Kia Picanto

Een moderner interieur en een andere motor rechtvaardigen aandacht voor Kia’s bestseller Picanto.

Tekst: Bart van den Acker – Beeld: Kia

De uiterlijke verschillen tussen de nieuwe en de Picanto-tot-nu-toe zijn minimaal, afgezien van wat details zoals de verlichting. Het positieve hiervan is dat wie het afgelopen jaar zo’n pikante Kia kocht, nu niet meteen een ‘oud model’ heeft. 

Prijs vanaf € 14.695,- Bijtelling 22 procent

In het interieur is daarentegen meer aan de hand. Het centrale display op het dashboard is nieuw en compleet gemoderniseerd. Een beetje afhankelijk van de gekozen versie zitten hierin voorzieningen als voorbereiding voor Apple Car Play en zo en – minstens zo belangrijk – een erg fijn werkend navigatiesysteem. De spraakbediening werkt zoals deze is bedoeld, iets wat ik bij duurdere auto’s geregeld de mist in zie gaan. De Kia krijgt verder een plusje voor de handige, heldere achteruitrijcamera. In deze klasse nog niet echt gebruikelijk.

Nu we toch ‘binnen’ zijn: voorin zit ik prima voor deze klasse. Achterin is het al heel wat dat ik er kán zitten. Zo lang er geen boomlange passagiers plaatsnemen, passen er vier volwassenen in. De afwerking van het hele interieur is bijzonder netjes. Ik reed de DynamicPlusLine en voor die zeventien mille heb ik qua uitrusting bar weinig meer te wensen. De bediening wijst zichzelf. De bagageruimte van de Picanto is nét de grootste in deze klasse. 

Het belangrijkste nieuws zit onder de motokap. De 1,0 liter driecilinder benzinemotor is gemoderniseerd. Het vermogen is identiek gebleven, met 49 kW/67 pk. Dezelfde motor is er ook met turbo, goed voor74 kW/100 pk, maar ik heb geen moment behoefte gehad aan meer vermogen. Dat zal voor het gros van de Picantokopers gelden.

‘De vijf-versnellingsbak schakelt mooi nauwkeurig en licht, een plezier om te bedienen’

De technische vooruitgang in de ‘turboloze’ 1,0 is bescheiden, dit is voorzichtige evolutie. Dat neemt niet weg dat deze motor prima voldoet. De bescheiden trekkracht onderin dwingt me het samenspel tussen linker- en rechterpedaal mooi af te stemmen. In normaal verkeer vind ik ’m vlot genoeg. De vijf-versnellingsbak schakelt mooi nauwkeurig en licht, een plezier om te bedienen.

Opmerkelijk is dat de technische vernieuwing niet leidt tot een lagere CO2-uitstoot (110 g/km) en dus zal het praktijkverbruik ook niet veel schelen. Ik reed in wisselende omstandigheden – maar wel veel snelweg met cruisecontrol (standaard!) – op een haar na 1 op 20. De boordcomputer was zoals zo vaak net iets optimistischer. Op kruissnelheid is de driepitter mooi stil, maar dan hoor ik wel aardig wat bandengeluid, vooral op wat ruwer asfalt. Dat past ook bij de nogal harde afstemming van vering en schokdemping. In stadsverkeer is de Picanto uiteraard lekker wendbaar. Daarbij valt op dat juist bij stapvoets rijden (parkeren e.d.) de stuurbekrachtiging wel heel sterk is en de auto dus opvallend licht stuurt. 

Conclusie: de Picanto is niet spectaculair vernieuwd maar Kia zet met deze auto een heel sterk aanbod neer in de kleinste klasse, met ook nog zeven jaar garantie.