‘Leren van de doden’

Patholoog Frank van de Goot: ‘bied obductie standaard aan’

De bekendste forensisch patholoog van Nederland is officieel geen forensisch patholoog meer. Omdat Frank van de Goot vindt dat óók nabestaanden van mensen die niet door een misdrijf om het leven zijn gekomen, antwoorden verdienen.

Tekst: Martijn Reinink I Beeld: Nout Steenkamp

Er hangen zo’n dertig stropdassen en een stuk of wat zwarte hoedjes aan de muur. Het heeft iets kunstzinnigs. ‘Van uitvaartondernemers die hier komen’, vertelt de secretaresse vanachter haar computer. Haar werkkamer doet tevens dienst als pauzeruimte voor de medewerkers van het mortuarium en de afdeling pathologie. Frank van de Goot (52) neemt plaats aan een ronde tafel, met zijn rug naar de stropdassen. De kelder van de Noordwest Ziekenhuisgroep in Alkmaar is zijn werkterrein. Drie dagen in de week.

De rest van de week kruist de patholoog het land door om lezingen en onderwijs te geven en om ter plekke obducties te doen. Door zijn bekendheid van televisie wordt hij gebeld door nabestaanden uit het hele land. “In het ziekenhuis mag ik alleen obductie doen op doden uit de regio. Als ik gevraagd word sectie te verrichten op een lichaam buiten de regio, dan ga ik daarnaartoe en doe ik mijn onderzoek in een uitvaartcentrum. Ik heb niet veel nodig.”

Hij doet dat allemaal pro deo. “Ik vind geld het stomste spul wat er is.” Voor een lezing vraagt hij een vrijwillige bijdrage voor de Stichting Forensisch Dieronderzoek, die hij een paar jaar geleden heeft opgericht met dierenarts Monique Verkerk. “Ik ben altijd een beestenmens geweest. We komen interessante dingen tegen. Laatst hadden we een staffordshireterriër. Gevonden langs de snelweg. De dierenpolitie dacht aan een road kill. Wij ontdekten afgezaagde tanden, een aanwijzing voor hondengevechten. Dan heb je ineens een spoor naar een internationaal goksyndicaat te pakken.”

Forensisch dieronderzoek blijft Van de Goot doen, meestal in de avond- en vroege ochtenduren, en als een advocaat of officier van justitie hem vraagt, wil hij nog weleens een forensische obductie op een mens verrichten, maar zijn registratie als forensisch patholoog heeft hij na veertien jaar stopgezet. “Omdat ik niet langer kon verantwoorden dat ik me met misdrijven bezighield, terwijl er zo veel nabestaanden rondlopen met vragen over de doodsoorzaak van hun geliefden die geen antwoorden krijgen.”

‘Als iemand thuis dood wordt gevonden en er zijn geen aanwijzingen voor een misdrijf, dan fantaseren we er gewoon een doodsoorzaak bij’

Van de 150.000 doden per jaar in Nederland wordt op circa 3.000 sectie verricht, waarvan 250 tot 300 gerechtelijke secties. “Wat dus betekent dat we van 98 procent niet precies weten wat de doodsoorzaak is. Als iemand thuis dood wordt gevonden en er zijn geen aanwijzingen voor een misdrijf, dan fantaseren we er gewoon een doodsoorzaak bij. Een oorzaak die in ruim 20 procent van de gevallen faliekant fout is, blijkt uit verschillende studies.”

Hart- en vaatziekten doodsoorzaak nummer één? Een slag in de lucht, volgens Van de Goot. “Op basis van wat ik tegenkom, zeg ik: infectieziekten. Mensen hebben een slecht hart, maar gaan dood door een virus. Ik heb mensen op mijn tafel gehad die zijn overleden aan Creutzfeldt-Jakob en de bof. Nou, die ziekten kom je niet tegen op een doodsoorzakenformulier. In de week dat bekend werd dat het aantal mannen met longkanker daalde, heb ik bij drie mannen postmortaal longkanker ontdekt, zonder dat die diagnose was gesteld.”

In de vangrail

Dat er beleid wordt gemaakt op basis van statistieken waarvan maar de vraag is of ze kloppen, vindt Van de Goot bespottelijk. “Het kabinet wil het aantal verkeersdoden terugbrengen naar nul in 2030. Daarvoor worden allerlei verkeersveiligheidsmaatregelen genomen, maar ik denk: ga eerst al die doden eens onderzoeken. Je kunt een weg veiliger maken, maar daarmee voorkom je niet dat iemand met een hartinfarct de vangrail inrijdt.”

Met verbazing kijkt de patholoog ook naar de campagne die de overheid heeft opgetuigd omdat het aantal zelfdodingen in Nederland nog nooit zo hoog was. “Nee, het aantal mensen met de diagnose zelfdoding was nog nooit zo hoog”, verbetert Van de Goot die stelling. “In de afgelopen jaren heb ik tientallen mensen onderzocht die onterecht het stempel zelfdoding hadden gekregen. Een tijdje terug nog. Een jonge dame, depressief, dood in bed. Lege pillensetjes ernaast. Eén en één is drie: zelfdoding. De familie kon het niet geloven, want het ging juist zo goed met haar. Ik maak het lichaam open: hersenbloeding.”

Terwijl de patholoog voor de derde keer opstaat om zijn koffiebeker te vullen, zegt hij: “Van dat geld van die overheidscampagne had ik tot mijn pensioen alle doden van Nederland kunnen onderzoeken.” Het is een grap, maar Van de Goot pleit voor veel meer obducties. “In elk geval bij alle verkeersdoden en veronderstelde zelfdodingen. Nog beter zou het zijn om alle mensen die thuis dood worden gevonden te onderzoeken. Want reken maar dat daar erfelijke doodsoorzaken bij zitten die rechtstreekse consequenties hebben voor nabestaanden.”

Jaarlijks worden er tien- tot vijftienduizend mensen dood gevonden in huis. Is het niet onbetaalbaar om die allemaal te onderzoeken? “Het is een mythe dat een obductie tienduizenden euro’s kost en maanden duurt. Dat geldt alleen voor gerechtelijke secties die door het NFI worden gedaan. Het NFI heeft met allerlei dure procedures te maken en moet voor twee- tot driehonderd zaken per jaar een hele afdeling draaiende houden. Wij draaien mee op de routine van het ziekenhuis. Als we hier een lichaam onderzoeken, kost dat 500 euro. Hoe lang we ermee bezig zijn?” Zijn blik gaat naar de klok. Het is even na elf uur. “We zijn vanochtend om negen uur begonnen en hebben twee obducties gedaan.”

De zorgverzekering zou niet moeten stoppen bij het overlijden, maar moeten doorlopen tot de uitvaart

Nu betaalt het ziekenhuis die 500 euro als ‘een soort van service’, maar in de ogen van Van de Goot zouden zorgverzekeraars klinische obducties moeten vergoeden. “De zorgverzekering zou niet moeten stoppen bij het overlijden, maar moeten doorlopen tot de uitvaart. Dat betaalt zich dubbel en dwars terug. We kunnen zo veel leren van de doden. Bijvoorbeeld wat een dure kankertherapie werkelijk met tumoren heeft gedaan. We kunnen een erfelijke hartafwijking ontdekken, waardoor we broers, zussen en kinderen kunnen screenen en misschien al een pacemaker kunnen plaatsen. En voor nabestaanden is het een enorme opluchting als zij horen dat de ‘zelfdoding’ van hun dierbare toch een natuurlijke dood blijkt.”

Alles of niks

Bekostiging van obducties door de zorgverzekeraar zou volgens de patholoog hand in hand moeten gaan met een systeemwijziging. “Als je wat mankeert, ga je naar de huisarts. Volgende halte is het ziekenhuis en daarna volgt een academisch centrum. Die constructie is gecreëerd om de zorg betaalbaar te houden. Maar wordt iemand dood aangetroffen in huis, dan stuurt justitie een schouwarts langs en is het alles of niks. Bij verdenking van een misdrijf gaat het lichaam naar het NFI. Geen verdenking? Geen onderzoek. Ik vind dat daar een laag tussen moet: een paar plekken in Nederland waar we laagdrempelig klinische obducties kunnen doen, met forensische ervaring. Zodat we nabestaanden antwoorden kunnen geven en zo nodig kunnen opschalen naar het NFI. Het onderwerp doodsoorzaak zou niet bij justitie, maar bij de gezondheidszorg moeten liggen.”

Het is niet Van de Goots bedoeling obductie te verplichten. “Het moet verplicht worden aangeboden. Bij thuisvindingen, maar ook in het ziekenhuis, door een nurse practitioner die hierover in gesprek gaat met nabestaanden. Nu wordt obductie in het ziekenhuis vaker niet dan wel aangeboden. Want hoe minder je kijkt, hoe mooier je cijfers, hoe meer je verdient. Als je gaat kijken, dan ga je dingen vinden. Dan blijkt een overlijden misschien toch door een complicatie van een operatie te komen in plaats van door een hartinfarct. Wat gevolgen heeft voor de sterftecijfers, hetgeen weer gevolgen heeft voor de contractering door de zorgverzekeraar. Als elk ziekenhuis obductie als routine aanbiedt, neem je bovendien de schroom weg bij artsen. Nu voelt het aanvragen van een obductie voor veel artsen toch een beetje als een motie van wantrouwen tegen zichzelf.”

En hoe de schroom weg te nemen bij nabestaanden, die het niet prettig vinden dat het lichaam van een naaste wordt ‘toegetakeld’? “Het is een aanvraagprobleem, geen toestemmingsprobleem. Als nabestaanden goed wordt uitgelegd wat obductie inhoudt en wat de meerwaarde ervan is, denk ik dat zij heel graag de ware doodsoorzaak willen weten.” Van het alternatief voor de klassieke obductie, de zogenaamde ‘minimaal invasieve autopsie’ waarbij MRI- en CT-scan worden gebruikt, moet Van de Goot niets weten. “Daardoor worden obducties alleen maar onnodig duur. Je hebt dure apparatuur en duur personeel nodig en het is duur in onderhoud. Bovendien moet je nog steeds biopten afnemen en materiaal verwerken. Ik heb aan een tafel, een assistent en een mes genoeg om het overgrote deel van de pathologie in kaart te brengen.”

Liefst onzichtbaar

Om zijn pleidooi voor obducties voor het voetlicht te brengen, zoekt Van de Goot de media op. Zo speelt hij de hoofdrol in het WNL-programma Doden liegen niet. “Het liefst werk ik onzichtbaar, maar als je in de woestijn staat te roepen en niemand weet dat, is dat wel een beetje zuur.”

‘De ware doodsoorzaak lijkt ons in Nederland helaas niet zo veel te kunnen schelen’

Hij wil het grote publiek erop wijzen dat men een obductie ‘gewoon kan aanvragen via de huisarts’, maar ook collega’s in de zorg doordringen van het belang ervan. “Er is zo weinig aandacht voor het onderwerp doodsoorzaak. In de opleiding geneeskunde is de pathologie nagenoeg verdwenen. Een obductie bijwonen is niet meer verplicht. Dat merk ik als ik een briefje van een arts krijg: ‘Gezicht graag intact houden, familie wil nog afscheid nemen.’ Wat denken ze? Dat we een lichaam in repen snijden? Laten we in godsnaam pathologie en lijkschouw verplicht in het curriculum opnemen om toekomstige collega’s bekend te maken met het vakgebied. Toen ik in de opleiding vertelde dat ik patholoog wilde worden, zei men: hou je niet van mensen? Als ik nu aan studenten vertel dat ik als patholoog vooral met levende mensen werk, kijken ze me glazig aan. Ja, ik ben obductiepatholoog, maar ik ben óók neuropatholoog. Een flink deel van mijn tijd werk ik met hersentumoren. Obductiepathologie is een specialisme. Wat mij betreft hebben we meer obductiepathologen nodig, zodat we meer obducties kunnen doen.”

Van de Goot realiseert zich dat het niet zo makkelijk is dokters ervan te overtuigen voor dit vakgebied te kiezen. “Het ontleden van lijken is niet iets dat bij het empathische type past. Veel pathologen hebben autistische trekjes. Anders lukt het niet om een half uur gebiologeerd naar één cel te zitten staren. Zelf zit ik fors in het autistisch spectrum, kan ik wel zeggen. Als obductiepatholoog moet je daarnaast achterdochtig zijn. Alles in twijfel trekken om te weten te komen waaraan iemand dood is gegaan. Ik vind dat heel erg leuk en belangrijk, maar helaas lijkt de ware doodsoorzaak ons in Nederland niet zo veel te kunnen schelen.”

Curriculum vitae

Frank van de Goot (1967) geboren in Meppel

  • 1982-1984 lts en mavo, Amersfoort
  • 1984-1988 Middelbare laboratoriumschool, Amersfoort
  • 1988-1989 Hogere laboratoriumschool, propedeuse, Nijmegen
  • 1989-1998 geneeskunde, Vrije Universiteit, Amsterdam
  • 1998-1999 arts-assistent, afdeling forensische pathologie, Johan Wolfgang Goethe Universität, Frankfurt
  • 1999-2004 klinisch patholoog in opleiding, VUmc, Amsterdam
  • 2003-2004 internship forensische pathologie, Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Den Haag
  • 2004-2010 forensisch patholoog, Nederlands Forensisch Instituut (NFI), Den Haag
  • 2005-2012 klinisch patholoog en onderzoeker, afdeling pathologie, Vrije universiteit, Amsterdam
  • 2005-heden docent en gastdocent forensische pathologie, diverse instituten
  • 2014-heden medeoprichter en onderzoeker, Stichting Forensisch Dierenonderzoek
  • 2014-heden klinisch patholoog (neuro-oncologie, obductiepathologie), Noordwest ziekenhuisgroep Alkmaar

4 Reacties Reageer zelf

  1. Anonien
    Geplaatst op 5 april 2019 om 17:02 | Permalink

    Prachtig stuk. Stof tot nadenken, zelfs wat betreft zijn CV: vandaag de dag tellen alleen VWO en hoge cijfers en wordt je met zo’n vooropleiding nooit toegelaten tot de studie geneeskunde…!

  2. Ilse Jannink
    Geplaatst op 12 april 2019 om 11:32 | Permalink

    Frank, ik ben het helemaal eens met je mening dat “we moeten leren van de doden”!

    Ook dat de pathologie (inclusief obductie) verplicht in het curriculum van de geneeskunde student thuishoort. Als arts hebben we hier namelijk dagelijks mee te maken.

    Succes verder met je nobele werk.

  3. Petra
    Geplaatst op 15 april 2019 om 09:26 | Permalink

    Helemaal eens met dit verhaal. Wij hebben, tot twee maal toe, persoonlijk ondervonden dat de uitgevoerde obductie rust heeft geboden aangaande de doodsoorzaak.

  4. Demi
    Geplaatst op 7 juni 2019 om 15:22 | Permalink

    Erg mooi stuk, hopelijk wordt er lering uit getrokken.
    In Nijmegen is het bijwonen van een obductie tijdens de Master Geneeskunde verplicht. Dat zou wat mij betreft overal zo moeten zijn. Het is erg leerzaam, en het kunnen beantwoorden van vragen als ‘wanneer kan het worden ingezet?’ en ‘wat gebeurt er precies?’ is voor iedere arts nuttig!