Lekker gezellig!

Ignace Schretlen
Ignace Schretlen is publicist, beeldend kunstenaar en voormalig huisarts. Lees alle artikelen van Ignace Schretlen

Het plaatselijk ziekenhuis heeft een prikpost in het dorp waar ik woon. Op vrijdag 28 februari kwam ik hier voor bloedonderzoek. Een paar dagen later schreef ik hierover in mijn blog: “De laborante bleef bijna demonstratief met haar rug naar mij toe zitten. Na het afnemen van het bloed pakte ze zonder duidelijke reden een paar buisjes in haar rechterhand en zei dat ik kon gaan. Het was duidelijk dat de vrouw er niets voor voelde om mij zoals gebruikelijk de hand schudden.”

Daags voor er bloed werd afgenomen werd in Nederland ‘officieel’ de eerste besmetting met het nieuwe coronavirus vastgesteld bij een inwoner van Loon op Zand, hemelsbreed 22 kilometer van ons vandaan. Van een coronacrisis was toen nog geen sprake. Maar de laborante was zich klaarblijkelijk al van de ernst van de situatie bewust. Pas op maandag 9 maart jl. kwam de regering met meerdere hygiënemaatregelen en mochten wij elkaar in Nederland geen hand meer geven.

Op dinsdag 21 april jl. meld ik mij opnieuw bij de prikdienst. Deze lijkt gesloten. Achter de deur is een schuine wand geplaatst. De prikpost bij mijn huisarts was al gesloten, wellicht is dat ook hier het geval. Gelukkig blijkt de deur toch open.

In de wand zit een klein loket, waarachter iemand vragen op mij afvuurt. Ik moet mijn handen ontsmetten, waarna ik een groen briefje krijg. Dan mag ik doorlopen. In de wachtruimte staat keurig aangegeven waar ik wel en niet mag zitten.

Tegenover mij neemt een dertiger plaats. Na vijf minuten frunnikt hij uit een tas een opgefrommeld mondkapje en zet dit op. Hij werkt in het ziekenhuis en op zijn afdeling is COVID-19 geconstateerd. De schrik slaat toe. Behalve vrouwlief, twee keer onze kinderen en de tandarts voor een noodbehandeling, heb ik niemand gezien. Het dieptepunt van de pandemie lijkt voorbij maar toch….

Degene die bloed afneemt zit links naast mij. Ze draagt blauwe handschoenen maar geen mondkapje. Ik krijg van de vrouw het verzoek om van haar weg te kijken. Pas wanneer ik vertrek ontdek ik op de wand een briefje waarop inderdaad wordt verzocht het hoofd naar rechts draaien.

Een goedlachse laborante neemt alle tijd om bloed te prikken.

Vandaag meld ik mij voor de derde keer bij de prikpost. Volgens opgave van het ziekenhuis is het vanochtend ‘code oranje’: tussen zeer druk (rood) en niet druk (groen). Maar buiten staat er direct na acht uur al een wachtrij van ongeveer vijftien mensen, keurig op anderhalve meter van elkaar. Dat wordt dus een uurtje nietsdoen.

Alles is nu nog professioneler aangepakt. Iemand wijst mij de plek aan, waar ik moet plaatsnemen. Op het beeldscherm wordt een wachttijd van 18 minuten aangegeven. Valt mee! Iedereen zit anderhalve meter van elkaar. De meesten richten hun blik op het mobieltje of staren zwijgend vooruit.

Dan de verbazing. Een goedlachse laborante neemt alle tijd om bloed te prikken. Ze zit pal tegenover mij op een afstand van nog geen meter. De vrouw draagt geen mondkapje en ook geen handschoenen. Ik hoef niet naar links of rechts te kijken. We keuvelen honderduit. Lekker gezellig!

Maar thuisgekomen slaat toch de twijfel toe. Kan dit, mag dit? Ik bel de afdeling communicatie van het ziekenhuis: ja, dit kan en dit mag… tenzij in bijzondere situaties zoals ook voorheen op dermatologie bij patiënten met etterende wonden gelden er voor medewerkers geen extra beschermende maatregelen meer.