‘Geen bucketlist, maar fuckitlist’

Warner Prevoo (55), interventieradioloog in het OLVG, werd begin 2016 gediagnostiseerd met, aanvankelijk fataal lijkende, longkanker. Hij schreef het boek Echte dokters huilen ook over de emotionele ‘achtbaan’ die volgde. “Doorgaan is niet altíjd een optie.”

Tekst: Wout de Bruijne  Beeld: De Beeldredaktie/Peter Strelitski

Wanneer Warner Prevoo het Amsterdamse bruine café Gruter binnenwandelt, blijkt uit de begroetingen rondom dat hij er niet voor het eerst komt. Prevoo oogt zelf ook bruin. “Bijwerkingen”, antwoordt hij desgevraagd. Hij noemt het café nabij het Museumplein zijn stamkroeg. “Ik woon om de hoek, interviews doe ik meestal hier.”

Die interviews heeft de interventie-radioloog eind vorig jaar veelvuldig gegeven naar aanleiding van Echte dokters huilen ook, zijn boek dat in november 2018 verscheen. Kranten als NRC, de Volkskrant en Algemeen Dagblad besteedden aandacht aan het verhaal van de kankerspecialist die zelf kanker krijgt. Prevoo was ook te zien op televisie, bij Twan Huys aan tafel in het tv-programma RTL Late Night. “Karin heeft mijn verhaal intrigerend opgeschreven”, haast het hoofdpersonage zich om zijn ‘ghostwriter’, journalist Karin Overmars, in de aandacht te laten delen. “Ze heeft er geen tranendal van gemaakt, er is ook voldoende lucht, anders werkt zo’n boek niet.”

Echte dokters huilen ook is online en in de boekhandel verkrijgbaar, prijs € 19,99.

Maar de luchtige toon waarmee Prevoo in de eerste boekregels zijn zoon Yno (toen 19 en nog thuiswonend) wil geruststellen – vanwege een hardnekkig kuchje laat hij ‘voor alle zekerheid even een scannetje maken’ – slaat binnen een paar zinnen om in het donkere ‘zo begon de nachtmerrie waarvan ik alles wist, tot het mijzelf overkwam en ik niets bleek te weten.’

Die onwetendheid en de nieuwe inzichten daardoor vormen een rode draad in het boek. “Ik besef nu”, zegt Prevoo, “dat ik als arts geen idee had wat er allemaal omging in mijn patiënten en dat een opmerking als ‘ik begrijp wat u bedoelt’ een holle frase is; je begrijpt er helemaal niets van.”

Wat zorgverleners doorgaans van hun patiënt te zien krijgen, noemt Prevoo ‘het topje van de ijsberg’. “Iemand komt bij jou voor de behandeling van zijn ziekte. Maar daaronder bestaat een hele wereld van angst en verdriet. Kinderen, ouders, broers, zussen en vrienden maken zich zorgen en kruipen doodsbang bij elkaar. Overigens”, glimlacht Prevoo, “is het daardoor soms ook gezelliger dan ooit.”

‘Een opmerking als ‘ik begrijp wat u bedoelt’ is een holle frase is; je begrijpt er helemaal niets van’

Gezelligheid en warmte ervaart de interventie-radioloog ook bij zijn behandelaars, maar hij heeft als patiënt eveneens ervaren hoe afstandelijk sommige artsen kunnen zijn en hoe ingrijpend zogenaamde ‘standaardhandelingen’. “Een biopt uit de longen nemen is routine, maar toen het bij mijzelf werd gedaan, vond ik het een heel akelige ervaring die ik niet nog eens wil meemaken. Maar als patiënt moet je maar van alles ondergaan.”

De ziekte die bij Prevoo aanvankelijk foutief als snel verlopend en fataal werd ingeschat, maar momenteel zelfs afwezig lijkt, heeft de zorgprofessional aan het denken gezet over de relatie arts-patiënt. “Je wenst empathie bij je artsen, maar nog belangrijker vind ik duidelijkheid en eerlijkheid. Er wordt te vaak om de hete brij gedraaid. Want ja, zolang je suggereert dat een nieuw medicijn misschien nog wel kan helpen of dat een experimentele behandeling nog een kansje biedt, hoef je het woord dood niet uit te spreken.”

‘Je wenst empathie bij je artsen, maar nog belangrijker vind ik duidelijkheid en eerlijkheid. Er wordt te vaak om de hete brij gedraaid’

Prevoo heeft moeite met een aantal clichés rond kanker. “Ik vind het laf om slecht nieuws te beginnen met: ‘wat denkt u zelf dat u heeft?’ En nog een zinnetje waar Prevoo moeite mee heeft is: ‘opgeven is geen optie’. “Ik zou willen zeggen: ‘doorgaan is niet altíjd een optie’.  Daarmee bedoelt Prevoo dat hij denkt dat te lang doorbehandelen het afscheid nemen in de weg kan staan. “Natuurlijk ken ik ook de uitdrukking dat hoop doet leven en vaak werkt die ook. Maar mijn vader die begin vorig jaar overleed, aan longkanker, heeft tot een maand voor zijn dood nog gedacht dat hij kon genezen. Hij werd toch immers nog steeds behandeld? Hij was van de generatie die geen vraagtekens zet bij een medische behandeling en die zijn lot volledig in handen legt van de zorgprofessional. Die valse hoop kostte hem veel van de tijd die hij nodig had om los te laten en afscheid te nemen.

Wat Prevoo betreft kan de specialist beter over euthanasie gaan praten en daarbij dan ook vragen of hij die zal uitvoeren of de huisarts. “Want ik vind het vreemd dat je na je laatste vijf jaar bij een vertrouwde specialist voor de allerlaatste fase naar een ander moet.”

Dat laatste moment lijkt voor Warner Prevoo gelukkig momenteel veel verder weg dan twee jaar eerder. Hij voelt zich doorgaans goed, maar heeft wel last van een bestralingspneumonitis op zijn longen. Het maakt kickboksen, een van zijn grote passies, onmogelijk. “Dat mis ik enorm, maar ik ga niet klagen. Want dat is een van mijn eigen levensmotto’s: doe niet aan zelfbeklag. Vraag je niet af waarom dit jou nou moest overkomen. Dat heeft net zo weinig zin als: ‘het gevecht met kanker aangaan’. Ik erger me aan: ‘hij heeft de ongelijke strijd verloren’ in een rouwadvertentie. Het is geen wédstrijd.”

‘Dat heen en weer slingeren tussen ups en downs sloopt je’

Prevoo vindt het woord achtbaan beter passen bij zijn ziekteproces. “Je raast mee in een rollercoaster vol angsten, zorgen, pijntjes en pijnen, eenzaamheid en je moeten overgeven aan anderen. Dat heen en weer slingeren tussen ups en downs sloopt je.”

Nu Warner Prevoo al een tijdje tumorvrij lijkt, maakt hij reisplannen met zijn zoon. “We hebben Antarctica op ons verlanglijstje staan. Dat heeft niets te maken met een bucketlist, want daar doe ik niet aan, ik deed altijd al zo veel mogelijk wat ik wilde.” Lachend: “Ik heb wel een fuckitlist met dingen waaraan ik geen tijd meer ga verspillen.”

Als voorbeeld van gerealiseerde plannen noemt de specialist een reis die hij tijdens zijn ziekteperiode maakte. “Ik reisde met Yno door een gedeelte van het westen van Canada per trein met panoramadak. Fantastisch, we wilden geen seconde van dat uitzicht missen.” Maar door zijn ziekte liep Prevoo wel eerder tegen nieuwe grenzen aan. “Veel bejaarde medepassagiers dronken aan de lopende band Bloody Mary’s. Op een gegeven moment bestelde ik er ook eentje. Ik kon altijd goed tegen alcohol, maar toen heb ik een halve dag verslapen.”

6 Reacties Reageer zelf

  1. Trudy
    Geplaatst op 5 maart 2019 om 11:47 | Permalink

    Het mooiste is eerlijkheid met empathie, met een beetje oefenen moet dat toch lukken?
    Het ergste: de dokter stelt de juiste vraag, maar wacht niet op antwoord.

  2. Marcel van Vliet
    Geplaatst op 7 maart 2019 om 09:26 | Permalink

    Raak!

  3. Tjiene
    Geplaatst op 8 maart 2019 om 01:16 | Permalink

    Heel nuchter beschreven en de arts zit op de stoel van de patient en kan de situatie en de ziekte beter beschrijven because he walked in the shoes of the “other” person.
    Tjiene

  4. Shirley
    Geplaatst op 19 maart 2019 om 14:55 | Permalink

    Een boek en uitspraken waar ik veel aan heb,bij de “diagnose”kanker van mijn liefde!

  5. G.J. Esser
    Geplaatst op 10 mei 2019 om 12:25 | Permalink

    Door (teveel) routine ontbreekt bij veel doktoren helaas het besef van de impact van een slechtnieuwsgesprek op een patient.

  6. kinderarts
    Geplaatst op 11 mei 2019 om 09:55 | Permalink

    Of.. Dokters sluiten zich gedeeltelijk af omdat dit leed zoveel van ze vraagt terwijl ze dagelijks meerdere keren slechtnieuwsgesprekken moeten voeren, zo veel mogelijk empathie tonen, maar ook weer doormoeten in hun drukke schema van poli’s, OK’s, dienstseinen en niet te vergeten 24 of 36 uurs diensten. Overdag vaak geen tijd voor een kopje koffie om emotie even toe te laten of lunch om gewoon op de been te blijven. Met een beetje pech nog een klacht er bovenop waar in privé tijd antwoord op gegeven wordt terwijl eigen kinderen en gezin verdrietig wachten op hun vader of moeder.
    Verwachten we niet een beetje te veel van dokters?