Gamen op topniveau

Als eerste e-sporter in Nederland begint Koen Schobbers in september met een topsportregeling aan zijn co-schappen. “Ik hoop dat het helpt het stereotype beeld te veranderen.”

Tekst: Martijn Reinink

 

Midden in de nacht onderuitgezakt in een stoel. Blik op het scherm, vingers op de knoppen. Chips en energydrink binnen handbereik. Het is het stereotype beeld van gamers. Maar Koen Schobbers (24), professioneel gamer en geneeskundestudent, tref je zo niet aan. Hij slaapt elke nacht zeven tot acht uur, let op zijn voeding en loopt dagelijks 9 kilometer hard. “Als je goed wil worden in gamen, kun je beter drie uur gefocust spelen én goed slapen, gezond eten, sporten en studeren, dan acht uur per dag gamen.”

Trackmania

Het liefst had Koen het pad van Max Verstappen gevolgd, maar de racesport is duur. En dus houdt hij het bij racen op de computer. Op zijn veertiende ontdekt hij de game Trackmania. Een jaar later tekent hij zijn eerste professionele contract in de gaming scene. In 2013 wordt Koen derde bij het wereldkampioenschap Trackmania. Tegenwoordig speelt hij naast de racegame ook Rocket League, oftewel raketauto-voetbal. Hij verdient er een aardig zakcentje mee. “Ik kan er geen huis van kopen, maar ik kan er wel een studio van huren in Amsterdam. Trackmania en Rocket League zijn niet de grootste games. Jongens die League of Legends professioneel spelen, verdienen alleen aan salaris al 10.000 euro per maand. Bij toernooien kun je miljoenen winnen.” Speelt Koen dan niet de verkeerde games? “Ik doe wat ik leuk vind. Je moet een tennisser ook niet laten voetballen.”

‘Hand-oogcoördinatie, omgaan met druk en teamwork zijn zowel bij het gamen als in de OK superbelangrijk’

Zijn ouders steunen hem altijd in het gamen. “Zolang school er maar niet onder lijdt, dat was de afspraak.” En dat gebeurt niet, want Koen neemt school óók serieus. Zijn interesse gaat vooral uit naar biologie. In 4 havo benadert hij het Raboudumc met de vraag of hij eens een operatie mag bijwonen. Een chirurg stemt toe. “Ik stond op een verhoginkje mee te kijken hoe hij een galblaas verwijderde. Ik was zó onder de indruk van zijn kennis en techniek en wist op dat moment zeker: ik word later dokter.” Bij het gamen traint hij alvast zijn chirurgische vaardigheden. “Hand-oogcoördinatie, omgaan met druk en teamwork zijn zowel bij het gamen als in de OK superbelangrijk.”

Niet te combineren

Koen stroomt door naar het vwo, meldt zich aan voor geneeskunde, maar wordt uitgeloot. Via een omweg – drie jaar biomedische wetenschappen en een premaster geneeskunde – kan hij na de zomer toch aan de master geneeskunde beginnen. “Dat is altijd mijn wens geweest, maar ik wilde het gamen op topniveau ook niet opgeven. Het leek erop dat ik moest gaan kiezen. Ik train 15 tot 30 uur per week en ik moet voor toernooien naar het buitenland. Met reguliere co-schappen is dat niet te combineren.”

Het AMC biedt uitkomst. Na zes maanden onderzoek en onderhandelen oordeelt het ziekenhuis dat Koen als e-sporter recht heeft op een topsportregeling. Hij is er dolblij mee. “Omdat ik nu beide kan doen, maar ook omdat ik hiermee hopelijk de deur heb geopend voor andere e-sportatleten. En ik hoop dat het helpt het stereotype beeld te veranderen. Dat men het gamen niet meer associeert met chips en energydrink, maar het als een professionele sport gaat zien, want dat is het voor mij.”