Favoriete pil – Anton Bruckner 1824 – 1896

Freek Verheugt (Amsterdam, 1948) is cardioloog en emeritus hoogleraar cardiologie in het Radboudumc. Zijn favoriete pil: de biografie Anton Bruckner 1824-1896Leven en werken van Cornelis van Zwol.

Tekst: Frank van Kolfschooten | Beeld: De Beeldredaktie/Diederik van der Laan

“Ik heb gesmuld van de biografie over de Oostenrijkse componist Anton Bruckner”, vertelt de Amsterdamse cardioloog Freek Verheugt. “Het is een heel rijk boek, dat ik steeds weer opsla als ik iets wil nazoeken over de achtergronden van zijn werk. Sinds mijn jeugd ben ik al liefhebber van Bruckners romantische symfonieën, toen mijn vader mij meenam naar uitvoeringen in het Concertgebouw. Als geneeskundestudent heb ik alle belangrijke plaatsen uit zijn leven bezocht.”

De biografie Anton Bruckner 1824-1896. Leven en werken is het levenswerk van muziekcriticus Cornelis van Zwol, die de klassieke muziek verkoos boven een carrière als chemicus. “Hij heeft de kleinste details over Bruckner uitgezocht, van de eigenaardigheden van diens karakter tot de intriges in de muziekwereld in het Wenen van die tijd. Bruckner had bijvoorbeeld een erg slechte relatie met zijn tijdgenoot Brahms, die zijn muziek verfoeide”, vertelt 

Verheugt. “Maar keizer Franz Joseph I was idolaat van Bruckner, die hij persoonlijk naar Wenen had gehaald nadat hij hem orgel had horen spelen in een klooster waar hij vaak tijdens reizen overnachtte.”

Bruckner leidde een treurig eenzaam leven, zonder vrouw, en had alleen vrienden in het café waar hij vaak ging eten. Hoewel hij op zeker moment wereldberoemd was, bleef de componist toch erg onzeker. “Als een dirigent tijdens een repetitie moeite had met een detail van een muziekstuk, ging Bruckner daar meteen in mee en zei de dirigent dat hij het dan maar naar eigen inzicht moest uitvoeren.”

‘Hij heeft de kleinste details over Bruckner uitgezocht’

De biografie gaat ook uitgebreid in op de laatste jaren van Bruckner, die in 1896 overleed aan een longontsteking. Daardoor bleef de finale van zijn beroemde negende symfonie onvoltooid. “Als cardioloog vind ik het interessant dat hij leed aan hartfalen”, zegt Verheugt. “Hij was door zijn eet- en drinkgewoonten en zijn zittende leven corpulent geworden. Op latere leeftijd kreeg hij last van kortademigheid en wat toen waterzucht werd genoemd, vocht vasthouden in de enkels en de buikholte.”

Aan het eind van de negentiende eeuw bestond er geen andere therapie voor hartfalen dan rust nemen en kuren, waarvan Brucknerook steeds weer opknapte. “Tijdens mijn coschap interne geneeskunde in 1972 in het Binnengasthuis in Amsterdam was langdurige bedrust nog steeds de gouden standaard voor therapie van hartfalen, en vaak met succes”, zegt Verheugt. “Tegenwoordig wordt bij hartfalen een slechts korte periode van bedrust gecombineerd met intensieve therapie met geneesmiddelen.”