Man in een vrouwenwereld

Volgens cijfers van het NIVEL telt ons land ruim 3.200 verloskundigen. Net iets meer dan één procent, zo’n veertig personen, is man. Jef Mennens is een van hen. Hij runt, samen met zijn collega Marian Corté, verloskundigenpraktijk Bij Volle Maan in ‘s-Hertogenbosch. “‘Wat? Een man als verloskundige?’ Ach, die vraag is me zo vaak gesteld de afgelopen twintig jaar!”

Tekst: Bert Mol | Beeld: De Beeldredaktie/Merlin Daleman

Na zijn succesvol afgeronde studie vroedkunde aan de hogeschool van Turnhout mag Jef Mennens (40) zich volgens zijn diploma ‘vroedvrouw’ noemen. Nee, geen ‘vroedman’; dat woord kent de Dikke Van Dale niet eens. In Nederland prijkt het beroep ‘verloskundige’ op het diploma, in België dus ‘vroedvrouw’. 

De verloskunde in Nederland kent een duidelijk vrouwelijke oververtegenwoordiging: bijna 99 procent is vrouw. Mennens heeft geen verklaring voor de scheefgroei. “Werkelijk geen idee. De verloskunde is zo’n mooi vak, ook voor mannen.”

Hijzelf is bij toeval in het vak gerold. “Ik was 17, kwam van de middelbare school en moest íets. Ik kreeg een boekje onder ogen: Vroedkunde nu ook voor jongens. Ik dacht: ach, misschien is de verpleging wel leuk. Het was de tijd van Medisch Centrum West en andere ziekenhuisseries, daar keek ik graag naar.” Een beetje verontwaardigd: “Moet je luisteren: je bent 17… Weet jij veel dan… Mijn moeder wilde graag dat ik arts zou worden, maar dat vond ik wel erg lang studeren.”

Mennens koos voor de gecombineerde opleiding verpleeg-/vroedkunde in Turnhout. “Nee, ik werd er niet raar op aangekeken. De meeste mensen vonden er eigenlijk niets van: ‘Oh, leuk’. Dat is heel Belgisch: zeker niet direct reageren. Toen ik als stagiair twee weken lang oude mensen had gewassen, wist ik dat ik dit niet mijn hele leven wilde doen; verpleegkunde viel af.”

Medestudenten wezen hem op de mogelijkheid om in Nederland stage in verloskunde te lopen. “Ik kwam terecht in een praktijk in Zaandijk die geleid werd door een man – jazeker! – en een vrouw. Ze hadden vier pubers. We spraken af dat ze één keer per dag een Belgenmop mochten vertellen. Het was even wennen aan die Nederlandse directheid, maar ik heb er de tijd van mijn leven gehad: helemaal mijn manier van werken!”

Hij wijst op verschillen met België. “In België gaat een zwangere vrouw naar de gynaecoloog; elk dorp heeft zijn eigen gynaecoloog die de zwangerschap en de bevalling begeleidt. De vroedvrouw wordt er alleen bij betrokken om de gynaecoloog te assisteren. Je kunt bijna niets zelfstandig doen: je bent er om de gynaecoloog te dienen. In Nederland kun je als verloskundige een eigen praktijk beginnen. Je hebt je eigen ‘zwangeren’ voor wie je verantwoordelijk bent.” 

Naast inhoudelijke verschillen kwam hij in Nederland ook een andere cultuur tegen. “Hier spreek je de gynaecoloog bij zijn voornaam aan; ondenkbaar in België.”

‘Het is zo’n mooi beroep! Ik begrijp niet dat niet meer mannen hiervoor kiezen’

Mennen houdt van zijn vak, de verwondering om de zwangerschap. “Die blijf ik mooi vinden. Verloskunde is een medisch beroep, maar niet te medisch. Als verloskundigen begeleiden we de gezonde zwangere en de normale bevalling. Als het medisch gecompliceerd wordt, verwijzen we door naar de gynaecoloog. Het is een verzorgend vak, maar niet te verzorgend. En je komt met bijna alleen gezonde mensen in contact. Het is zo’n mooi beroep! Ik begrijp niet dat niet meer mannen hiervoor kiezen.”

Nee, hij heeft zelf geen kinderen. “Ik vind kinderen erg leuk, maar vooral bij iemand anders. Ik ben dol op m’n neefje en nichtjes: leuk als ze komen, maar ook leuk als ze weer gaan. Sommige ouders kijken me vreemd aan als ik tegen een krijsende tweejarige zeg: ‘hé, hou daar eens mee op!’ Kinderen houden van duidelijkheid, het werkt vaak prima. Op kraamvisite zal ik niet zo snel met baby’s gaan knuffelen, dat laat ik graag aan de jonge ouders over. Je wordt geen verloskundige omdat je baby’s leuk vindt.”

De verloskundigenpraktijk Bij Volle Maan loopt – Mennens’ eigen woorden – ‘als een tiet’. “Tussen de 200 en 250 zorgeenheden per jaar.” Hij denkt niet dat vrouwen de praktijk mijden om een mannelijke verloskundige. “Cliënten kiezen voor onze nuchtere aanpak. Natuurlijk zijn vrouwen de eerste keer verbaasd: ‘O? Een man?’ Ja, 50 procent kans dat je door mij wordt geholpen. Als een cliënt zegt liever door een vrouw te worden geholpen, scherm ik met mijn diploma ‘vroedvrouw’. Vaak is het na het eerste gesprek voor hen geen enkel probleem meer. Allochtone vrouwen hebben we niet veel, die kiezen vaak voor een praktijk met enkel vrouwelijke verloskundigen.”

Mennens merkt nauwelijks dat hij bijna alleen vrouwelijke collega’s heeft. “Marian Corté en ik werken samen, alleen in de vergadering over samenwerking met andere verloskundigen ben ik de enige man tussen dertig vrouwen. Ja, dan ben ik net de haan in een kippenhok. Daarom ben ik blij dat ik maar één collega heb en niet in een maatschap met bijvoorbeeld vijf verloskundigen werk.”

Corté is acht jaar ouder dan Mennens. Er komt een moment dat hij op zoek moet naar een andere collega. Tijd voor twee mannelijke verloskundigen? “Als hij de juiste persoon is met de juiste kwaliteiten, prima. Maar ook als het een vrouw is, is zij zeer welkom. De kracht van Bij Volle Maan is dat we allebei nuchter in het leven en het vak staan. Je moet bij ons niet aankomen met liflafjes. O ja, we kunnen goed meegaan in het genieten van een zwangerschap, een goede echo. Maar je moet wel nuchter blijven. Dat is een veel belangrijkere voorwaarde voor de nieuwe collega. Misschien is er straks wel weer een jongen die een stage in Zaandijk heeft gelopen…”