdeling terecht, waar ze niet de zorg krijgt die ze nodig heeft. “Ik had behoefte aan iemand die de controle overnam, want ik kon alleen de eetstoornis laten kiezen. Maar ze wisten niet wat ze met me aan moesten. De dokters wilden me alleen maar kalmeringstabletten geven. De voedings-
assistenten durfden me bijna niet aan te kijken. Ze namen er genoegen mee dat ik een boterham at zonder beleg.”

Daarop besluiten haar ouders dat Lotte zo snel mogelijk naar een kliniek moet waar ze gespecialiseerd zijn in eetproblemen. Dat wil ze zelf ook. “Ik wilde leven. Ik was niet suïcidaal, maar ik wilde mijn leven terug. Ik werkte bij een bakker, elke zaterdag, met veel plezier. Dat ik dat niet meer kon doen, vond ik vreselijk.” De wil om daar weer aan de slag te gaan, helpt haar in haar herstel. “Als ik een halve kilo aankwam, mocht ik een halve dag bij de bakker werken. Bij een kilo een hele dag. Voor mij werkte die beloning heel goed.”

Reddersmentaliteit

Na 3,5 maand mag ze de kliniek verlaten. Datzelfde jaar nog haalt ze haar vwo-diploma. Mede door wat ze heeft meegemaakt, kiest ze voor geneeskunde. “Ik wilde de zorg voor meisjes met anorexia verbeteren. De reddersmentaliteit. Die heb ik daarna wel een tijd losgelaten. Je kunt pas anderen helpen als je jezelf kunt helpen. Ik moest mezelf op de eerste plek zetten. Daar sta ik nog steeds.” Intussen is er wel ruimte gekomen om anderen te helpen. Zo zet Lotte zich al jaren in voor de website Proud2Bme, waar meisjes met een eetstoornis anoniem chatten met psychologen, diëtisten en ervaringsdeskundigen.

Tijdens haar co-schap kindergeneeskunde spreekt Lotte meerdere anorexiapatiënten. Ook hun vertelt ze niet over haar verleden. “Ik merkte wel dat ik het juiste kon zeggen. Als iemand toegaf dat ze ’s ochtends haar boterham niet had genomen, zei ik: als je ’m morgen weer niet eet, dan is het overmorgen tien keer zo moeilijk. Want zo werkt het.” Angst dat ze ooit zelf weer in zo’n situatie belandt, heeft Lotte niet. “In het begin identificeerde ik me nog wel met deze patiënten, maar later niet meer. Dat ik zo ben geweest, weet ik nog goed, maar ik kan het me niet meer voorstellen.”

*Lotte’s volledige naam is bij de redactie bekend.

Één Reactie Reageer zelf

  1. N
    Geplaatst op 5 juli 2017 om 08:43 | Permalink

    Helemaal waar. Ook op de opleiding zie ik meiden met dit probleem. Omdat er geen blok is over persoonlijke psychologie wordt dit soort en andere psychische aandoeningen niet erkend of besproken. Aanspreken gebeurt vaak niet. De opleiding psychiatrie doet hier veel mee. Eerst jezelf leren kennen voordat je anderen kunt helpen is het allerbelangrijkst.