Ouderengeneeskunde in de lift

De belangstelling van basisartsen voor opleidingsplaatsen ouderengeneeskunde groeit gestaag. Waarschijnlijk profiteert de opleiding van de moeilijke arbeidsmarkt. Maar volgens insiders heeft ouderengeneeskunde ook veel te bieden. “Je bent specialist en generalist tegelijk.”

Tekst: Wout de Bruijne | Beeld: Frank Muller/HH

 

Tot twee jaar geleden was er weinig animo onder geneeskundestudenten en artsen voor een carrière in de ouderengeneeskunde. Het specialisme had niet bepaald een ‘sexy’ imago, en zou zich volgens critici te veel richten op de ‘sociale’ gezondheid en leefomgeving van patiënten. Meer care dan cure dus, en daardoor minder aantrekkelijk voor jonge, ambitieuze artsen die mensen beter willen maken. Hoe aannemelijk deze argumenten ook lijken, er lijkt nu sprake van een kentering. Waar er jarenlang meer opleidingsplaatsen dan aanmeldingen waren voor de opleiding tot specialist ouderengeneeskunde, zat de opleiding in 2013 vol. En ook dit jaar is de opleiding ongemeen populair; de opleidingsplaatsen (inmiddels uitgebreid van 109 naar 120) zijn opnieuw allemaal bezet. Misschien is de groeiende populariteit van ouderengeneeskunde toe te schrijven aan de imagocampagne die de Samen-werkende Opleidingen tot specialist Ouderengeneeskunde Nederland (SOON) en de Vereniging van specialisten ouderengeneeskunde en sociaal geriaters (Verenso) gezamenlijk voerden vanaf 2011.

Lees verder (pdf).

07-2014p040-041